Aangifte van nalatenschap

Een aangifte van nalatenschap indienen: wanneer, wie, hoe, wat en waar?

  1. Wanneer moet een aangifte van nalatenschap worden ingediend?Externe link
  2. Moet er altijd een aangifte van nalatenschap worden ingediend?Externe link
  3. Binnen welke termijn moet de aangifte van nalatenschap worden ingediend?Externe link
  4. Kan de indieningstermijn voor de aangifte van nalatenschap worden verlengd?Externe link
  5. Wat gebeurt er wanneer de aangifte van nalatenschap laattijdig wordt ingediend?Externe link
  6. Wie is verplicht de aangifte van nalatenschap in te dienen?Externe link
  7. Mag ik als erfgenaam zelf de aangifte van nalatenschap opstellen?Externe link
  8. Hoe moet de aangifte van nalatenschap worden opgesteld?Externe link
  9. Welke gegevens en goederen moeten worden aangegeven in de aangifte van nalatenschap?Externe link
  10. Wie bepaalt de waarde van de goederen uit de nalatenschap?Externe link
  11. Waar moet de aangifte van nalatenschap worden ingediend?Externe link
  12. Waar moet de aangifte van nalatenschap worden ingediend wanneer de fiscale woonplaats van de overleden rijksinwoner in de vijf jaar voor zijn overlijden in meer dan één Gewest gevestigd was?Externe link
  1. Wanneer moet een aangifte van nalatenschap worden ingediend?

    Een aangifte van nalatenschap moet worden ingediend wanneer door een overlijden de goederen van de overledene worden verkregen door zijn erfgenamen of door in zijn testament aangeduide legatarissen.

     

    TerugExterne link
  2. Moet er altijd een aangifte van nalatenschap worden ingediend?

    In principe is het indienen van een aangifte van nalatenschap verplicht.

    Er is echter een geval waarin de administratie zich soepeler zal opstellen wanneer u geen aangifte indient. De volgende 2 voorwaarden moeten dan vervuld zijn:

    1. de nalatenschap van de rijksinwoner bevat geen onroerende goederen

      en

    2. er is geen successierecht verschuldigd

    TerugExterne link
  3. Binnen welke termijn moet de aangifte van nalatenschap worden ingediend?

    De termijn voor het indienen van de aangifte van nalatenschap wordt bepaald door de plaats van het overlijden.
    De berekening van de termijn gebeurt van datum tot datum te rekenen vanaf de dag van het overlijden.

    • Als het overlijden plaatsheeft in België bedraagt de termijn 4 maand.
    • Als het overlijden plaatsheeft in een ander Europees land bedraagt de termijn 5 maand.
    • Als het overlijden plaatsheeft buiten Europa bedraagt de termijn 6 maand.

    Wanneer de laatste dag van de termijn samenvalt met een sluitingsdag van het registratiekantoor wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende openingsdag van het kantoor.

    TerugExterne link
  4. Kan de indieningstermijn voor de aangifte van nalatenschap worden verlengd?

    De erfgenamen kunnen, in geval van ernstige moeilijkheden, een aanvraag tot verlenging doen bij het registratiekantoor waar de aangifte moet worden ingediend.

    Een dergelijke aanvraag is niet meer mogelijk wanneer de indieningstermijn voor de aangifte van nalatenschap al verstreken is.

    De verlenging van de indieningstermijn brengt in geen geval een uitstel van de betalingstermijn of van de intresten met zich mee.

    TerugExterne link
  5. Wat gebeurt er wanneer de aangifte van nalatenschap laattijdig wordt ingediend?

    Wanneer de aangifte niet tijdig wordt ingediend, loopt iedere erfgenaam een boete op van 25 euro per maand vertraging.

    TerugExterne link
  6. Wie is verplicht de aangifte van nalatenschap in te dienen?

    De volgende personen zijn verplicht de aangifte van nalatenschap in te dienen:

    • voor de nalatenschap van een rijksinwoner:
      • de erfgenamen
      • de algemene legatarissen
    • voor de nalatenschap van een niet-rijksinwoner:
      • diegenen die de in België gelegen onroerende goederen verkrijgen die afhangen van de nalatenschap. Wanneer de onroerende goederen gelegen zijn in het ambtsgebied van verschillende kantoren EN verkregen werden door verschillende personen moet er per kantoor een aparte aangifte worden ingediend.

