Btw-vrijstellingsregeling kleine ondernemingen

De btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen heeft belangrijke wijzigingen ondergegaan sedert 1 april 2014. De belangrijkste voorwaarden voor de toepassing van deze nieuwe regeling worden hierna uiteengezet.

Artikel 56, § 2 van het Btw-Wetboek is opgeheven en vervangen door artikel 56 bisExterne link, dat werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 22 mei 2014.

Het koninklijk besluit nr. 19Externe link met betrekking tot de vrijstellingsregeling van belasting over de toegevoegde waarde in het voordeel van kleine ondernemingen werd herschreven op datum van 29 juni 2014 en werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 9 juli 2014.

 

Btw-vrijstellingsregeling kleine ondernemingen

  1. Wat zijn de voordelen van de btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen?Externe link
  2. Welke ondernemingen komen in aanmerking voor de vrijstellingsregeling?Externe link
  3. Welke handelingen zijn uitgesloten van de vrijstellingsregeling?Externe link
  4. Hoe wordt het jaarlijks omzetcijfer bepaald?Externe link
  5. Vanaf welk ogenblik kunnen ondernemingen de nieuwe vrijstellingsregeling genieten?Externe link
  6. Wat zijn de gevolgen van de overgang van de normale of forfaitaire belastingregeling naar de vrijstellingsregeling?Externe link
  7. Welke verplichtingen moet een onderneming die de vrijstellingsregeling geniet, naleven?Externe link
  8. Nuttige linkenExterne link
  1. Wat zijn de voordelen van de btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen?

    De btw-vrijstellingsregeling ontheft de onderneming voor een groot gedeelte van de fiscale en administratieve verplichtingen die normaal gezien aan btw-plichtigen worden opgelegd.

    Zo zal de onderneming:

    • geen btw moeten aanrekenen aan haar klanten
    • geen btw moeten doorstorten aan de Schatkist
    • geen periodieke btw-aangiften moeten indienen

    Daartegenover kan de belastingplichtige in geen enkel geval de btw die hij aan zijn leveranciers heeft betaald, in aftrek brengen.

    TerugExterne link
  2. Welke ondernemingen komen in aanmerking voor de vrijstellingsregeling?

    De kleine ondernemingen van wie het jaarlijks omzetcijfer niet meer dan 15.000 euro bedraagt kunnen genieten van de vrijstellingsregeling van belasting voor de leveringen van goederen en de diensten die ze verrichten.

    De kleine onderneming kan om het even welke juridische vorm hebben:

    • natuurlijk persoon
    • personenvennootschap
    • kapitaalvennootschap
    • vereniging
    • openbare instelling

    Kunnen geen gebruik maken van de vrijstellingsregeling voor het geheel van hun activiteit:

    TerugExterne link
  3. Welke handelingen zijn uitgesloten van de vrijstellingsregeling?

    De volgende handelingen zijn uitgesloten van de vrijstellingsregeling:

    • overdrachten onder bezwarende titel door toevallige belastingplichtigen van nieuwe gebouwen opgericht of verkregen met toepassing van de btw (Art. 8, § 1Externe link)
    • vestigingen, overdrachten of wederoverdrachten door toevallige belastingplichtigen van zakelijke rechten, andere dan het eigendomsrecht, op onroerende goederen in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, van het Btw-Wetboek (Art. 8, § 2 en § 3Externe link)
    • toevallig verrichte leveringen onder bezwarende titel van nieuwe vervoermiddelen naar een andere EU-lidstaat (Art. 8bisExterne link)
    • leveringen van tabaksfabrikanten (sigaretten, roltabak, …) (Art. 58, § 1Externe link)
    • leveringen door een visser van zijn vangst in de gemeentelijke vismijnen van de aanvoerhavens (Art. 58, § 2Externe link)
    • handelingen verricht door een belastingplichtige die niet in België is gevestigd;
    • handelingen verricht op verborgen wijze (vb. de niet aangegeven handelingen of de ongeoorloofde handelingen)

    TerugExterne link
  4. Hoe wordt het jaarlijks omzetcijfer bepaald?

