UBO-register

1. Hoe moet u informatie in het UBO-register invullen?

U heeft tijd tot 30 september 2019 om uw uiteindelijke begunstigden voor de eerste maal te registreren. Er komt geen bijkomend uitstel maar de administratie zal tot 31 december 2019 een gedoogbeleid voeren en in die periode geen sancties toepassen. U kunt uw uiteindelijke begunstigden registreren door u aan te melden bij de toepassing op het MyMinfin-portaal.

Dit zijn de verschillende gebruikershandleidingen om u in deze procedure te helpen:

Een video is ook beschikbaar om u te laten zien hoe u een uiteindelijke begunstigde in minder dan 5 minuten kunt registreren in het UBO-register!

Twee andere video's zijn ook beschikbaar:

Heeft u een probleem met de applicatie? Neem dan contact op met het Contact Center van de FOD Financiën op 0257/257 57.

2. Hoe kunt u zich voorbereiden?

Het koninklijk besluit is van kracht gegaan op 31 oktober 2018. U kan: 
  • een wettelijke vertegenwoordiger of een gevolmachtigde met een e-ID die de informatie genoemd in het koninklijk besluit via het elektronische platform MyMinfin in naam van uw organisatie invullen;
  • bepalen tot welke categorie uw uiteindelijke begunstigde behoort;
  • beschikken over nauwkeurige en uitvoerige informatie over de uiteindelijke begunstigden van uw organisatie en van alle juridische entiteiten waarvan uw uiteindelijke begunstigden gebruikmaken om zeggenschap over uw organisatie uit te oefenen;
  • beschikken over bewijsstukken waaruit blijkt dat uw informatie toereikend, accuraat en actueel is;
  • zorgen voor procedures binnen uw organisatie zodat elke wijziging in de informatie over uw uiteindelijke begunstigden binnen de maand aan het UBO-register wordt overgemaakt.

 Een algemene FAQ  (PDF, 1.05 MB)(bijgewerkt op 19/07/2019, addenda van 16/09/2019, zie paragraaf 2.1.4) is beschikbaar.

Daarnaast is er ook een  FAQ over de Stichting Administratiekantoor (PDF, 333.29 KB).

3. Wat zijn de grondslagen en beginselen van het UBO-register?

De wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten (hierna de “Wet”) voorziet in het invoeren van een register van uiteindelijke begunstigden in België (in het Engels ‘UBO’ genoemd, dat staat voor ‘Ultimate Beneficial Owner’; hierna het “UBO-register”). 

De Wet zet de Europese Richtlijn 2015/849 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (de “4de Richtlijn AML”) om, op grond waarvan de lidstaten verplicht zijn om wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen te nemen opdat:
  1. binnen hun grondgebied opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten toereikende, accurate en actuele informatie over hun uiteindelijke begunstigden inwinnen en bijhouden, waaronder detailgegevens over de door de uiteindelijke begunstigden gehouden economische belangen;
  2. er een centraal register met informatie over de uiteindelijke begunstigden van die entiteiten zou zijn om de toegang tot die informatie te vereenvoudigen.

De Wet voorziet aldus in de verplichting (1) voor vennootschappen, (internationale) vzw’s en stichtingen om toereikende, accurate en actuele informatie over hun uiteindelijke begunstigden in te winnen en bij te houden en (2) voor bestuurders om binnen de maand gegevens over de uiteindelijke begunstigden elektronisch naar het UBO-register te sturen.

4. Uiteindelijke begunstigde: over wie gaat het?

De Wet somt verschillende categorieën van uiteindelijke begunstigden op volgens de juridische entiteit waaraan ze verbonden zijn. In de Wet wordt een onderscheid gemaakt tussen drie soorten juridische entiteiten, namelijk vennootschappen, (internationale) vzw’s en stichtingen en trusts en andere juridische entiteiten die vergelijkbaar zijn met trusts. 

Worden beschouwd als uiteindelijke begunstigden in het geval van vennootschappen:

  1. De natuurlijke perso(o)n(en) die rechtstreeks of onrechtstreeks een toereikend percentage van de stemrechten of van het eigendomsbelang in deze vennootschap houdt/houden, met inbegrip van het houden van aandelen aan toonder;
    Een door een natuurlijke persoon gehouden belang van meer dan vijfentwintig procent van de stemrechten of van meer dan vijfentwintig procent van de aandelen of het kapitaal van de vennootschap, geldt als een indicatie van een toereikend percentage van de stemrechten of van het direct belang. Raadpleeg de veelgestelde vragen op onze website voor meer informatie over de identificatie van indirecte uiteindelijke begunstigden (zie punt 5.3).
  2. De natuurlijke perso(o)n(en) die zeggenschap heeft/hebben over deze vennootschap via andere middelen (bv. Aandeelhoudersovereenkomst, het recht om de leden van de raad van bestuur te benoemen, vetorecht).
  3. De natuurlijke persoon of personen die behoort/behoren tot het hoger leidinggevend personeel, indien na uitputting van alle mogelijke middelen en op voorwaarde dat er geen gronden voor verdenking bestaan, geen van de bedoelde personen is geïdentificeerd, of indien er enige twijfel bestaat of de geïdentificeerde persoon of personen de uiteindelijke begunstigde(n) is, respectievelijk zijn (bv. De genomen stappen om de eerste twee categorieën te identificeren, resulterend uit uitgevoerd onderzoek).
Worden beschouwd als uiteindelijke begunstigden in het geval van (internationale) vzw’s en stichtingen:
  1. de leden van de raad van bestuur;
  2. de personen die gemachtigd zijn de vereniging te vertegenwoordigen;
  3. de personen belast met het dagelijks bestuur van de (internationale) vereniging of stichting;
  4. de stichters van een stichting;
  5. de natuurlijke personen of, wanneer deze personen nog niet werden aangeduid, de categorie van natuurlijke personen in wier hoofdzakelijk belang de (internationale) vereniging zonder winstoogmerk of stichting werd opgericht of werkzaam is;
  6. elke andere natuurlijke persoon die via andere middelen uiteindelijke zeggenschap over de (internationale) vereniging of stichting uitoefent.
Worden beschouwd als uiteindelijke begunstigden in het geval van trusts, fiducieën en andere juridische constructies die daarmee vergelijkbaar zijn:
  1. de oprichter; 
  2. de fiduciebeheerder(s) of trustee(s);
  3. de eventuele protector;
  4. de begunstigden, of wanneer de personen die de begunstigden van de fiducie of van de trust zijn, nog niet werden aangeduid, de categorie van personen in wier hoofdzakelijk belang de fiducie of de trust werd opgericht of werkzaam is; 
  5. elke andere natuurlijke persoon die wegens het feit dat hij directe of indirecte eigenaar is of via andere middelen, uiteindelijke zeggenschap over de fiducie of de trust uitoefent.

5. FAQ en Nuttige documentatie

TECHNISCHE DOCUMENTATIE

WETTELIJKE DOCUMENTATIE