FAQ

 
  1. Moeten de volgende vakken in België al dan niet verplicht worden ingevuld?
  2. Accijnsgoederen kunnen bij de afzender pas vertrekken na validatie van het e-AD.  Beladingen van bulkschepen vinden veelal plaats tijdens de weekends en 's nachts. Voor dergelijke trafieken worden vandaag de "papieren" AGD's tijdens de kantooruren opgemaakt waarbij enkel nog de vakken voor de vermelding van de gewichten en hoeveelheden achteraf dienen te worden ingevuld. De "onvolledige” AGD's worden dan bezorgd aan de medewerkers van de laadplaats. Aldaar worden na belading van het schip de ontbrekende gegevens (gewicht, hoeveelheden, densiteit, enz) dan verder aangevuld met de pen en wordt het document in kwestie overhandigd aan de schipper. Mag derhalve voor de "bulkzendingen" van accijnsproducten dan continu gebruik gemaakt worden van de noodprocedure (papieren document “Nooddocument ten geleide van overbrengingen van accijnsgoederen onder schorsing van accijns”  en insturen van het voorlopig e-AD de dag nadien)?

 
1.Blijft de procedure “Leveringen met uitslag tot verbruik” bedoeld bij cijfers 105 en 106 van de administratieve commentaar van het Boekwerk Accijns Bewegingen 2004 (D.I. 720) behouden?

Ja, deze procedure zal verder binnen België kunnen worden toegepast. Naargelang het geval zal er wekelijks of maandelijks een fictieve globalisatie e-AD moeten worden opgesteld.

Als verzonden hoeveelheid moet per GN-code de totale wekelijkse of maandelijkse verzonden hoeveelheid worden vermeld.

In een nog nader te bepalen vak van het e-AD moet een verwijzing voorkomen naar de vergunning die toelaat gebruik te maken van de procedure “Leveringen met uitslag tot verbruik”.

Een gedetailleerde lijst met alle uitslagen waarop het globalisatie e-AD betrekking heeft moet bij het insturen van het e-AD afzonderlijk worden verzonden naar de erkend entrepothouder.

Bovendien zal de procedure van leveringen met uitslag tot verbruik opgenomen moeten zijn in de vergunning van de erkend entrepothouder die de goederen zal uitslaan en de erkend entrepothouder die de goederen in verbruik zal stellen.
2.Wat is het gevolg van de invoering van EMCS op reeds bestaande vergunningen?
 
3.Kan de vereenvoudigde procedure voor het verkeer tussen de opslagplaatsen van eenzelfde belastingentrepot bedoeld bij cijfers 99 tot 104 van de administratieve commentaar van het Boekwerk Accijns Bewegingen 2004 (D.I. 720) verder worden toegepast?

Voor de voorraadverplaatsingen binnen België blijft deze procedure behouden mits hiervoor een toelating werd bekomen. Bij gebruikmaking van het grondgebied van een andere lidstaat dient voor elke zending tussen de verschillende belastingentrepots van de erkend entrepothouder een e-AD te worden opgesteld
4.Blijft een vergunning nodig om volgens Belgische normen gemerkte en/of gekleurde energieproducten te ontvangen vanuit een andere lidstaat?

Een vergunning blijft vooralsnog vereist. Het huidige systeem van voorafgaande kennisgeving blijft van toepassing tot de integratie van risico-analyse in EMCS.
5.Kan het systeem van ”splitsing van e-AD’s” in België worden toegepast?

Zoals dit het geval was bij AGD’s zal de procedure van “splitsing van e-AD’s” in België niet worden voorzien. Bijgevolg kan het “bericht van splitsing” door een Belgische afzender nooit worden gebruikt.
6.Blijft de procedure “Wijziging van bestemming” bedoeld bij cijfer 82 van de administratieve commentaar van het Boekwerk Accijns Bewegingen 2004 (D.I. 720) behouden? Behoudt het e-AD desgevallend haar oorspronkelijke identificatienummer?

Door middel van een specifieke procedure zal met EMCS de mogelijkheid blijven bestaan om de bestemming op het e-AD te wijzigen. Een wijziging zal door de afzender kunnen worden aangebracht voordat de goederen ter bestemming zijn aangekomen. Het oorspronkelijk identificatienummer (ARC-nummer) van het e-AD blijft hierbij behouden.

Er kan door de inhoud van het bericht van ontvangst een wijziging van bestemming vereist zijn, nl. indien er een gehele of een gedeeltelijke weigering is. Deze bestemmingswijziging heeft dan betrekking op de resterende hoeveelheid van de zending. Ook hiervoor blijft het oorspronkelijk identificatienummer (ARC-nummer) van het e-AD behouden.
7.Wat zijn de procedures bij het bunkeren van schepen in België en in een andere lidstaat?

Deze procedures moeten nog worden ontwikkeld in overleg met de autoriteiten van andere lidstaten.
8.Vragen met betrekking tot de Message Implementation Guide (MIG)
- IE815 – Draft e-AD (voorlopig e-AD)
1.Transport Arrangement
Is er hiërarchie tussen codes (vb. als afzender en ook eigenaar van, de goederen)
Indien in het vak “Regeling vervoer” (vak 1c) code ‘3’ (“Eigenaar van de goederen”) of code ‘4’ (“Overige”) wordt vermeld, dan pas dient het vak “Handelaar organisator van het vervoer” te worden ingevuld.
De hiërarchie in de in het vak 1c op te geven codes bestaat erin dat de vermelding “Afzender” of “Geadresseerde” primeert boven de andere vermeldingen (“Eigenaar van de goederen” of “Overige”).
2.Import SAD
Wordt deze code automatisch doorgekopieerd?
Antwoord zal volgen.
3.Office competent authority at dispatch (in geval van centraal beheer)
Lokaal kantoor of centrale controleautoriteit?
Het kantoor vermeld op de vergunning dient aangegeven te worden.
4.Movement guarantee
Worden alle mogelijkheden in België voorzien
Vb. Gezamenlijke waarborg bestemmeling-afzender.
Enkel een zekerheid gesteld door de afzender wordt aanvaard.
5.Transport details
Kan tot 99x voorkomen in een voorlopige e-AD
Reden van dit hoge aantal?
Een trein kan bvb. bestaan uit tientallen afzonderlijk identificeerbare wagons.
6.Fiscal Mark / Fiscal Mark Used flag
- Wat wordt bedoeld?
- Hoe zal België hiermee omgaan (al dan niet verplichtend gebruik)?
Het vak ‘fiscaal merkteken’ is optioneel voor de afzender en hierin kan aanvullende informatie vermeld worden over de door de lidstaat van bestemming vereiste fiscale merktekens.
In het vak ‘indicatie fiscaal merkteken gebruikt’ moet verplicht waarde ‘1’ worden ingevuld indien fiscale merktekens worden gebruikt.
- IER818 – Report of receipt
1.Global Conclusion of Receipt
-Wat is de procedure in geval van een gedeeltelijke weigering?
In vak 7e (“Geweigerde hoeveelheid”) van het bericht van ontvangst moet de geweigerde hoeveelheid worden vermeld door de geadresseerde. De afzender moet dan vervolgens een bericht van wijziging van bestemming ingeven voor de geweigerde hoeveelheid.
-Op welke basis kan een douanekantoor de aanzuivering weigeren?
Indien in de uitvoeraangifte een reden van weigering wordt vermeld door het betrokken douanekantoor, wordt dit automatisch overgenomen in het bericht van uitvoer. De mogelijke redenen voor weigering van uitgang worden bepaald door de douanewetgeving.
9.Hoe moet er worden gewerkt wanneer samen met het e-AD het certificaat van vrijstelling van BTW en accijnzen moet worden voorgelegd?