     

    TerugExterne link
  7. Mag ik als erfgenaam zelf de aangifte van nalatenschap opstellen?

    Omdat het opstellen van de aangifte van nalatenschap een grondige kennis van het fiscaal en burgerlijk recht vereist, doen de erfgenamen meestal een beroep op een bevoegd persoon (bijvoorbeeld een notaris).

    Maar u mag als erfgenaam de aangifte van nalatenschap natuurlijk ook zelf opstellen.

    U kan op het registratiekantoor waar u de aangifte moet indienen inlichtingen krijgen over de wettelijke voorschriften waaraan de aangifte moet beantwoorden. De medewerkers van het registratiekantoor mogen echter niet meewerken aan het opstellen van de aangifte zelf.

    TerugExterne link
  8. Hoe moet de aangifte van nalatenschap worden opgesteld?

    Voor het opstellen van de aangifte moeten de erfgenamen een formulier gebruiken dat hen samen met de uitnodiging tot indiening van de aangifte wordt opgestuurd door het bevoegde registratiekantoor. Het is niet omdat u geen formulier heeft ontvangen dat u geen aangifte moet indienen.

    Het formulier is gratis te krijgen in elk registratiekantoor, maar kan ook worden gedownload via de website www.myminfin.beExterne link. U gaat naar Myminfin zonder authentificatie en kiest het tabblad formulieren (onder gegevens en documenten), onder het thema Successierechten > Aangifte van nalatenschap. U heeft de keuze tussen een blanco aangifteformulier of een aangifteformulier met leidraad.

    Indien u zelf uw aangifteformulier downloadt, vraagt de administratie u wel om gebruik te maken van papier van goede kwaliteit. De individuele bladen moeten genummerd zijn en aan elkaar geniet. Onderaan het laatste blad wordt vermeld hoeveel bladen de aangifte telt: “Deze aangifte bevat … bladen.”

    In de aangifte moeten alle gegevens worden opgenomen die de berekening van het successierecht mogelijk maken d.w.z. de juiste samenstelling van de nalatenschap, de waarde van de goederen, wie wat uit de nalatenschap verkrijgt, enz.

    TerugExterne link
  9. Welke gegevens en goederen moeten worden aangegeven in de aangifte van nalatenschap?

    De volgende gegevens en goederen moeten worden vermeld in de aangifte van nalatenschap:

    • de ondergetekenden of aangevers

      De aangifte van nalatenschap moet worden ondertekend door alle aangevers. Niettemin kan iedereen afzonderlijk zijn eigen aangifte opstellen.
      De aangevers vermelden hun naam, voornamen, rijksregisternummer (bij gebrek aan het rijksregisternummer hun woonplaats, geboorteplaats en -datum) en de relatie tot de overledene. Indien de aangevers gehuwd zijn, vermelden zij ook de naam en voornamen van hun echtgenoot of echtgenote.

    • de overleden persoon

      De aangifte vermeldt de naam, voornamen, beroep, domicilie, geboorteplaats en -datum van de overledene. Ook de plaats en de datum van overlijden moeten worden vermeld.
      Ingeval de overledene een rijksinwoner betreft, moet de aangifte uitdrukkelijke melding maken van het adres, de datum en de duur van de vestiging van de verschillende fiscale woonplaatsen die de overledene gehad heeft in de periode van 5 jaar vóór zijn overlijden.

    • de uitgesloten erfgename

      Indien de overledene in zijn wilsbeschikking of een contractuele beschikking erfgenamen heeft uitgesloten, moet de identiteit van deze uitgesloten erfgenamen in de aangifte worden vermeld.

    • de erfgenamen, legatarissen of begiftigden

      Deze personen vermelden hun naam, voornamen, rijksregisternummer en wat door ieder van hen uit de erfenis wordt verkregen.

    • de keuze van woonplaats

      De erfgenamen, legatarissen en begiftigden kiezen één adres waarnaar alle correspondentie wordt gestuurd.

    • de schenkingen onder de levenden

      In de aangifte moet worden vermeld of de overledene aan zijn erfgenamen, legatarissen of begiftigden binnen de 3 jaar vóór zijn overlijden schenkingen heeft gedaan waarover al dan niet schenkingsrecht werd geheven.
      Indien dat het geval is, moet in de aangifte worden vermeld:
      • wie de begunstigde van deze schenking was,
      • waarover schenkingsrecht werd of moet worden geheven d.w.z. het bedrag van de schenking.

