Btw-vrijstellingsregeling kleine ondernemingen

Vanaf 1 januari 2016 zal het beperkt omzetcijfer voor de toepassing van de vrijstellingsregeling van belasting voor kleine ondernemingen opgetrokken worden van 15.000 euro naar 25.000 euro. De aandacht wordt gevestigd op het feit dat de wetteksten die deze wijzigingen bevatten nog niet gepubliceerd zijn en dat de overgang naar de drempel van 25.000 euro afhankelijk is van een machtiging van de Europese Raad.

Deze regeling is optioneel.

De onderneming van wie het in 2015 gerealiseerd omzetcijfer 25.000 euro niet overschrijdt en die vanaf 1 januari 2016 wenst te genieten van de vrijstellingsregeling van belasting kan, indien zij aan alle toepassingsvoorwaarden voldoet, opteren voor deze regeling aan de hand van de bijgevoegde verklaring van overgang die tegen uiterlijk 15 december 2015 moet worden teruggestuurd naar het bevoegd btw-controlekantoor.

De vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen wordt beoogd in artikel 56bis van het Btw-Wetboek. Het koninklijk besluit nr. 19 van 29 juni 2014 met betrekking tot de vrijstellingsregeling van belasting over de toegevoegde waarde in het voordeel van kleine ondernemingen legt de toepassingsmodaliteiten ervan vast.

 

Btw-vrijstellingsregeling kleine ondernemingen

  1. Wat zijn de voordelen van de btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen?

    De btw-vrijstellingsregeling ontheft de onderneming voor een groot gedeelte van de fiscale en administratieve verplichtingen die normaal gezien aan btw-plichtigen worden opgelegd.

    Zo zal de onderneming:

    • geen btw moeten aanrekenen aan haar klanten
    • geen btw moeten doorstorten aan de Schatkist
    • geen periodieke btw-aangiften moeten indienen

    Daartegenover kan de belastingplichtige in geen enkel geval de btw die hij aan zijn leveranciers heeft betaald, in aftrek brengen.

    Terug
  2. Welke ondernemingen komen in aanmerking voor de vrijstellingsregeling?

    De kleine ondernemingen van wie het jaarlijks omzetcijfer niet meer dan 25.000 euro bedraagt kunnen genieten van de vrijstellingsregeling van belasting voor de leveringen van goederen en de diensten die ze verrichten.

    De kleine onderneming kan om het even welke juridische vorm hebben:

    • natuurlijk persoon
    • personenvennootschap
    • kapitaalvennootschap
    • vereniging
    • openbare instelling

    Kunnen geen gebruik maken van de vrijstellingsregeling voor het geheel van hun activiteit (art. 56bis, § 2):

    Terug
  3. Welke handelingen zijn uitgesloten van de vrijstellingsregeling?

    De volgende handelingen zijn uitgesloten van de vrijstellingsregeling (art. 56bis, § 3):

    • overdrachten onder bezwarende titel door toevallige belastingplichtigen van nieuwe gebouwen opgericht of verkregen met toepassing van de btw (Art. 8, § 1)
    • vestigingen, overdrachten of wederoverdrachten door toevallige belastingplichtigen van zakelijke rechten, andere dan het eigendomsrecht, op onroerende goederen in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, van het Btw-Wetboek (Art. 8, § 2 en § 3)
    • toevallig verrichte leveringen onder bezwarende titel van nieuwe vervoermiddelen naar een andere EU-lidstaat (Art. 8bis)
    • leveringen van tabaksfabrikanten (sigaretten, roltabak, …) (Art. 58, § 1)
    • leveringen door een visser van zijn vangst in de gemeentelijke vismijnen van de aanvoerhavens (Art. 58, § 2)
    • handelingen verricht door een belastingplichtige die niet in België is gevestigd;
    • handelingen verricht op verborgen wijze (vb. de niet aangegeven handelingen of de ongeoorloofde handelingen)
    Terug
  4. Hoe wordt het jaarlijks omzetcijfer bepaald?

    Het omzetcijfer wordt vanaf 1 januari 2016 beperkt tot 25.000 euro per kalenderjaar.

