Vergunning Ruimte Tijdelijke Opslag

Een vergunning Ruimte voor Tijdelijke Opslag (RTO) biedt de mogelijkheid om nietuniegoederen die het douanegebied van de EU binnenkomen voor een maximumtermijn van 90 dagen op te slaan in afwachting van het toekennen van een nadere douanebestemming.

Deze goederen zijn in tijdelijke opslag geplaatst vanaf het moment dat zij worden aangebracht bij de douane. De aangever kan de betaling van invoerrechten en andere heffingen uitstellen zolang de goederen zich onder deze regeling bevinden.

  • VOORDELEN
    • Vereenvoudiging en snellere afhandeling van goederen in de lucht- en zeehavens binnen de EU.
    • Kostenbesparend. Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk om goederen over te brengen tussen verschillende ruimtes voor tijdelijke opslag onder schorsing van invoerrechten en andere heffingen én zonder opmaak van douanedocumenten voor transit.
    • Tot 90 dagen in tijdelijke opslag. Er is geen onmiddellijke verplichting om een douanebestemming te geven binnen de 24u na het aanbrengen van de goederen, ongeacht welke vervoerwijze.
    • Kostprijs: 0 euro.
  • DOELPUBLIEK
    • Iedere operator die goederen in tijdelijke opslag voorhanden wenst te hebben
    • Goederenbehandelaar
    • Terminaloperatoren in zee- en luchthavens
  • BASISVOORWAARDEN
    • Gevestigd zijn in het douanegebied van de Unie
    • De nodige waarborgen bieden voor het goede gebruik van de regeling
    • Een zekerheid stellen voor de goederen die onder de regeling RTO geplaatst worden
    • Een passende administratie voeren in een goedgekeurde vorm
    Douanetoezicht moet op elk moment mogelijk zijn en eventuele bijhorende administratieve maatregelen moeten in verhouding zijn tot de economische behoeften.
  • AANDACHTSPUNTEN
    • Gezamenlijke opslag van uniegoederen en niet-uniegoederen in bulk is niet mogelijk binnen RTO.
    • Enkel behandelingen die noodzakelijk zijn om goederen in ongewijzigde staat te behouden, zonder wijziging van de presentatie of technische kenmerken, zijn toegestaan.
    • Overbrenging tussen RTO’s is enkel toegestaan indien het frauderisico niet toeneemt.