Er zijn drie mogelijke situaties:

1. Aankoop in België door een in België gevestigde vrijgestelde geadresseerde:
een nationale procedure dient gevolgd te worden maar die valt buiten EMCS

2. Aankoop in een andere lidstaat door een in België gevestigde vrijgestelde geadresseerde:
Voorafgaandelijk dient een certificaat van vrijstelling aangevraagd te worden bij de bevoegde dienst D.A. Dit certificaat moet vervolgens bezorgd worden aan de erkend entrepothouder in een andere lidstaat die de afzender zal zijn van de goederen.
Deze afzender moet een voorlopig e-AD opstellen en hij kan dan na validatie ervan de goederen versturen met een kopie van het e-AD (of een ander handelsdocument met de ARC) en het certificaat van vrijstelling.
Ondertussen stuurt de bevoegde dienst D.A. een kopie van het e-AD samen met een voorlopig bericht van ontvangst door aan de geadresseerde.
Bij aankomst van de goederen dient de geadresseerde het bericht van ontvangst in te vullen en te versturen naar de bevoegde dienst D.A. Deze laatste geeft vervolgens in EMCS de gegevens in voor het bericht van ontvangst en uiteindelijk verloopt de procedure verder zoals in het normale geval.

3. Aankoop in België door een in een andere lidstaat gevestigde vrijgestelde geadresseerde:
Voorafgaandelijk dient door de vrijgestelde geadresseerde een certificaat van vrijstelling aangevraagd te worden bij de bevoegde dienst in een andere lidstaat.
Dit certificaat moet vervolgens worden bezorgd aan de erkend entrepothouder in België die instaat voor de verzending van de goederen. Deze afzender moet een voorlopig e-AD opstellen en hij kan dan na validatie ervan de goederen versturen met een kopie van het e-AD (of een ander handelsdocument met de ARC) en het certificaat van vrijstelling.
Uiteindelijk zal een kopie van het bericht van ontvangst aan de afzender afgeleverd worden via EMCS.
10.Moet in België het vak 9c (factuurdatum) van het e-AD verplicht worden ingevuld?

Ja, het vak 9c (“Factuurdatum”) van het e-AD moet verplicht worden ingevuld. Bij gebrek aan een factuur dient de datum van de leveringsbon of een ander handelsdocument te worden vermeld.
11.Moeten de volgende vakken in België al dan niet verplicht worden ingevuld?

het vak 9f (“Tijdstip van verzenden”): Ja
de vakken 12a (“Accijnsnummer handelaar”) en 12b (“Btw-nummer”): Nee
het vak 14a (“BTW-nummer van de vervoerder: Ja
het vak 15 (“HANDELAAR eerste vervoerder”): Ja
het vak 17p (“Handelsbenaming van de goederen”): Ja
het vak 17r (“Merknaam van het product “): Neen
12.Wat is de procedure bij “directe leveringen”?

Deze procedure die in artikel 17, 2. van de richtlijn 2008/118/EG (Publicatieblad Nr. L 009 van 14/01/2009 blz. 0012-0030) (http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2009:009:0012:01:NL:HTML) “rechtstreekse aflevering” wordt genoemd is gelijklopend met de gewone procedure voor de verzending naar een erkend entrepothouder of geregistreerde geadresseerde. De goederen zullen echter rechtstreeks naar een eindklant van de erkend entrepothouder van bestemming of de geregistreerde geadresseerde mogen verzonden worden waarbij deze eindklant niet over een vergunning beschikt om de goederen onder de schorsingsregeling te mogen ontvangen. In het vak 7 (“Plaats van levering”) moet het adres worden ingevuld waar er werkelijk zal geleverd worden.

Per e-AD kan er maar één plaats van rechtstreekse aflevering worden ingevuld. Deze plaats moet vooraf zijn vergund door de administratie van de lidstaat van bestemming. De naam van de werkelijke geadresseerde moet niet verplicht worden ingevuld maar wel het adres onder de vorm van een code.
Het bericht van ontvangst moet ingestuurd worden door de erkend entrepothouder of de geregistreerde geadresseerde die in het e-AD wordt vermeld als geadresseerde.

Daarenboven zal in een koninklijk besluit een nationale procedure opgenomen worden voor de opvolging van deze bewegingen.
13.Welke procedure moet door de afzender worden gevolgd bij een wijziging van een e-AD?

De volgende wijzigingen zijn toegestaan:
a) Annulering van het e-AD. De procedure is omschreven in artikel 4 van de toepassingsverordening 684/2009 van de Commissie van 24 juli 2009 (Publicatieblad Nr. L 197 van 29/07/2009 blz. 0024 – 0064) (http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2009:197:0024:01:NL:HTML ).
Voorwaarde is dat de goederen nog niet vertrokken zijn uit het belastingentrepot van vertrek.
b) Wijziging van de bestemming. De procedure is omschreven in artikel 5 van de toepassingsverordening 684/2009 van de Commissie van 24 juli 2009. Indien een bestemmingswijziging aanleiding geeft tot een wijziging van vervoermiddel dient dit eveneens op het e-AD te worden vermeld.
14.Welke procedure moet worden gevolgd als de bestemming wijzigt van uitvoer naar levering onder schorsing (of omgekeerd)?
 
15.Welke reistijd moet worden vermeld bij e-AD’s voor uitvoer?
 
De te vermelden reistijd wordt bepaald door het type vervoermiddel en de afstand waarover de zending zal worden vervoerd. Het betreft de reistijd tot het kantoor van uitvoer.

Wanneer de reistijd in uur wordt uitgedrukt mag maximaal 24 uur worden vermeld. Als de reistijd in dagen wordt weergegeven kan maximaal 92 dagen worden vermeld.
In ieder geval moet steeds de “normale” duur van de reis worden ingevuld.

