Notarisgelden

Notarisgelden

  1. Wat zijn notarisgelden?

    Notarisgelden zijn gelden overgemaakt door een notaris; dit kunnen derdengelden zijn, of niet-teruggevorderde sommen.

    Gelden van derden die een notaris ontvangt, moeten conform de wet binnen de maand na ontvangst geconsigneerd worden op een bijzondere rekening bij een kredietinstelling1 of bij de Deposito- en Consignatiekas. Het beheer van de bijzondere rekening berust uitsluitend bij de notaris.

    Daarnaast moet een notaris ook alle sommen die niet binnen de twee jaar na afsluiting van een dossier zijn teruggevorderd, in de Deposito- en Consignatiekas storten.

    1. Een kredietinstelling ingeschreven op één van de lijsten bedoeld in artikelen 13 en 65 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen
    Terug
  2. Hoe worden notarisgelden overgemaakt aan de Deposito- en Consignatiekas?

    • De notaris mailt de Deposito- en Consignatiekas op info.cdcdck@minfin.fed.be dat hij de sommen plaatst in toepassing van art. 3 & 4 (beheer door notaris), of art. 5 (geen beheer door notaris) van het KB van 10.01.2002 en geeft de nodige informatie over de storting: een toelichting van het dossier, en het te storten bedrag.
    • De notaris stort het bedrag op rekeningnummer IBAN BE58 6792 0040 9979 BIC PCHQBEBB met mededeling ‘Rekening 9’ + naam dossier
    • De Deposito- en Consignatiekas schrijft de sommen in op een bijzondere rekening geopend op naam van de notaris, onder een afzonderlijke rubriek.
    • De notaris ontvangt van de Deposito- en Consignatiekas een bewaargevingbewijs als bewijs van zijn storting.
    Terug
  3. Hoe legt een notaris effecten neer bij de Deposito- en Consignatiekas?

    Effecten worden neergelegd als gerechtelijke consignaties in effecten; hoe dat gebeurt, staat hier.

    Terug
  4. Hoe worden notarisgelden terugbetaald?

    Wanneer de sommen geplaatst worden in toepassing van artikel 3 & 4 van het KB van 10.01.2002, kan enkel de notaris de terugbetaling van de sommen vragen.

    Wanneer de sommen geplaatst worden in toepassing van artikel 5 van het KB van 10.01.2002, kunnen enkel de rechthebbende(n) of zijn/ haar erfgenamen de terugbetaling van deze sommen schriftelijk vragen. De notaris kan dit niet meer, tenzij op verzoek van de rechthebbende(n) of zijn/ haar erfgenamen.

    De rechthebbende voegt een recto-verso kopie van de identiteitskaart toe, en het rekeningnummer waarop de terugbetaling moet gebeuren.

    De erfgenamen voegen een kopie van de erfenisakte toe, recto-verso kopieën van de identiteitskaart van elke erfgenaam, en het rekeningnummer waarop de terugbetaling moet gebeuren.

    Terug
  5. Wanneer is een bewaargeving van notarisgelden verjaard? Wanneer worden interesten uitbetaald?

    Voor de bewaargevingen uitgevoerd in toepassing van art. 3 & 4 van het KB van 10.01.2002, is er geen verjaring.

    De intresten van deze rubriekrekening worden slechts berekend en uitbetaald bij het afsluiten van de rekening. Er is geen verjaring van intresten.

    Voor deze bewaargevingen uitgevoerd in toepassing van art. 5 van het KB van 10.01.2002 bedraagt de verjaringstermijn voor het kapitaal 30 jaar, te rekenen vanaf de laatste verrichting of schrijven in dit dossier, en voor de interesten in principe 5 jaar, tenzij er schorsing of stuiting van verjaring is opgetreden.

    De intresten worden in principe uitbetaald bij het opvragen van het kapitaal.

    Terug