Bericht aan de opdrachtgevers en aannemers: bewakingssector

Inleiding

De bepalingen van de artikelen 402 en 403 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (hierna: WIB 92) werden gewijzigd door de programmawet van 27 april 2007 en door de programmawet (I) van 29 maart 2012. De artikels 54 en 55 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen (hierna: WMGI) zijn van toepassing op fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen die ontstaan vanaf 1 januari 2020.

De wettelijke bepalingen inzake inhouding en hoofdelijke aansprakelijkheid, die hierna worden verduidelijkt, zijn van kracht geworden op 1 september 2013 voor wat betreft de ondernemingen uit de bewakingssector.

Terminologie

Hoe deze woorden te interpreteren:

Werken: de door de Koning in het artikel 1 van het koninklijk besluit van 27 december 2007 tot uitvoering van het artikel 53 van het WMGI1 en van artikelen12, 30bis en 30ter van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20.12.2019 tot uitvoering van het WMGI, bepaalde activiteiten of werkzaamheden in de sector van de bewakings- en/of toezichtsdiensten;

Opdrachtgever: eenieder die de opdracht geeft om werken uit te voeren of te laten uitvoeren tegen een prijs; er valt op te merken dat de opdrachtgever natuurlijke persoon die werken laat uitvoeren voor louter privédoeleinden niet bedoeld wordt door de bepalingen van de artikelen 54 en 55 van het WMGI2;

Aannemer:

  • eenieder die zich tegen betaling er toe verbindt om werken uit te voeren of laten uit te voeren voor rekening van een opdrachtgever
  • elke onderaannemer in verhouding tot alle volgende tussenkomende onderaannemers

Onderaannemer: éénieder die zich rechtstreeks of onrechtstreeks tegen betaling, in welk stadium dan ook, er toe verbindt de werkzaamheden of een gedeelte ervan die aan de aannemer werden toevertrouwd, uit te voeren of te laten uitvoeren of met het oog hierop arbeiders ter beschikking te stellen.

Bedoelde werken

Artikel 1 van het Koninklijk besluit van 27 december 2007 tot uitvoering van het artikel 53 van het WMGI3 en van de artikelen 12, 30bis en 30ter van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20.12.2019 tot uitvoering van het WMGI, bepaalt:

“Voor de sector van de bewakings- en/of toezichtsdiensten zijn de in artikel 53, 1e lid, 1°, b WMGI4 en artikel 30ter, § 1, 1°, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, bedoelde werken of diensten de activiteiten en diensten beschreven in het koninklijk besluit van 7 november 1983 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten en tot vaststelling van het aantal leden ervan”.

Artikel 1 van het Koninklijk Besluit van 7 november 1983 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten en tot vaststelling van het aantal leden ervan bepaalt:

“Onder bewakings- en/of toezichtsdienst verstaat men het permanent, tijdelijk of occasioneel verrichten van bewakings- en/of toezichtsprestaties, zoals preventieve-, actieve prestaties, prestaties ter plaatse of op afstand, met of zonder technische middelen, met betrekking tot personen, roerende of onroerende goederen, plaatsen of evenementen. Worden onder meer beschouwd als bewakings- of toezichtsactiviteiten:

  1. de activiteiten bedoeld in de reglementering over de bewakingsondernemingen;
  2. de monitoring, preventief toezicht en⁄of toezicht op afstand van personen, goederen en⁄of installaties, met of zonder hulp van technologische middelen”.

Het paritaire comité voor de bewakings-en/of toezichtsdiensten is eveneens bevoegd voor de ondernemingen die waarden of daarmee gelijkgestelde documenten vervoeren en/of behandelen en/of begeleiden en voor de ondernemingen die bewakings- en/of toezichtsdiensten verrichten voor het Belgisch leger of voor buitenlandse strijdkrachten die krachtens een wet op Belgisch grondgebied gelegerd zijn of er doorheen trekken.