      Deze bepaling is ook van toepassing, ongeacht de datum van de akte, indien de schenking gedaan werd onder een opschortende voorwaarde die vervuld werd door het overlijden van de schenker of minder dan 3 jaar vóór dit overlijden.

    • het vruchtgebruik

      In de aangifte moet worden vermeld of de overledene vruchtgebruik of met fideï-commis bezwaarde goederen had.
      Indien dit het geval is
      • moet opgave worden gedaan van deze goederen,
      • moeten de personen worden aangeduid die tot het genot van de volle eigendom zijn gekomen of voordeel getrokken hebben uit het fideïcommis ten gevolge van het overlijden.
    • het huisraad/de inboedel

      Indien de overledene roerende goederen heeft nagelaten, moeten de aangevers in de aangifte vermelden of deze goederen wel of niet verzekerd waren tegen brand, diefstal of enig ander risico.

      Indien de goederen verzekerd waren, moeten voor alle op de overlijdensdag lopende polissen de volgende gegevens worden vermeld:
      • de naam / benaming en het adres van de verzekeraar
      • de datum en het nummer van de polis
      • de verzekerde goederen en de verzekerde waarde

      De aangevers moeten ook uitdrukkelijk bevestigen dat naar hun weten de goederen geen voorwerp uitmaken van andere polissen.

    • het aan te geven actief

      Wanneer de overledene een Belgisch rijksinwoner was, moet zijn hele vermogen, d.w.z. alle roerende en onroerende goederen in binnen- en buitenland, worden aangegeven. De nalatenschap van een rijksinwoner wordt belast met het successierecht.

      Opgelet!
      Ook goederen die niet behoren tot de nalatenschap van de overledene kunnen aan het successierecht onderworpen zijn:
    • het kapitaal of de rente verkregen uit een door de overledene afgesloten levensverzekering
    • de roerende goederen die de overledene binnen de 3 jaar voor zijn overlijden heeft geschonken waarover geen schenkingsrecht geheven werd


    Wanneer de overledene geen Belgisch rijksinwoner was, moet er enkel aangifte worden gedaan van zijn onroerende goederen in België. De nalatenschap van een niet-rijksinwoner wordt belast met het recht van overgang bij overlijden.

    Voor de roerende goederen moet, artikel per artikel, een nauwkeurige beschrijving en begroting worden gegeven. Voorbeelden van roerende goederen die deel uitmaken van het belastbaar actief zijn:

    • bankrekeningen, koffers …
    • liggende gelden, kasbons, aandelen …
    • persoonlijke voorwerpen
    • meubels
    • verzamelingen
    • auto’s, caravans, boten …


    Voor de onroerende goederen moet van ieder onroerend goed dat deel uitmaakt van de nalatenschap de kadastrale aanduiding (afdeling, sectie en perceelnummer) worden vermeld.

    • het passief (schulden, begrafeniskosten …)

      Wanneer de overledene een Belgisch rijksinwoner was, mogen bepaalde kosten en schulden worden afgetrokken van het belastbaar actief.

      Kosten en schulden die als passief kunnen worden ingebracht, zijn:
      • de begrafeniskosten:
        • de lijkkist, de grafsteen
        • de kerkdienst, de doodsbrieven, het rouwmaal op de dag van de begrafenis …
      • schulden van de overledene die bestaan op het ogenblik van zijn overlijden:
        • de kosten van de laatste ziekte
        • de facturen van telefoon, water, gas, elektriciteit, belastingen …

      Ook andere schulden kunnen als passief worden opgenomen. Voor iedere schuld moet de volgende gegevens worden vermeld:
      • de naam, voornamen en domicilie van de schuldeiser
      • de oorzaak van de schuld
      • de datum van de akte, zo er een bestaat.

      De erfopvolgers moeten het bestaan van de schuld, het bedrag ervan en het deel ten laste van de overledene kunnen bewijzen. De bewijsstukken moeten bij de aangifte van nalatenschap worden gevoegd. Voor de begrafeniskosten volstaan onkostennota’s en facturen als bewijs.

      Wanneer de overledene geen Belgisch rijksinwoner was, kan in principe geen enkel passief worden afgetrokken.