    Het wordt gevormd door het bedrag, exclusief btw, van:

    • de handelingen die plaatsvinden in België en die aan de belasting zouden zijn onderworpen indien ze zouden zijn verricht door een belastingplichtige onder toepassing van de normale of forfaitaire btw-regeling;
    • volgende door het Btw-Wetboek vrijgestelde handelingen:
      • uitvoer, intracommunautaire leveringen, … (art. 39 tot 42)
      • de handelingen met betrekking tot onroerende goederen (art. 44, § 3, 1° en 2°), tenzij deze handelingen het karakter van bijkomstige handelingen bezitten
      • de financiële handelingen (art. 44, § 3, 5° tot 11°), tenzij deze handelingen het karakter van bijkomstige handelingen bezitten
      •  de handelingen van verzekering en herverzekering (art. 44, § 3, 4°) tenzij deze handelingen het karakter van bijkomstige handelingen bezitten

    Het omvat niet:

    • de overdracht van lichamelijke of onlichamelijke bedrijfsmiddelen
    • de van de vrijstellingsregeling uitgesloten handelingen (zie vraag 3)
    •  de handelingen verricht door landbouwondernemers onderworpen aan de bijzondere regeling bedoeld in artikel 57
    • de door het Btw-Wetboek vrijgestelde handelingen, andere dan hierboven vermeld
    • de handelingen die plaatsvinden in het buitenland

    Wanneer de activiteit in gemeenschap wordt uitgeoefend:

    • wanneer verscheidene personen in onverdeeldheid of in vereniging een economische activiteit uitoefenen: Er moet rekening worden gehouden met het jaarlijks totaalbedrag van de omzetcijfers die ze realiseren
    • wanneer echtgenoten een onderscheiden economische activiteit uitoefenen: Er wordt afzonderlijk rekening gehouden met de activiteit van ieder van de echtgenoten, ongeacht hun huwelijksvoorwaarden

    Wanneer het een nieuwe onderneming betreft:

    Het omzetcijfer dat de kleine onderneming in het jaar van aanvang verwacht te realiseren moet worden geraamd.

    Dit bedrag wordt vergeleken met 25.000 euro; in het geval de economische activiteit aanvangt in de loop van een jaar moet de vrijstellingsdrempel overeenkomstig worden beperkt.

    Terug
  5. Vanaf welk ogenblik kunnen ondernemingen de nieuwe vrijstellingsregeling genieten?

    Vanaf 1 januari 2016

    De onderneming die in de loop van het jaar 2015 een omzetcijfer heeft gerealiseerd dat 15.000 euro, exclusief btw, niet overschrijdt en die andere handelingen verricht dan deze die uitdrukkelijk van deze regeling zijn uitgesloten, kan, indien zij dit wenst, genieten van de vrijstellingsregeling vanaf 1 januari 2016.

    De onderneming die in de loop van 2015 een omzet heeft gerealiseerd hoger dan 15.000 euro maar lager dan 25.000 euro, exclusief btw, en die andere handelingen verricht dan deze die uitdrukkelijk zijn uitgesloten, kan reeds, bij wijze van administratieve toegeving, indien zij dit wenst, vanaf 1 januari 2016 genieten van de vrijstellingsregeling.

    De betrokken onderneming moet haar keuze tegen uiterlijk 15 december 2015 meedelen aan het voor haar bevoegd controlekantoor aan de hand van een behoorlijk ingevuld en ondertekend  formulier (PDF, 44.03 KB).

     

    Vanaf 1 juli 2016

    De onderneming die in de loop van 2015 een omzet heeft gerealiseerd van maximaal 25.000 euro, exclusief btw, en die andere handelingen verricht dan deze die uitdrukkelijk zijn uitgesloten, kan vóór 1 juni 2016 ervoor opteren om te genieten van de vrijstellingsregeling met ingang van 1 juli 2016.

     

    Vanaf 1 januari 2017

    De onderneming kan in de loop van het laatste kwartaal van 2016, maar vóór 15 december 2016, de overgang vragen naar de vrijstellingsregeling met ingang van 1 januari 2017.

    Terug
  6. Wat zijn de gevolgen van de overgang van de normale of forfaitaire belastingregeling naar de vrijstellingsregeling?

    Geen recht op aftrek

    Een kleine onderneming die is onderworpen aan de normale of forfaitaire belastingregeling en die overgaat naar de vrijstellingsregeling, verliest haar recht op aftrek van voorbelasting.

    Herziening van de aftrek

    Zij moet tevens overgaan tot een herziening van de aftrek van de belasting geheven:

    • van de andere goederen dan bedrijfsmiddelen, die nog niet werden vervreemd en van de diensten die nog niet werden gebruikt op het tijdstip van de wijziging van belastingregeling
    • van de voor herziening vatbare en nog bruikbare bedrijfsmiddelen die op dat tijdstip bestaan (voor deze bedrijfsmiddelen gebeurt de herziening naar verhouding van het aantal resterende jaren van de herzieningsperiode: 5 jaar voor roerende goederen of 15 jaar voor onroerende goederen)

    Het bedrag van de terug te storten belasting wordt bepaald op basis van een inventaris van de voorraad op het tijdstip van de wijziging van belastingregeling en van een staat van de op dat tijdstip nog bruikbare bedrijfsmiddelen.