16.Is globalisatie van e-AD’s binnen België mogelijk?

Zoals in het verleden het geval was, is het enkel mogelijk e-AD’s te globaliseren in het kader van de procedure “Leveringen met uitslag tot verbruik”.
17.Is globalisatie van e-AD’s van en naar andere lidstaten nog mogelijk?

Deze globalisatie moet bilateraal worden besproken met de betrokken lidstaat. Momenteel zijn er nog geen akkoorden afgesloten.
18.Kan een globalisatie van e-AD’s gecombineerd worden met de procedure “rechtstreekse aflevering”?

Globalisatie van e-AD’s zal nooit gecombineerd kunnen worden met de toepassing van de procedure “rechtstreekse aflevering”.
19.Als men het accijnsnummer van een geadresseerde vermeldt, wordt dan automatisch het adres ingevuld?

Ja, bij de web-applicatie.
Nee, bij de B2B applicatie.
20.Welk accijnsnummer moet worden vermeld bij verzendingen van en naar opslagplaatsen van een belastingentrepot van het type “centraal beheer”?

Net zoals bij alle andere zendingen, moeten zowel het accijnsnummer van de erkend entrepothouder als het accijnsnummer van de opslagplaats vermeld worden.
21.Vanaf welke datum mag een erkend entrepothouder in België e-AD’s opstellen? Starten alle Belgische erkende entrepothouders tegelijk op dezelfde datum of ligt de keuze bij de erkend entrepothouder zelf?

Vanaf 1 april 2010 tot en met 31 december 2010 ligt de keuze bij de erkend entrepothouder. Vanaf 1 januari 2011 moeten alle erkend entrepothouders e-AD’s opstellen.
22.Moeten alle opslagplaatsen behorende tot het belastingentrepot type “centraal beheer” tegelijk starten met EMCS of mag er opslagplaats per opslagplaats gestart worden?
23.Wanneer wordt PWS (Parallel Warning System) gestopt? Vanaf 1 januari 2011 of vanaf het ogenblik dat een erkend entrepothouder e-AD’s opstelt?

PWS wordt stopgezet op een nader te bepalen datum in overleg met de deelnemende lidstaten.
24.Is er een voorgeschreven omschrijving of een extra veld bij de code accijnsgoed om te melden dat aan een product al of niet Solvent Yellow 124 werd toegevoegd?

Er zijn afzonderlijke codes accijnsgoederen voor al dan niet gemerkte producten. Indien een product is gemerkt, kan optioneel aanvullende informatie omtrent het gebruikte merkteken toegevoegd worden.
25.Wat wordt er bedoeld met de “accijnscode” van een product?

Met de code accijnsgoed van een product worden de codes in bijlage II, 11 van de toepassingsverordening bedoeld.
26.Moet men de nummerplaten van trekker en oplegger vermelden bij vervoer per vrachtwagen of volstaat de standaardvermelding “trekker/oplegger”?

De nummerplaten van trekker en oplegger moeten worden vermeld in vak 16b (“Identiteit vervoerseenheden”) van het e-AD.
27.Wat wordt bedoeld met “Code vervoerseenheid” en met “Identiteit vervoerseenheid”?

De in vak 16a in te vullen “Code vervoerseenheid” is de code met betrekking tot de in vak 13a opgegeven vervoerswijze. De codes zijn opgenomen in bijlage II, codelijst 8 van de toepassingsverordening.

De in vak 16b in te vullen “Identiteit vervoerseenheid” is het registratienummer van de vervoerseenheid (vervoerseenheden).
28.Wat dient er in het vak “Invoice number” te worden ingevuld als bij de lading het factuurnummer niet gekend is (bvb. bij maandelijkse facturatie)?

Het nummer van de leveringsbon of van een ander handelsdocument.
29.Wat dient er in het vak “Invoice date” te worden vermeld als er geen factuur is op het ogenblik van de lading?

De datum van de leveringsbon of van een ander handelsdocument.
30.Wat is de betekenis van “het volgnummer” van een e-AD?

Het volgnummer (Vak 1f) is een technisch identificatienummer dat wordt verstrekt door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending bij geldigmaking van het voorlopig e-AD en bij iedere wijziging. Dit nummer heeft waarde 1 bij de geldigmaking en wordt vervolgens telkens verhoogd met 1 door de lidstaatadministratie van verzending bij iedere wijziging van bestemming.
31.Hoe verloopt de noodprocedure?

http://plda.fgov.be/nl/noodprocedure_EMCS
32.In welk vak moet het nummer van een eventuele noodprocedure worden vermeld?

Hiervoor is geen specifiek vak voorzien in het papieren document, doch het nummer dient vermeld te worden op de aangifte die de goederen zal begeleiden. Achteraf bij het insturen van het elektronische exemplaar moet in vak 1h (“Indicatie uitgestelde indiening”) de waarde ‘1’ worden ingevuld.
33.Wordt in alle lidstaten dezelfde noodprocedure toegepast? Tegelijkertijd? Wat bij verzending vanuit België naar een andere lidstaat waar op dat ogenblik een noodprocedure actief is?

Het is perfect mogelijk dat één lidstaat een noodprocedure hanteert en tegelijkertijd de andere lidstaten in normale modus werken. Het Europese netwerk dat zorgt voor de uitwisseling van de berichten, biedt een gegarandeerde aflevering van verstuurde berichten, dus deze zullen in dat geval tijdelijk gebufferd worden en pas afgeleverd worden wanneer de applicatie opnieuw beschikbaar is.
In het aangehaalde voorbeeld zal de afzender dus gewoon zijn e-AD insturen en zijn ARC ontvangen, maar het gevalideerde e-AD wordt tijdelijk opgeslagen in een queue totdat de EMCS-applicatie in de lidstaat van bestemming opnieuw beschikbaar is. Op dat moment zal de geadresseerde dan ook op de hoogte gebracht kunnen worden van de zending.
34.Bestaat er een layout van een document dat bij een noodprocedure moet worden afgedrukt?

Nee. Het papieren document dat voor de noodprocedure moet worden gebruikt, wordt het “Nooddocument ten geleide van overbrengingen van accijnsgoederen onder schorsing van accijns” genoemd en alle vereiste gegevens van het e-AD moeten erop voorkomen met vermelding van de cijfers en letters in de kolommen A en B van Tabel 1 van de toepassingsverordening.
35.Waar kan men de Belgische specs terugvinden?

