Zelfstandige groeperingen van personen in de financiële sector: impact van de arresten van het Europees Hof van Justitie op de huidige reglementering

Datum:
27 september 2017

Artikel 44, §2bis, van het Btw-Wetboek voorziet in een btw-vrijstelling voor diensten verricht aan hun leden door zelfstandige groeperingen van personen onder welbepaalde voorwaarden. Een toelichting bij deze vrijstelling vindt u terug in de Circulaire AAFisc nr. 31/2016 (nr. E.T.127.540) van 12 december 2016.

Op 21 september 2017 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie beslist dat diensten van zelfstandige groeperingen van personen waarvan de leden een economische activiteit op het gebied van financiële diensten uitoefenen, niet in aanmerking komen voor voormelde vrijstelling (arrest C-326/15 - DNB Banka tegen de Letse belastingdienst en arrest C-605/15 - Minister van Financiën van Polen tegen Aviva Towarzystwo Ubezpieczeń na Życie S.A. w Warszawie).

 De Algemene Administratie van de Fiscaliteit heeft kennis genomen van voormelde arresten en onderzoekt momenteel de mogelijke gevolgen van deze arresten op de huidige Belgische reglementering inzake de btw-vrijstelling voor diensten verricht aan hun leden door zelfstandige groeperingen van personen, zoals voorzien in artikel 44, §2bis, van het Btw-Wetboek.

Een officieel standpunt volgt later.