    Het omzetcijfer is beperkt tot 15.000 euro per kalenderjaar.

    Het wordt gevormd door het bedrag, exclusief btw, van:

    • de handelingen die plaatsvinden in België en die aan de belasting zouden zijn onderworpen indien ze zouden zijn verricht door een belastingplichtige onder toepassing van de normale of forfaitaire btw-regeling;
    • volgende door het Btw-Wetboek vrijgestelde handelingen:
      • uitvoer, intracommunautaire leveringen, … (art. 39 tot 42Externe link)
      • de handelingen met betrekking tot onroerende goederen (art. 44, § 3, 1° en 2°Externe link), tenzij deze handelingen het karakter van bijkomstige handelingen bezitten
      • de financiële handelingen (art. 44, § 3, 5° tot 11°Externe link), tenzij deze handelingen het karakter van bijkomstige handelingen bezitten
      •  de handelingen van verzekering en herverzekering (art. 44, § 3, 4°Externe link) tenzij deze handelingen het karakter van bijkomstige handelingen bezitten

    Het omvat niet:

    • de overdracht van lichamelijke of onlichamelijke bedrijfsmiddelen
    • de van de vrijstellingsregeling uitgesloten handelingen (zie vraag 3)
    •  de handelingen verricht door landbouwondernemers onderworpen aan de bijzondere regeling bedoeld in artikel 57Externe link
    • de door het Btw-Wetboek vrijgestelde handelingen, andere dan hierboven vermeld
    • de handelingen die plaatsvinden in het buitenland

    Wanneer de activiteit in gemeenschap wordt uitgeoefend:

    • wanneer verscheidene personen in onverdeeldheid of in vereniging een economische activiteit uitoefenen: Er moet rekening worden gehouden met het jaarlijks totaalbedrag van de omzetcijfers die ze realiseren
    • wanneer echtgenoten een onderscheiden economische activiteit uitoefenen: Er wordt afzonderlijk rekening gehouden met de activiteit van ieder van de echtgenoten, ongeacht hun huwelijksvoorwaarden

    Wanneer het een nieuwe onderneming betreft:

    Het omzetcijfer dat de kleine onderneming in het jaar van aanvang verwacht te realiseren moet worden geraamd.

    Dit bedrag wordt vergeleken met 15.000 euro; in het geval de economische activiteit aanvangt in de loop van een jaar moet de vrijstellingsdrempel overeenkomstig worden beperkt.

    TerugExterne link
  5. Vanaf welk ogenblik kunnen ondernemingen de nieuwe vrijstellingsregeling genieten?

    1. Vanaf 1 juli van het volgend jaar

    Een onderneming die in de loop van het voorgaand jaar een omzet heeft gerealiseerd van maximaal 15.000 euro, exclusief btw, en die voldoet aan alle besproken voorwaarden, zal kunnen onderworpen worden aan de vrijstellingsregeling met ingang van 1 juli van het volgend jaar.

    Niettemin kan de onderneming in dit geval opteren voor het behoud van haar belastingregeling (normale of forfaitaire regeling). Zij moet dit vóór 1 juni meedelen aan het voor haar bevoegde btw-controlekantoor.

    1. Vanaf 1 januari 2015

    Een onderneming mag in de loop van het laatste kwartaal van een kalenderjaar, maar vóór 15 december van dat jaar, de overgang vragen naar de vrijstellingsregeling met ingang van 1 januari van het volgend jaar.

    TerugExterne link
  6. Wat zijn de gevolgen van de overgang van de normale of forfaitaire belastingregeling naar de vrijstellingsregeling?

    Geen recht op aftrek

    Een kleine onderneming die is onderworpen aan de normale of forfaitaire belastingregeling en die overgaat naar de vrijstellingsregeling, verliest haar recht op aftrek van voorbelasting.