Op de MASP website van de Administratie der Douane en Accijnzen http://www.masp.belgium.be/ staan de zogenaamde MIG’s (Message Implementation Guides) waarin de berichten zijn beschreven die gebruikt moeten worden voor de ontwikkeling van een eigen B2B-applicatie.
36.Is de identificatie van een gebruiker van EMCS noodzakelijk om e-AD’s op te stellen, te wijzigen enz.?
37.Worden VGD’s ook opgenomen in EMCS?

Nee. Een papieren VGD zal in de toekomst nog verder gebruikt worden voor accijnsgoederen die in een lidstaat werden inverbruikgesteld en verzonden worden naar een andere lidstaat.
38.Is er 24/24 een helpdesk beschikbaar?

De helpdesk wordt van maandag tot vrijdag van 08.00 tot 18.00 u georganiseerd. Buiten die uren is er steeds één ambtenaar doorlopend beschikbaar om, indien nodig, de noodprocedure af te kondigen
39.Krijgt een entrepot met AEO-statuut ook EMCS-priveleges?

Nee. Het AEO-statuut kan enkel aangevraagd worden voor douanedoeleinden.
40.Mogen de andere vervoersdocumenten worden afgedrukt alvorens EMCS een nummer heeft toegekend aan een e-AD?

De  enige verplichting op wetgevend vlak is dat het e-AD gevalideerd moet zijn op het moment dat de goederen het belastingentrepot verlaten. Tijdens de overbrenging moeten de goederen vergezeld gaan van een gedrukt exemplaar van het e-AD of een ander handelsdocument waarop het unieke ARC-nummer duidelijk herkenbaar is vermeld.
41.Moet steeds een kopie van het e-AD worden meegegeven of volstaat de vermelding van het e-AD-nummer op een ander (vervoers)document?
 
Een gedrukt exemplaar van het e-AD kan meegegeven worden, maar het volstaat om het ARC-nummer aan te brengen op de handelsdocumenten die de zending begeleiden.
42.Tot welk ogenblik is annulering van een e-AD mogelijk? Volgens de richtlijn kan dit: "...zolang de overbrenging nog niet is aangevangen...".

Zolang de overbrenging nog niet is aangevangen, kan een e-AD door de afzender worden geannuleerd. Een overbrenging wordt als aangevangen beschouwd wanneer de goederen het belastingentrepot van vertrek verlaten.
43.Hoelang en wat moet er worden gearchiveerd (kopie van e-AD, bestand, uitgewisselde boodschappen)? Is archivering nodig als de data toch in EMCS zitten?

Overeenkomstig artikel 25 van de Verordening (EG) nr. 2073/2004 van de Raad van 16 november 2004 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de accijnzen (PB nr. L 359 van 4 december 2004) moeten, wanneer het verkeer van accijnsgoederen via een geautomatiseerd systeem wordt gevolgd en gecontroleerd, alle inlichtingen door de bevoegde autoriteit van iedere lidstaat in het kader van dat systeem worden opgeslagen en verwerkt. De inlichtingen moeten worden opgeslagen voor een periode van ten minste drie jaar, te rekenen vanaf het einde van het kalenderjaar waarin de beweging van accijnsgoederen heeft aangevangen. De administratie moet ervoor zorgen dat de in het systeem opgeslagen gegevens actueel, volledig en accuraat blijven.
 
44.Kan een e-AD reeds voor de lading worden opgemaakt (en de hoeveelheid dus nog niet gekend is) en kan dan later de hoeveelheid worden toegevoegd, of kan een e-AD enkel na de lading worden opgemaakt?

Het opstellen van een e-AD na de lading kan veiligheidsproblemen geven als zou blijken dat EMCS het betrokken document niet zou aanvaarden en het vervoermiddel reeds geladen is en de betrokken installatie dus niet zou mogen verlaten.

Een e-AD zonder hoeveelheid kan op voorhand worden opgemaakt maar zal door de nationale EMCS-applicatie maar volledig kunnen gevalideerd worden nadat de hoeveelheid is ingevuld.
45.Kan men e-AD's ontvangen voor producten die in België NIET het statuut van accijnsproduct hebben (bvb. bepaalde smeermiddelen)? De betrokken producten zullen immers meer dan waarschijnlijk niet opgenomen zijn in de accijnsmachtiging van de Belgische bestemmeling.

Ja, maar de ontvangen hoeveelheid moet niet worden opgenomen in de voorraadadministratie.
46.Waar kan ik de presentatie vinden die in oktober/november 2009 werd gegeven voor de economische operatoren?

De presentatie in het nederlands is terug te vinden op de volgende url:
http://fiscus.fgov.be/interfdanl/nl/accijnzen/downloads/roadshow_okt_nov_nl.pdf.
47.Ik heb de roadshow bijgewoond die in oktober/november aan de economische operatoren werd gegeven, maar heb toch nog een aantal vragen. Aan wie mogen ze gesteld worden?

Vragen in verband met de nieuwe wetgeving moeten aan de gewestelijke directies gesteld worden. Houders van vergunningen met centraal beheer dienen zich te wenden tot de centrale administratie.
Vragen over de technische aspecten van het geautomatiseerde systeem kunnen worden doorgestuurd via het contactformulier op de volgende website: http://www.masp.belgium.be
48.Vervangt het ARC-nummer het accijnsnummer?

Nee. Het Administratieve Referentie Code-nummer wordt bij een validatie door het geautomatiseerde systeem (de nationale EMCS-applicatie) toegekend aan het door de afzender ingestuurde e-AD en identificeert een beweging van accijnsgoederen. Het accijnsnummer wordt door de Administratie der douane en accijnzen toegekend aan een erkend entrepothouder, geregistreerde afzender of geregistreerde geadresseerde. Het accijnsnummer zal in het e-AD moeten vermeld worden om afzender en geadresseerde aan te duiden.
49.Zal EMCS ook gebruikt worden voor de nationale accijnsproducten?

Nee. Vanaf 1 april 2010 zal er een nieuwe wetgeving in werking treden voor de nationale accijnsproducten (koffie en alcoholvrije dranken). Het geautomatiseerde systeem dient niet te worden gebruikt voor de verzending van de nationale accijnsproducten. Informatie omtrent deze nieuwe wetgeving zal later meegedeeld worden.
50.Indien een zending ’s nachts vertrekt, moet dan ook elektronisch een e-AD ingestuurd worden?

Een e-AD moet steeds elektronisch ingestuurd worden voordat de goederen vertrekken, ongeacht het uur van vertrek. Overigens kan een e-AD tot maximaal 7 dagen voor de voorziene vertrekdatum reeds ingediend worden.
51.Indien op het moment van het vertrek de exacte hoeveelheden niet gekend zijn, wat dient dan te worden vermeld in het e-AD?

