Dematerialisatie van effecten aan toonder

Context

Als gevolg van de wet van 14 december 2005 op de afschaffing van effecten aan toonder mogen de Belgische banken sinds 1 januari 2008 geen effecten in materiële vorm (papier) meer afleveren aan hun klanten. Sindsdien kunnen effectentransacties in ons land enkel nog via een effectenrekening gebeuren.

Dit betekent dat u nog enkel nieuwe effecten van een Belgische vennootschap, van een Belgische bank of zelfs van de Belgische Staat kan kopen hetzij via een effectenrekening hetzij via een inschrijving op uw naam.

Alle papieren effecten die u werden afgeleverd vóór 2008 heeft uw bank kunnen dematerialiseren tot en met 31 december 2013.

Werden er nog papieren effecten teruggevonden tussen 1 januari 2014 en 31 december 2014, dan kon u die enkel nog aanbieden bij de uitgever van de effecten of bij zijn financiële vertegenwoordiger.

De uitgever verkocht de effecten waarvan de titularis zich niet kenbaar heeft gemaakt voor 1 januari 2015. De uitgever heeft de bedragen afkomstig van de verkoop bij de Deposito- en Consignatiekas (DCK) gestort.  De effecten die niet zijn verkocht waren op 30 november 2015, werden ook aan de DCK overgedragen.   

De DCK gaat sinds 1 februari 2016 over tot de teruggave van de bedragen afkomstig van de verkoop alsook van de onverkochte effecten. De persoon die de teruggave vraagt, moet het papieren effect samen met zijn aanvraag indienen en zal een boete verschuldigd zijn die wordt berekend per jaar achterstand vanaf 1 januari 2016 (jaar 2016 inbegrepen).

Wegens technische redenen is de DCK nog niet in staat de opdrachten i.v.m. BEVEKS te behandelen. De DCK doet er alles aan om binnen een redelijke termijn met de behandeling van deze opdrachten te starten.

Belfius, de effecten- en deviezenbeheerder van de DCK, is in geen geval verantwoordelijk voor de vertragingen die deze situatie veroorzaakt. De DCK wenst zich te verontschuldigen bij de houders van deze effecten en bij alle betrokken partijen voor de het ongemak dat deze vertraging veroorzaakt.

Overdrachtsmodaliteiten

Het koninklijk besluit van 25 juli 2014 legt de modaliteiten vast van de overdracht aan de DCK van de opbrengst van de verkoop van de effecten en van de onverkochte effecten.  Artikel 8 van dit koninklijk besluit bepaalt dat deze overdracht moest plaatsvinden tussen 1 en 31 december 2015.

Dit artikel verduidelijkt eveneens welke inlichtingen in het kader hiervan aan de DCK moeten worden meegedeeld.  Door deze inlichtingen zal het voor de Kas mogelijk zijn: 

  • de teruggave van de effecten of de opbrengst van de verkoop te waarborgen aan de rechthebbenden die hiervoor een aanvraag zullen doen;
  • de inning te waarborgen van de boete die in de wet is voorzien.

Om deze inlichtingen op een uniforme wijze en binnen de door de wet toegestane termijn te verkrijgen, heeft de DCK voor de uitgevers van effecten een webapplicatie uitgewerkt: de applicatie CDCK DMAT.

Wetgeving

Wet van 14 december 2005  houdende afschaffing van de effecten aan toonder (B.S. 23 december 2005).

Koninklijk besluit van 25 juli 2014 tot uitvoering van artikel 11 van de wet van 14 december 2005 tot vastlegging van de nadere regels voor de verkoop door de emittent, voor de overdracht van de opbrengst van die verkoop en van de onverkochte effecten aan de Deposito- en Consignatiekas en voor de teruggave van die effecten (B.S. 8 september 2014)

Koninklijk besluit van 25 juli 2014 tot uitvoering van artikel 11 van de wet van 14 december 2005 tot berekening van de boete (B.S. 29 augustus 2014)

Praktische vragen

  1. Wanneer is de applicatie toegankelijk?

    De applicatie CDCK DMAT is sinds 1 december 2015 toegankelijk voor de uitgevers van effecten of hun financiële vertegenwoordiger.

    Terug
  2. Hoe zullen de uitgevers toegang hebben tot de applicatie?

    De link naar de applicatie staat vermeld op deze website.

    De applicatie CDCK DMAT zal toegankelijk zijn na een voorafgaande identificatie die gebeurt aan de hand van de elektronische identiteitskaart of een token.

    Voor meer informatie over de identificatie zie "Mijn e-gov profiel" https://iamapps.belgium.be/sma/generalinfo?language=nl.

    Terug
  3. Welke zijn de verschillende fases binnen het proces van overdracht?