    Herziening van de aftrek

    Zij moet tevens overgaan tot een herziening van de aftrek van de belasting geheven:

    • van de andere goederen dan bedrijfsmiddelen, die nog niet werden vervreemd en van de diensten die nog niet werden gebruikt op het tijdstip van de wijziging van belastingregeling
    • van de voor herziening vatbare en nog bruikbare bedrijfsmiddelen die op dat tijdstip bestaan (voor deze bedrijfsmiddelen gebeurt de herziening naar verhouding van het aantal resterende jaren van de herzieningsperiode: 5 jaar voor roerende goederen of 15 jaar voor onroerende goederen)

    Het bedrag van de terug te storten belasting wordt bepaald op basis van een inventaris van de voorraad op het tijdstip van de wijziging van belastingregeling en van een staat van de op dat tijdstip nog bruikbare bedrijfsmiddelen.

    De kleine onderneming moet binnen de maand vanaf de wijziging van belastingregeling twee exemplaren van deze documenten aan het bevoegde controlekantoor overhandigen waarop volgende vermeldingen voorkomen:

    • de goederen en diensten die voor herziening vatbaar zijn
    • de datum waarop die goederen werden geleverd en die diensten werden verstrekt aan de belastingplichtige, evenals het nummer van de aankoopfactuur of van het invoerdocument
    • de maatstaf van heffing
    • het bedrag van de terug te storten belasting

    TerugExterne link
  7. Welke verplichtingen moet een onderneming die de vrijstellingsregeling geniet, naleven?

    Een onderneming die de vrijstellingsregeling geniet, moet de volgende verplichtingen naleven:

    • een aangifte indienen bij aanvang, wijziging of stopzetting van de werkzaamheid
    • facturen (of als zodanig geldende stukken) opmaken volgens dezelfde regels die gelden voor andere btw-plichtigen, weliswaar zonder btw in rekening te brengen maar met de volgende vermelding: "Bijzondere vrijstellingsregeling kleine ondernemingen"
    • vóór 31 maart van ieder jaar een klantenlisting indienen met de afnemers-belastingplichtigen aan wie in de loop van het voorgaande kalenderjaar goederen werden geleverd of diensten werden verstrekt.
      Deze opgave moet aangevuld worden met:
      • het totaalbedrag van de omzet gerealiseerd in de loop van het voorgaande jaar
      • het tijdvak waarin de activiteit werd uitgeoefend als die werd aangevangen in de loop van dat jaar
    • de uitgereikte facturen bewaren en nummeren. De onderneming moet geen uitgaand factuurboek houden;
    • de ontvangen facturen bewaren en nummeren. De onderneming moet geen inkomend factuurboek houden;
    • een dagboek van ontvangsten bijhouden;
    • een tabel van bedrijfsmiddelen bijhouden als de kleine onderneming zich dat soort van goederen heeft aangeschaft;
    • haar BE-identificatienummer meedelen aan haar klanten en leveranciers (vermelden op de contracten, facturen, bestelbons, …). Voor de intracommunautaire verwervingen van goederen (aankopen van goederen in andere lidstaten van de Europese Unie), mag de kleine onderneming haar BE-identificatienummer aan haar leveranciers maar meedelen als ze vooraf aangifte heeft gedaan van het overschrijden van de drempel of als ze de optie heeft uitgeoefend om haar intracommunautaire verwervingen aan de belasting te onderwerpen (zodra ze haar BE-identificatienummer aan de leverancier meedeelt, wordt ze geacht deze optie te hebben uitgeoefend). In alle andere gevallen (dan intracommunautaire verwervingen van goederen) is ze verplicht het BE-identificatienummer mee te delen. Zo moet, in geval van intracommunautaire diensten die aan haar worden verstrekt door een niet in België gevestigde belastingplichtige, de kleine onderneming haar BE-identificatienummer meedelen aan die dienstverrichter;
    • eventueel een opgave van haar intracommunautaire handelingen indienen;
    • een bijzondere btw-aangifte indienen uiterlijk de 20ste dag van de maand volgend op het kalenderkwartaal waarin zij een goed of een dienst heeft ontvangen en waarvoor zij als medecontractant de btw verschuldigd is.

    TerugExterne link