In het e-AD moeten de exacte hoeveelheden van de zending vermeld worden. Indien de exacte hoeveelheden nog niet gekend zijn op het moment van het vertrek en dus ook niet opgenomen zijn in het e-AD zal het niet gevalideerd kunnen worden en zal geen ARC-nummer meegedeeld worden door het geautomatiseerde systeem. Bijgevolg zullen de goederen dan ook niet kunnen vertrekken.
52.Zal er ook een opleiding voorzien worden voor de ambtenaren?

Een informatiesessie werd reeds voor de betrokken ambtenaren der accijnzen georganiseerd.
53.Ik beschik niet over een computer noch een internetverbinding. Ben ik dan ook verplicht om e-AD’s op te maken?

Ja, vanaf 1 januari 2011 dient een e-AD verplicht gebruikt te worden. Reeds vanaf 1 april 2010 is het verplicht om elektronisch aan te zuiveren indien een e-AD wordt ontvangen.
54.Zal het Boekwerk Accijns Bewegingen aangepast worden?

 
55.Welke vereenvoudigde procedures zullen in aanmerking genomen worden opdat EMCS niet gebruikt moet worden?

Algemeen moet voor de nationale en intracommunautaire bewegingen van communautaire accijnsproducten (alcohol en alcoholhoudende dranken, energieproducten en tabaksfabrikaten) een e-AD opgesteld worden met behulp van het geautomatiseerde systeem.
Voor sommige nationale bewegingen zal het geautomatiseerde systeem niet gebruikt moeten worden, maar deze zullen bepaald worden in een ministerieel besluit.
56.Kan een client certificaat dat geldig is voor PLDA ook gebruikt worden voor EMCS?

De client certificaten zijn gebonden aan personen en bepalen wie toegang heeft tot de applicatie. Indien een gebruiker toegang moet krijgen tot meerdere applicaties volstaat het om één client certificaat op te laden en in het Portaal van de Sociale Zekerheid de gewenste toepassingen voor deze persoon aan te vinken.

Voor een B2B-applicatie is het nodig om op de server die communiceert met de nationale EMCS-applicatie een certificaat te installeren waarvan de publieke sleutel aan de FOD Financiën moet bezorgd worden. Er wordt momenteel nog onderzocht of dit hetzelfde certificaat mag zijn dat bijvoorbeeld al voor de PLDA-applicatie wordt gebruikt.
57.Vanaf wanneer zal de test-applicatie beschikbaar zijn?

De nationale EMCS-applicatie wordt eind 2009 ter beschikking gesteld van de pilootfirma’s. Na de eerste testperiode, in de loop van februari 2010, zal dan de applicatie ook opengesteld worden voor de andere vergunninghouders.
58.Kan er gedeelde verantwoordelijkheid voorzien worden tussen de afzender en de transporteur?

Nee. Bij verzending vanuit België zal het uitsluitend de afzender van de accijnsgoederen zijn die een zekerheid kan stellen voor de verzending onder de schorsingsregeling.
59.De snelheid van de server is momenteel traag bij het gebruik van andere PLDA-applicaties. Zal de snelheid verhogen indien EMCS van start gaat?

De EMCS-applicatie werd onafhankelijk van de PLDA-applicatie ontwikkeld. Enkel bij in- en uitvoer gebeurt er een gegevensuitwisseling tussen beide systemen.
Alles zal in het werk gesteld worden om over een performante omgeving te beschikken waarop de productieversie zal draaien.
60.Ik ben bestemmeling van accijnsgoederen onder de schorsingsregeling en beschik over een geldige vergunning. Zal de Administratie mij via mail op de hoogte brengen dat een e-AD voor mij toegekomen is?

De erkend entrepothouder en geregistreerde geadresseerde zal een e-mailadres kunnen opgeven waarheen notificaties verzonden moeten worden. In dit geval wordt een mail ontvangen met in bijlage het volledige XML-bericht. Met de webapplicatie kan het bericht in een meer leesbare vorm geconsulteerd worden.

Bijkomend ingeval van een B2B-gebruiker is het ook de bedoeling om webservices te definiëren die door een B2B-gebruiker geïmplementeerd kunnen worden. In dat geval zal de nationale EMCS-applicatie elk bericht via die interface aanleveren. Verdere detaillering met de contractant is hiervoor nog noodzakelijk.
61.Hoelang duurt het om een e-AD aan te maken?

Dit is grotendeels afhankelijk van de hoeveelheid goederen die verstuurd zullen worden. In de webapplicatie die de Administratie der douane en accijnzen ter beschikking stelt, zal zoveel mogelijk informatie die uit de vergunning gehaald kan worden, reeds vooringevuld zijn.

Daarnaast wordt in de webapplicatie de mogelijkheid geboden om een reeds gevalideerde e-AD te hergebruiken voor een nieuwe zending waarbij enkel de gewijzigde informatie dient te worden ingestuurd.
62.Welke documenten moeten het transport vergezellen?

De verzending van accijnsgoederen onder de schorsingsregeling moet vergezeld zijn van een gedrukt exemplaar van het elektronisch administratief document of om het even welk ander handelsdocument waarop de unieke administratieve referentiecode (ARC) duidelijk herkenbaar is vermeld. Dit document moet op elk verzoek gedurende de hele duur van de overbrenging van de accijnsgoederen aan de administratie kunnen worden voorgelegd.
63.Is een kaartlezer vereist?

Enkel voor PLDA.
64.Is het nodig om bij de lading van een camion met aanhangwagen afzonderlijk de geladen hoeveelheden van de camion en de aanhangwagen of mogen beide hoeveelheden worden opgeteld?

De totale hoeveelheid moet in het e-AD opgenomen worden.
65.Is er een certificaat per persoon nodig indien men gebruik maakt van de B2B toepassing of is dit enkel nodig indien men inlogt via de webapplicatie?

 
66.Worden bepaalde gebruiksrechten toegekend aan gebruikers waardoor bepaald kan worden wie kan consulteren en/of creëren en/of wijzigen.

In de rol van een economische operator bestaat er geen verdere onderverdeling naar consultatie, creatie of wijziging.
67.Kunnen er door gebruikers opzoekingen worden gedaan in EMCS om bvb na te gaan welke e-AD’s er nog niet zijn aangezuiverd?

In de EMCS webapplicatie worden de e-AD’s opgenomen in de vorm van lijsten: deze zijn per kolom sorteerbaar zodanig dat e-AD’s van een bepaald type kunnen teruggevonden worden.
68.Wordt de werking van EMCS belemmerd indien een vervoermiddel na een 1ste reis zich aanbiedt voor een 2de reis vooraleer het e-AD m.b.t. de 1ste reis is aangezuiverd?

Nee. De administratie volgt op of de hoogte van de zekerheid op ieder moment voldoende is.
69.De richtlijn voorziet 5 dagen om een e-AD te ontvangen. Wanneer vangt deze termijn aan? (Na de lading of na de lading + de voorziene reistijd)?

