Vanaf 1 september 2021 ontvangen wij u opnieuw in al onze kantoren, maar enkel op afspraak. 

Belangrijke begrippen

Op deze pagina staan enkele frequent gebruikte begrippen uitgelegd. Nadere informatie omtrent deze en andere begrippen kan u vinden in het Douanewetboek van de Unie.

Oorsprong van goederen: De oorsprong van een goed heeft betrekking op het land waar het vervaardigd is. Er zijn twee soorten oorsprong: preferentiële en niet-preferentiële oorsprong.

De niet-preferentiële oorsprong is onder meer van belang voor de toepassing van quota’s, antidumpingrechten, embargo’s en voor de oorsprongsaanduiding op het product of de verpakking (bijvoorbeeld “made in Belgium”).

Preferentiële oorsprong is gerelateerd aan de handelsovereenkomsten die de Europese Unie met derde landen of groepen van landen heeft afgesloten. In deze handelsovereenkomsten zijn onder meer gunstige invoerrechten voorzien indien een goed aan bepaalde regels inzake productie of verwerking voordoet, dit zijn de oorsprongsregels.

Douanecontroles: door de douaneautoriteiten verrichte specifieke handelingen voor het waarborgen van de naleving van de douanewetgeving en andere wetgeving betreffende het binnenbrengen, het uitgaan, de doorvoer, het overbrengen, de opslag en de bijzondere bestemming van goederen die tussen het douanegebied van de Unie en landen of gebieden daarbuiten worden vervoerd, en betreffende de aanwezigheid en het verkeer binnen het douanegebied van de Unie van niet-Uniegoederen en goederen die onder de regeling bijzondere bestemming zijn geplaatst. Het gaat bijvoorbeeld om de controle op de juistheid en aanwezigheid van documenten of controle op de overeenstemming van de aangegeven goederen met de bijhorende aangifte en documenten.

Douaneformaliteiten: alle handelingen die door een persoon en door de douaneautoriteiten moeten worden verricht om aan de douanewetgeving te voldoen, zoals het indienen van een aangifte.

Summiere aangifte bij binnenbrengen: de handeling waarbij een persoon de douaneautoriteiten in de voorgeschreven vorm en op de voorgeschreven wijze, en binnen een specifieke termijn, meedeelt dat goederen het douanegebied van de Unie zullen binnenkomen.

Summiere aangifte bij uitgaan: de handeling waarbij een persoon de douaneautoriteiten in de voorgeschreven vorm en op de voorgeschreven wijze, en binnen een specifieke termijn, meedeelt dat goederen het douanegebied van de Unie zullen verlaten.

Aangifte tot tijdelijke opslag: de handeling waarbij een persoon in de voorgeschreven vorm en op de voorgeschreven wijze kenbaar maakt dat hij goederen in tijdelijke opslag plaatst.

Douaneaangifte: de handeling waarbij een persoon in de voorgeschreven vorm en op de voorgeschreven wijze het voornemen kenbaar maakt om goederen onder een bepaalde douaneregeling te plaatsen, in voorkomend geval met opgave van eventuele specifieke procedures die moeten worden toegepast. Douaneaangiftes worden elektronisch ingediend via PLDA.

Douaneregeling: één van de onderstaande regelingen waaronder goederen overeenkomstig het wetboek kunnen worden geplaatst:

  • in het vrije verkeer brengen
  • bijzondere regelingen
  • uitvoer

Tijdelijke opslag: de toestand van tijdelijk onder douanetoezicht opgeslagen niet-Uniegoederen tussen het moment waarop zij bij de douane zijn aangebracht en het moment waarop zij onder een douaneregeling zijn geplaatst of zijn weder uitgevoerd.

Invoerrecht: het douanerecht dat bij de invoer van goederen verschuldigd is.

Uitvoerrecht: het douanerecht dat bij de uitvoer van goederen verschuldigd is.

Vrijgave van goederen: terbeschikkingstelling door de douaneautoriteiten van goederen voor de doeleinden die zijn voorzien in de douaneregeling waaronder de goederen zijn geplaatst.

Douanetoezicht: de activiteiten die door de douaneautoriteiten in het algemeen worden ontplooid teneinde te zorgen voor de naleving van de douanewetgeving en, in voorkomend geval, van de andere bepalingen die op goederen onder douanetoezicht van toepassing zijn.

Handelspolitieke maatregelen: de niet-tarifaire maatregelen die in het kader van het gemeenschappelijk handelsbeleid zijn vastgesteld in de vorm van Unievoorschriften inzake de internationale handel in goederen. Voorbeelden zijn o.a. quota’s  en anti-dumpingrechten.