    De uitgever deelt aan de DCK de overdracht mee die hij wil uitvoeren.  Deze kennisgeving wordt rechtstreeks in de informaticatoepassing CDCK DMAT gedaan hetzij via een manuele invoer hetzij via de upload van een XML-bestand. Voor elk effect moet er een afzonderlijke kennisgeving worden gedaan en elk effect wordt in de applicatie op een unieke manier geïdentificeerd door de combinatie ISIN-code - Datum van uitgifte.

    • Wanneer de overdracht verkochte effecten bevat,
      • kent de applicatie CDCK DMAT aan de betaling die moet worden uitgevoerd een nummer toe dat als gestructureerde mededeling moet worden gebruikt en deelt dit per e-mail mee aan de uitgever gelijktijdig met de bevestiging van het over te dragen bedrag. 
      • De uitgever geeft aan het Werkstation 1 van de DCK de opdracht tot vrijgave van fondsen ten belope van het over te dragen bedrag.  De gestructureerde mededeling die moet worden gebruikt, wordt eveneens meegedeeld aan het Werkstation.
      • Het Werkstation 1 gaat over tot de overschrijving van het bedrag naar de bankrekening Dmat van de DCK.
      • De applicatie CDCK DMAT brengt het ontvangen bedrag samen met de gegevens van de notificatie aan de hand van het nummer van de gestructureerde mededeling en het bedrag.
      • Nadat deze gegevens zijn samengebracht, wordt de overdracht bevestigd aan de uitgever.
    • Wanneer de overdracht geen verkochte effecten bevat maar enkel effecten op naam, wordt deze overdracht bevestigd bij het invoeren van de notificatie in de applicatie CDCK DMAT.
    Terug
  4. Welke informatie moet worden meegedeeld bij de notificatie van de overdrachten?

    Bij de kennisgeving van een overdracht moet de volgende informatie worden meegedeeld:

    • Identificatiegegevens van de vennootschap die het effect uitgeeft.
    • Identificatiegegevens van de eventuele tussenvennootschap (top van de pyramide, uitbetalende instantie,...).
    • Identificatiegegevens van het effect dat wordt overgedragen (overdracht van effecten op naam en/of van de opbrengst van de verkoop).
    • Verdeling van de aandelen na de verkoopverrichtingen:
      • Aantal aandelen dat nog in omloop is in de vorm van effecten aan toonder;
      • Aantal aandelen dat werd verkocht bij de verkooprondes;
      • Aantal onverkochte aandelen dat nominatief aan de DCK werd overgedragen.
    • Gegevens die nodig zijn voor de berekening van het bedrag van de boete en voor de berekening van het bedrag dat bij verkoop aan de rechthebbenden moet worden terugegeven:
      • Basiswaarde voor de berekening van de boete (KB van 24 juli 2014, art. 1), per aandeel.  Deze waarde komt overeen:
        • voor de verkochte effecten met de gewogen gemiddelde prijs die bij de verkoop van die effecten werd verkregen;
        • voor de effecten waarvan slechts een deel kon worden verkocht, met de gewogen gemiddelde prijs die werd verkregen voor de effecten die konden worden verkocht; 
        • voor de effecten waarvan geen enkele kon worden verkocht op basis van de laatste gekende koers op de dag dat de effecten bij de DCK werden gedeponeerd, indien die effecten op een markt worden toegelaten; van de richtprijs vastgesteld door de veilingmeester op het ogenblik dat die effecten te koop werden aangeboden, indien ze niet op een markt zijn toegelaten.
      • Bedrag overgedragen aan de DCK.
      • Totaalbedrag van de verkopen;
      • Teruggavewaarde, per aandeel (gemiddelde verkoopwaarde - kosten);
    • Identificatie van de mogelijke coupures voor de uitgegeven effecten aan toonder.
    • Identificatie van de laatste te betalen coupon voor de datum van de eerste verkoopronde.  Deze en de vorige coupons blijven door de houder van het papieren effect inbaar bij de uitgever.
    • Indien de informatie beschikbaar is, een gedetailleerde lijst van de effecten aan toonder die nog in omloop zijn;
      • Hetzij volledig;
      • Hetzij gedeeltelijk.
    Terug
  5. Van welke kanalen kan men gebruikmaken om de overdrachten mee te delen?

    De informatie moet verplicht worden meegedeeld via de applicatie CDCK DMAT.  Er zijn twee mogelijkheden:

    • Hetzij door het manueel invoeren van de informatie in de applicatie.
    • Hetzij door het uploaden van een XML-bestand dat de informatie bevat.

    Een gebruikershandleiding is beschikbaar.
    De toepassing is bereikbaar via deze site: https://financienpr.belgium.be/nl/e-services/CDCK
     Technische specificaties van het XML-bestand:

    • Beschrijving van het XML-bestand
    • XSD-schema
    Terug