In de richtlijn is enkel voorzien dat de geadresseerde vijf dagen heeft om een bericht van ontvangst in te geven na het eindigen van de overbrenging.  Van zodra de goederen toekomen bij de geadresseerde moet deze laatste ze opnemen in zijn voorraadadministratie maar heeft hij nog 5 dagen tijd om het bericht van ontvangst in te sturen.
70.Waar kan ik de Richtlijn en Verordening die betrekking hebben op EMCS vinden?

De Richtlijn 2008/118/EG van de Raad van 16 december 2008 houdende een algemene regeling inzake accijns en houdende intrekking van Richtlijn 92/12/EEG werd gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie nr. L 9 van 14 januari 2009 en is raadpleegbaar op het internet via de volgende link:
http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2009:009:0012:0030:NL:PDF

De Verordening (EG) nr. 684/2009 van de Commissie van 24 juli 2009 tot uitvoering van  Verordening 2008/118/EG van de Raad wat betreft de geautomatiseerde procedures voor de overbrenging van accijnsgoederen onder schorsing van accijns werd gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie nr. L 197 van 29 juli 2009 en is raadpleegbaar op het internet via de volgende link:
http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2009:197:0024:0064:NL:PDF
71. Wat komt er in de plaats na het verdwijnen van het AGD IMP?

Invoer van accijnsgoederen vanuit een derde land onder de schorsingsregeling zal kunnen gebeuren door gebruikmaking van een e-AD. Op deze aangifte zal in vak 9d (“Code soort herkomst”) de waarde ‘2’ moeten ingevuld worden, nl. ‘Herkomst — invoer (in de in artikel 17, lid 1, onder b), van Richtlijn 2008/118/EG bedoelde situatie’). Voorlopig wordt het gebruik van de huidige procedure (AGD – IMP) verlengd tot 31 december 2010
72.Worden er ook praktische opleidingen voor de firma’s georganiseerd door de Administratie der Douane en Accijnzen?

Er zullen voor de firma’s geen praktische opleidingen georganiseerd worden door de Administratie der Douane en Accijnzen.
73.Kan ik op een e-AD bijvoorbeeld 5 verschillende bestemmingen vermelden voor een lading wijn?

Nee. In een e-AD kan maximaal één geadresseerde opgenomen worden. In het voorbeeld zullen 5 e-AD documenten opgesteld moeten worden. Een andere mogelijkheid bestaat er in dat door de geadresseerde in het bericht van ontvangst een ‘gedeeltelijke weigering’ wordt vermeld. De afzender kan vervolgens door het bericht ‘wijziging van bestemming’ voor de geweigerde goederen één nieuwe geadresseerde aangeven.
74.Zijn de B2B berichten in België dezelfde als die bijvoorbeeld in Frankrijk?

Het formaat van de berichten werd op Europees niveau vastgelegd en dient door alle lidstaten gerespecteerd te worden. Wel kunnen er zich verschillen voordoen wat betreft het al dan niet verplicht zijn van een beperkt aantal vakken, hetgeen in nationale wetgeving bepaald wordt.
75.Is er een wijziging van bestemming vereist wanneer een tussenpersoon de eigenaar wordt van de goederen?

Wie de eigenaar is van goederen is van geen belang op het vlak van de verzendingen onder de schorsingsregeling. Zendingen kunnen uitsluitend gebeuren tussen houders van een vergunning erkend entrepothouder, geregistreerde afzender of geregistreerde geadresseerde.
76.Wordt het statuut van geregistreerde afzender automatisch aan een erkend entrepothouder toegewezen?

Nee. Een erkend entrepothouder die tevens het statuut van geregistreerde afzender wenst, dient dit aan te vragen bij de Gewestelijke directeur der Douane en Accijnzen die bevoegd is voor het invoerkantoor van waaruit de goederen uit derde landen in het vrije verkeer worden gebracht.
77.Heeft de afzender 7 dagen tijd om een e-AD in te sturen nadat de goederen vertrokken zijn?
 
Nee. De goederen mogen pas het belastingentrepot verlaten op de in het e-AD vermelde vertrekdatum nadat de e-AD werd gevalideerd en een ARC-nummer werd toegekend. De periode van 7 dagen slaat op de periode vóór de vertrekdatum. Een voorlopig e-AD kan immers reeds voordien opgesteld en gevalideerd worden, en dit tot maximaal 7 dagen voor de voorziene vertrekdatum.
78.Wat als de SEED-gegevens niet correct zijn?

In de SEED-gegevensbank zijn alle vergunningen erkend entrepothouder, geregistreerde geadresseerde en geregistreerde afzender opgenomen. Indien wordt vastgesteld dat de hierin opgenomen gegevens niet juist zijn, moet zo snel mogelijk contact opgenomen worden met de instantie die de vergunning heeft afgeleverd. Er dient rekening te worden gehouden met het feit dat, ingeval een wjiziging nodig is, de SEED-gegevens pas de volgende werkdag in de andere lidstaten bekend zijn.
 
79.Hoe ziet een ARC-nummer eruit?

Een ARC-nummer (Administratieve Referentie Code) bestaat uit een reeks van 21 cijfers en letters. Dit nummer wordt verstrekt door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending bij geldigmaking van het voorlopig e-AD en is een identificatie van de zending.
 
80.Wat als er een tekort of een teveel werd vastgesteld bij ontvangst van de goederen?

De geadresseerde kan een tekort of een teveel aangeven in het bericht van ontvangst. Daartoe moet in vak 7b (“Indicator meer- of minderbevinding”) de waarde ‘S’ (ingeval van een tekort) of ‘E’ (ingeval van een teveel) opgegeven worden. In vak 7c (“Tekort of teveel”) dient de hoeveelheid vermeld te worden.
81.Kan ik mijn AC-4 op papier indienen als ik een e-AD ontving?

Ja, dit blijft vooralsnog mogelijk. De verplichting om een e-AD te gebruiken voor de verzending van communautaire accijnsgoederen onder de schorsingsregeling staat volledig los van de wijze waarop een aangifte ten verbruik AC-4 dient ingestuurd te worden.
82.Hoe lang moet er gewacht worden bij onbeschikbaarheid vooraleer over te kunnen gaan op de fallbackprocedure?
 
83.Wat is het LRN-nummer?

Dit nummer wordt gekozen door de afzender zelf en bestaat uit een cijfer- en lettercombinatie van maximaal 22 karakters. Het moet de zending in de administratie van de afzender identificeren en dient vermeld te worden in vak 9a (“Lokaal referentienummer”) van het voorlopig e-AD.
84.Waar situeert zich het verschil tussen een zending binnen de EU en buiten de EU?