    De kleine onderneming moet binnen de maand vanaf de wijziging van belastingregeling twee exemplaren van deze documenten aan het bevoegde controlekantoor overhandigen waarop volgende vermeldingen voorkomen:

    • de goederen en diensten die voor herziening vatbaar zijn
    • de datum waarop die goederen werden geleverd en die diensten werden verstrekt aan de belastingplichtige, evenals het nummer van de aankoopfactuur of van het invoerdocument
    • de maatstaf van heffing
    • het bedrag van de terug te storten belasting
    Terug
  7. Welke verplichtingen moet een onderneming die de vrijstellingsregeling geniet, naleven?

    Een onderneming die de vrijstellingsregeling geniet, moet de volgende verplichtingen naleven:

    • een aangifte indienen bij aanvang, wijziging of stopzetting van de werkzaamheid
    • facturen uitreiken volgens dezelfde regels die gelden voor andere btw-plichtigen, weliswaar zonder btw in rekening te brengen maar met de volgende vermelding: "Bijzondere vrijstellingsregeling kleine ondernemingen"
    • vóór 31 maart van ieder jaar een klantenlisting indienen met de afnemers-belastingplichtigen aan wie in de loop van het voorgaande kalenderjaar goederen werden geleverd of diensten werden verstrekt.
      Deze opgave moet aangevuld worden met:
      • het totaalbedrag van de omzet gerealiseerd in de loop van het voorgaande jaar
      • het tijdvak waarin de activiteit werd uitgeoefend als die werd aangevangen in de loop van dat jaar
      Opgelet: u moet misschien niet langer een klantenlisting indienen als deze een nihil-klantenlisting is (zie volgende vraag).
    • de uitgereikte facturen bewaren en nummeren. De onderneming moet geen uitgaand factuurboek houden;
    • de ontvangen facturen bewaren en nummeren. De onderneming moet geen inkomend factuurboek houden;
    • een dagboek van ontvangsten bijhouden;
    • een tabel van bedrijfsmiddelen bijhouden als de kleine onderneming zich dat soort van goederen heeft aangeschaft;
    • haar BE-identificatienummer meedelen aan haar klanten en leveranciers (vermelden op de contracten, facturen, bestelbons, …). Voor de intracommunautaire verwervingen van goederen (aankopen van goederen in andere lidstaten van de Europese Unie), mag de kleine onderneming haar BE-identificatienummer aan haar leveranciers maar meedelen als ze vooraf aangifte heeft gedaan van het overschrijden van de drempel of als ze de optie heeft uitgeoefend om haar intracommunautaire verwervingen aan de belasting te onderwerpen (zodra ze haar BE-identificatienummer aan de leverancier meedeelt, wordt ze geacht deze optie te hebben uitgeoefend). In alle andere gevallen (dan intracommunautaire verwervingen van goederen) is ze verplicht het BE-identificatienummer mee te delen. Zo moet, in geval van intracommunautaire diensten die aan haar worden verstrekt door een niet in België gevestigde belastingplichtige, de kleine onderneming haar BE-identificatienummer meedelen aan die dienstverrichter;
    • eventueel een opgave van haar intracommunautaire handelingen indienen;
    • een bijzondere btw-aangifte indienen uiterlijk de 20ste dag van de maand volgend op het kalenderkwartaal waarin zij een goed of een dienst heeft ontvangen en waarvoor zij als medecontractant de btw verschuldigd is.
    Terug
  8. In welk geval moet een onderneming geen klantenlisting indienen?

    Vanaf 1 juli 2016 moet een onderneming die de vrijstellingsregeling geniet niet langer een jaarlijkse lijst van belastingplichtige afnemers ('klantenlisting') indienen als deze een lege klantenlisting (‘nihil-klantenlisting’) is, wat met andere woorden betekent dat haar klanten:

    • geen Belgisch btw-nummer hebben, of
    • wél een Belgisch btw-nummer hebben maar haar jaarlijkse omzet per klant met een Belgisch btw-nummer niet meer bedraagt dan 250 euro.

    Opgelet! Deze regeling geldt vanaf de klantenlistings voor 2016 (waarbij de onderneming haar activiteit niet heeft stopgezet gedurende de eerste zes maanden van 2016).

    De onderneming moet dus wel nog altijd een (nihil-)klantenlisting indienen wanneer zij:

    • haar klantenlisting voor 2015 nog niet heeft ingediend, of
    • haar activiteit heeft stopgezet gedurende de eerste zes maanden van 2016 (en een formulier 604C stopzetting heeft ingediend).
    Terug
  9. Nuttige linken

    Terug