      Opgelet:
      Vlaams Gewest: Als de overledene geen Belgische Rijksinwoner was, maar zijn domicilie of zetel van vermogen gevestigd was binnen de Europese Economische Ruimte, kan het passief (schulden) waarvan de erfopvolgers het bewijs leveren dat ze specifiek werden aangegaan om onroerende goederen te verwerven of te behouden, in aanmerking worden genomen.
      Waals Gewest: Alle schulden die in het bijzonder betrekking hebben op in België gelegen onroerende goederen kunnen als passief in aanmerking worden genomen.

    TerugExterne link
  10. Wie bepaalt de waarde van de goederen uit de nalatenschap?

    Het zijn de erfgenamen die de waarde van de goederen moeten schatten.

    De waarde van de goederen die moet worden aangegeven is de verkoopwaarde op de dag van het overlijden.

    Voor onroerende goederen die in België gelegen zijn, zijn er 2 manieren om de waarde te bepalen:

    1. De erfgenamen maken zelf op basis van recente gegevens (bijvoorbeeld de verkoopprijs van vergelijkbare goederen in dezelfde omgeving) een schatting. Wanneer de administratie vindt dat een goed te laag werd geschat in de aangifte van nalatenschap brengt zij haar eigen schatting ter kennis van de erfgenamen.
    2. De erfgenamen laten op hun kosten de verkoopwaarde van de goederen door een of drie deskundigen schatten. Deze methode wordt ‘voorafgaande schatting’ genoemd. De schatting moet tijdig (d.w.z. vóór de indiening van de aangifte en uiterlijk vóór het verstrijken van de indieningstermijn) worden aangevraagd. U doet deze aanvraag door een aangetekende brief te richten aan de ontvanger van het registratiekantoor waar de aangifte van nalatenschap moet worden ingediend. De door de deskundigen vastgestelde waarde is bindend voor de aangevers en de administratie. Er kan dus geen meerwaarde worden gevestigd op goederen die volgens deze procedure zijn geschat.

    TerugExterne link
  11. Waar moet de aangifte van nalatenschap worden ingediend?

    a) De overledene is een rijksinwoner

    De aangifte van nalatenschap van een rijksinwoner moet worden ingediend in het registratiekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar de overledene zijn laatste fiscale woonplaats heeft gehad.

    Uitzondering
    Deze regel geldt niet wanneer de fiscale woonplaats van de overledene in de 5 jaar voor zijn overlijden in meer dan één Gewest (Vlaams Gewest, Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Waals Gewest) gevestigd was (zie hierna: Waar moet de aangifte van nalatenschap worden ingediend wanneer de fiscale woonplaats van de overleden rijksinwoner in de vijf jaar voor zijn overlijden in meer dan één Gewest gevestigd was?)

    b) De overledene is een niet-rijksinwoner

    De aangifte van nalatenschap van een niet-rijksinwoner moet worden ingediend in het registratiekantoor dat bepaald wordt door de ligging van de in België gelegen onroerende goederen die aan de overledene toebehoorden.

    Wanneer door eenzelfde erfgenaam verschillende onroerende goederen worden verkregen die gelegen zijn op plaatsen waarvoor verschillende registratiekantoren bevoegd zijn, is het bevoegde kantoor dat van de plaats waar zich het deel van de goederen bevindt met het hoogste federaal kadastraal inkomen.

    TerugExterne link
  12. Waar moet de aangifte van nalatenschap worden ingediend wanneer de fiscale woonplaats van de overleden rijksinwoner in de vijf jaar voor zijn overlijden in meer dan één Gewest gevestigd was?

    Indien de fiscale woonplaats van de overleden rijksinwoner in de vijf jaar voor zijn overlijden in meer dan één Gewest gevestigd was, moet de aangifte worden ingediend:

    • in het registratiekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar de overledene zijn laatste fiscale woonplaats heeft gehad.
    • binnen het Gewest waar de fiscale woonplaats van de overledene in die 5 jaar het langst gevestigd was.

    Voorbeeld:

    De overledene had in de vijf jaar voor zijn overlijden de volgende fiscale woonplaatsen:

    • twee jaar in Namen (Waals Gewest)
    • een jaar in Brussel (Brussels Hoofdstedelijk Gewest)
    • een jaar in Gembloux (Waals Gewest)
    • een jaar in Antwerpen (Vlaams Gewest).

    Het Gewest waar hij over de periode van vijf jaar het langst zijn fiscale woonplaats heeft gehad is het Waals Gewest (twee jaar + een jaar). De aangifte moet worden ingediend in het kantoor van Gembloux (laatste fiscale woonplaats in het Waals Gewest).

    TerugExterne link