In beide gevallen moet een e-AD opgesteld worden maar er zal een verschillende code naargelang de bestemming in vak 1a “code soort bestemming” vermeld moeten worden.
85.Bij een fall-back in ICS (douane), kan er een e-AD gebruikt worden of moet dat ook op papieren document?

Antwoord zal volgen.
86.Accijnsgoederen kunnen bij de afzender pas vertrekken na validatie van het e-AD.....

In het voorlopig e-AD moeten de exacte hoeveelheden van de zending worden vermeld. Indien de exacte hoeveelheden nog niet gekend zijn op het moment van vertrek en dus ook niet opgenomen zijn in het voorlopig e-AD, zal het niet gevalideerd kunnen worden en zal geen ARC-nummer meegedeeld worden door het geautomatiseerde systeem. Bijgevolg zullen de goederen dan ook niet kunnen vertrekken. Het gebruik van de noodprocedure is in dit geval dan ook niet toegelaten.
87.Graag verduidelijking over de data die dienen te worden vermeld in het bericht van ontvangst/uitvoer (tabel 6 van de Toepassingsverordening)...

In het vak 3 van het bericht van ontvangst moet bij uitvoer het BTW-identificatienummer van de persoon die de afzender, in casu de erkend entrepothouder van vertrek of de geregistreerde afzender, bij het kantoor van uitvoer vertegenwoordigt, worden vermeld. In het geval van uitvoer is dit vak 3 een optioneel vak.
88.Graag verduidelijking over de data die dienen te worden vermeld in het bericht van ontvangst/uitvoer.....

Indien de goederen aanvaard kunnen worden, eventueel met teveel of tekort, moet de geadresseerde code ‘1’ (indien volledig conform de bestelling) vermelden. Code ‘2’ moet gebruikt worden bij aanvaarding van de levering maar om het niet-conform zijn op handelsvlak aan te duiden, bv. foutief jaar geleverd voor wijn, eventueel met teveel of tekort.
89.Graag verduidelijking over de data die op het e-AD dienen te worden vermeld (tabel 1 van de Toepassingsverordening), in het bijzonder met betrekking tot vak 16 "vervoersgegevens". Welke code moet gebruikt worden voor bulkladingen via lichter of zeeschip?

Voor bulkladingen via een zeeschip moet code ‘1’ (vervoer over zee) in vak 13a “Code vervoerswijze" vermeld worden en voor bulkladingen via een lichter moet code ‘8’ (vervoer over binnenwateren) vermeld worden. Code ‘2’ (voertuig) moet in vak 16a “code vervoerseenheid” vermeld worden.
90.Graag verduidelijking over de data die op het e-AD dienen te worden vermeld (tabel 1 van de Toepassingsverordening), in het bijzonder met betrekking tot vak 15 "handelaar eerste vervoerder". Welke gegevens moeten hier vermeld worden?

 
91.Op de slides van de presentatie staat dat een elektronische handtekening verplicht is naast het server certificaat. Zullen berichten reeds vanaf 1 april 2010 elektronisch ondertekend moeten worden?

In de loop van 2010 zal een project rond elektronische handtekeningen worden opgestart. Op dit moment is er echter nog geen verdere informatie omtrent de planning hiervan, noch over de wijze waarop getekend moet worden.
Een elektronische handtekening zal dan ook pas na de oplevering van dit project verplicht worden in EMCS.
92.In geval van invoer binnen EMCS, moet enkel de PLDA invoeraangifte ingestuurd worden of zowel de PLDA invoeraangifte en het EMCS-document en dan binnen PLDA invoer verwijzen naar LRN of ARC van EMCS?

Invoer gebeurt door middel van een Enig Document dat eerst in PLDA wordt ingestuurd. Hierop dient de invoerder de lokale referentienummers (LRN) te vermelden die gebruikt zullen worden bij de aanmaak van de respectievelijke e-AD(’s). Daarnaast moeten in het vak “bijlage” per LRN het accijnsnummer en de hoeveelheid per GN-code toegevoegd worden.

Vervolgens wordt er een (deels ingevuld) voorlopig e-AD aangemaakt door de EMCS-applicatie op basis van de douane-aangifte en ter beschikking gesteld van de geregistreerde afzender. Daarna wordt(-en) het(de) gerelateerde voorlopig e-AD(’s) ingestuurd door de geregistreerde afzender met waarde ‘Herkomst – Invoer’ voor het veld “Code soort herkomst” (vak 9d), doch zonder vermelding van het MRN-nummer van de invoeraangifte dat nog niet aan de invoerder werd meegedeeld door de Administratie.

Als blijkt dat de inhoud van beide types documenten (voorlopige e-AD en Enig Document) correspondeert en de goederen mogen worden vrijgegeven:
- wordt automatisch het gerelateerde MRN-nummer ingevuld in het e-AD
- worden in het Enig Document de LRN-referenties naar het(de) e-AD(’s) vervangen door het toegekende ARC-nummer.
Eén invoeraangifte kan verwijzen naar één of meerdere e-AD’s. Het zal niet mogelijk zijn om meerdere invoeraangiften te laten verwijzen naar éénzelfde e-AD. top
93.Ingeval er geen overeenstemming is tussen EMCS en ECS bij export krijg je een IE839 bericht terug op de EMCS aangifte (die als eerste wordt ingestuurd), maar blijkbaar wordt de exportaangifte wel aanvaard. Is het eventueel mogelijk om op de export aangifte al een fout te geven in dergelijke gevallen? Anders is er ons inziens het risico dat de vrachtwagen al vertrokken is (want release voor export) en daarna toch nog een IE839 krijgt. Dit laatste bericht kan bv. later komen door technische problemen.

Indien het voorlopige e-AD met de waarde 6 (uitvoer) voor vak 1a 'Code soort bestemming' correct is ingevuld, zal deze gevalideerd worden en ontvangt de erkend entrepothouder zijn ARC-nummer. Daarmee kunnen de goederen op de aangegeven vertrekdatum het entrepot verlaten. Pas wanneer de uitvoeraangifte door PLDA werd ontvangen, kan er een crosschecking plaatsvinden. Het resultaat hiervan kan inderdaad negatief zijn waardoor een bericht IE839 wordt verstuurd, maar het betrokken e-AD blijft wel in status 'geaccepteerd'. Ofwel wordt dan een nieuwe uitvoeraangifte ingestuurd die opnieuw leidt tot een crosschecking, ofwel heeft de erkend entrepothouder eventueel de mogelijkheid om een wijziging van bestemming door te voeren.
94.De noodprocedure inzake EMCS zal op dezelfde wijze toegepast worden als de huidige procedure (o.a. NCTS).
In geval van noodprocedure zal, in de lay-out van een e-AD,  een document afgedrukt ....

 

Op het 'Nooddocument ten geleide van overbrengingen van accijnsgoederen onder schorsing van accijns' zal het gehele nummer, dus inclusief tijdstip van afkondiging (zoals N00335-D:20090512-T083000 in het voorbeeld) moeten vermeld worden.
95.Wordt er een automatische link naar SEED voorzien voor EMCS, hetzij een Web Service die we kunnen aanroepen om de geldigheid van het vergunningsnummer te checken, hetzij een XML-file met de laatste versie die dagelijks of wekelijks ter beschikking wordt gesteld?

Een link tussen EMCS en SEED is intern voorzien in de validatieprocedure van een voorlopig e-AD. Voor een B2B-gebruiker is geen externe interface voorzien voor het vooraf verifiëren of ophalen van SEED-gegevens. Geldigheid kan vooraf nog steeds nagegaan worden zoals momenteel met SEED-on-Europa (http://ec.europa.eu/taxation_customs/dds/seedcau_nl.htm).
Wanneer bij het insturen van een e-AD zich een probleem stelt met de geldigheid van een vergunning, wordt geantwoord met een foutbericht waarin het betrokken veld is aangegeven.
In de webapplicatie zal de mogelijkheid bestaan om een accijnsnummer in te voeren en zullen de overige hiermee gelinkte gegevens (zoals het adres) automatisch ingevuld worden.
96.In geval van bunkering en ship suppliers is de bestemming van de goederen een schip. Dit wordt momenteel ook op de AGD-documenten geplaatst. Wat dient er in deze gevallen ingevuld te worden.

Antwoord zal volgen.
97.Bij het bekijken van de EMCS specificities van DG Taxud (FESS - SECTION II - CORE BUSINESS v3.03 ) werd volgende onduidelijkheid vastgesteld. Het betreft een wijziging van bestemming van de goederen nadat deze gedeeltelijk werden geweigerd door de geadresseerde.  

Korte situatieschets : In eerste instantie vult de afzender een e-AD in (IE815) die verstuurd wordt naar de lidstaat van vertrek. Bij aankomst van de goederen weigert de geadresseerde een deel van de goederen in het bericht van ontvangst (IE818). De afzender wordt daarop verondersteld om het geweigerde gedeelte van de verzending een nieuwe bestemming toe te kennen via het bericht “wijzigen van bestemming” (IE813).

Bij het bestuderen van de details van bovenstaande berichten (IE815, IE818, IE813) werd het volgende vastgesteld :
De afzender moet in het e-AD per accijnsproduct de verzonden hoeveelheid doorgeven. Dit kan voor maximum 999 accijnsproducten binnen 1 e-AD.
De geadresseerde kan in het bericht van ontvangst (IE818) per accijnsproduct de geweigerde hoeveelheid aangeven.
De afzender wijzigt daarop de bestemming, maar binnen het bericht “wijziging van bestemming” (IE813) kan er niet meer gesproken worden over individuele accijnsproducten en hun hoeveelheden (geen velden voorzien hiervoor).

Mag het volgende hieruit afgeleid worden dat :
EMCS systeem zelf, per e-AD en per accijnsproduct binnen dit e-AD, bijhoudt welke hoeveelheid werd geaccepteerd en welke hoeveelheid nog een nieuwe bestemming moet krijgen;
de afzender een nieuwe bestemming toekent aan alle geweigerde producten tegelijk. Het is met andere woorden niet mogelijk om met behulp van het bericht “wijzigen van bestemming” (IE813) een gedeelte van de geweigerde goederen te sturen naar nieuwe bestemming A en een ander deel naar bestemming B;
de afzender in de wijziging van bestemming daarom ook geen accijnsproduct details meer moet doorgeven, aangezien de gewijzigde bestemming automatisch van toepassing is op alle geweigerde goederen. De afzender moet met andere woorden ook best zelf een interne boekhouding bijhouden om te weten welke goederen uit de originele zending er uiteindelijk bij welke geadresseerde zijn terechtgekomen;
een wijziging van bestemming dus per definitie van toepassing is:
op de gehele zending wanneer de goederen nog niet bij de geadresseerde zijn toegekomen
enkel op het geweigerde gedeelte van de verzending wanneer de goederen wel bij de geadresseerde zijn toegekomen

Het is inderdaad niet mogelijk voor de afzender om, nadat de geadresseerde de goederen gedeeltelijk heeft geweigerd, verschillende bestemmingen op te geven voor de door de geadresseerde geweigerde goederen.
98.Kan de ondertekening van een e-AD gebeuren door een externe partij, bijvoorbeeld de ontwikkelaar van de B2B-applicatie die niet over een vergunning erkend entrepothouder of geregistreerde afzender beschikt?

Antwoord zal volgen.
99.Zijn er lidstaten die niet klaar zullen zijn op 1 april 2010?

Polen en Denemarken hebben officieel laten weten aan de Europese Commissie dat zij op 1 april 2010 geen elektronische e-AD’s zullen kunnen ontvangen en derhalve zullen de zendingen die naar deze twee lidstaten worden verzonden ook niet elektronisch aangezuiverd kunnen worden.
Op Europees vlak werd daartoe beslist dat:

de zendingen van accijnsgoederen onder de schorsingsregeling van accijns naar Polen en Denemarken steeds met het papieren Administratief Geleidedocument (A.G.D.) moeten gebeuren en dit tot uiterlijk 31 december 2010.

De lidstaten aan de economische operatoren zullen aanbevelen om bij zendingen onder de schorsingsregeling die zullen plaatsvinden over het grondgebied van Polen en Denemarken ervoor te zorgen dat een afgeprint e-AD de zending vergezelt. Immers, beide lidstaten hebben geen toegang tot EMCS-gegevens en dienen derhalve andere kanalen te gebruiken om de juistheid van de gegevens in verband met de zending na te gaan. Een uitgeprinte versie van het e-AD zal, in geval van controle onderweg, daartoe de controle vergemakkelijken voor de controlerende diensten.
100.Wat is de stand van zaken in België? Zal EMCS van start gaan op 1 april 2010?

De nationale EMCS-applicatie zal vanaf 1 april 2010 gebruikt kunnen worden voor:
nationale bewegingen van communautaire accijnsgoederen en
intracommunautaire bewegingen van communautaire accijnsgoederen.

Pas vanaf 1 januari 2011 zal de link tussen EMCS en PLDA voorzien zijn. Hieruit volgt dat bij invoer en uitvoer van accijnsgoederen vanuit of naar derde landen, de EMCS-applicatie nog niet gebruikt kan worden en derhalve de huidige nationale procedure verder toegepast moet worden tot 31 december 2010.