Volgende activiteiten worden aldus beoogd door de reglementering:

  • toezicht op en bescherming van roerende of onroerende goederen;
  • bescherming van personen;
  • toezicht en/of bescherming bij het vervoer van goederen;
  • vervoer van geld of van door de Koning bepaalde goederen, andere dan geld, die omwille van hun kostbaar karakter of hun bijzondere aard aan bedreiging onderhevig zijn;
  • beheer van een geldtelcentrum;
  • bevoorrading, bewaking bij werkzaamheden aan biljettenautomaten en onbewaakte werkzaamheden aan biljettenautomaten indien er toegang mogelijk is tot de geldbiljetten of geldcassettes;
  • beheer van een alarmcentrale;
  • toezicht op en controle van personen met het oog op het verzekeren van de veiligheid op al dan niet publiek toegankelijke plaatsen;
  • verrichten van vaststellingen die uitsluitend betrekking hebben op de onmiddellijk waarneembare toestand van goederen die zich bevinden op het openbaar domein, in opdracht van de bevoegde overheid of van de houder van een overheidsconcessie;
  • begeleiden van groepen van personen met het oog op de verkeersveiligheid;
  • begeleiden van uitzonderlijke voertuigen met het oog op de verkeersveiligheid.

Subsidiaire hoofdelijke aansprakelijkheid

De opdrachtgever of de aannemer die voor de bedoelde werkenberoep doet op een aannemer of een onderaannemer die fiscale en niet-fiscale schulden heeft op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de schulden van zijn medecontractant.

De hoofdelijke aansprakelijkheid wordt beperkt tot 35 % van de totale prijs van de werken of activiteiten, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, die aan de aannemer of aan de onderaannemer werden toevertrouwd. Zij kan worden aangewend voor de betaling in hoofdsom, met inbegrip van opcentiemen, opdeciemen, verhogingen, administratieve of fiscale boetes, kosten en interesten, ongeacht hun datum van vestiging, van de volgende schulden die bestaan op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst:

1° alle fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen;

2° de buitenlandse belastingschuldvorderingen waarvoor in het kader van internationale of communautaire rechtsinstrumenten de invorderingsbijstand is gevraagd;

3° de niet betaalde bedragen in het kader van de hoofdelijke aansprakelijkheid zoals bedoeld in artikel 54 WMGI5.

Sommen voor dewelke een behoorlijk gerespecteerd afbetalingsplan bestaat en schulden in de opschorting gedurende de periode van opschorting zoals bedoeld in het Wetboek van economisch recht, boek XX, titel V over de gerechtelijke reorganisatie, worden niet als schulden beschouwd.

De hoofdelijke aansprakelijkheid geldt ook voor de fiscale en niet-fiscale schulden van de vennoten van een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, die optreedt als aannemer of onderaannemer.

Ze geldt ook voor de fiscale en niet-fiscale schulden van de aannemer of van de onderaannemer die ontstaan in de loop van de uitvoering van de overeenkomst.

De hoofdelijke aansprakelijkheid in hoofde van de opdrachtgever of de aannemer geldt niet als de bij artikel 30ter, § 2 van de wet van 27 juni 1969 (ter herziening van de besluitwet van 28 december 1944 m.b.t. de maatschappelijke zekerheid der arbeiders) bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid reeds wordt toegepast in hoofde van dezelfde opdrachtgever of aannemer.

De hoofdelijke aansprakelijkheid wordt niet toegepast wanneer de hierna bedoelde inhouding en storting correct zijn gebeurd bij elke betaling van de gehele of gedeeltelijke prijs van de werken aan een aannemer of een onderaannemer die op het ogenblik van de betaling fiscale of niet-fiscale schulden heeft.

Indien de hierna bedoelde inhouding en storting niet correct zijn gebeurd bij elke betaling van de gehele of gedeeltelijke prijs van de werken aan een aannemer of een onderaannemer die op het ogenblik van de betaling fiscale of niet-fiscale schulden heeft, worden de eventueel gestorte bedragen in mindering gebracht van het bedrag waarvoor de opdrachtgever of de aannemer verantwoordelijk is gesteld bij het toepassen van de hoofdelijke aansprakelijkheid.

De programmawet van 29 maart 2012 heeft de subsidiaire ketenaansprakelijkheid (her)ingevoerd die van toepassing is wanneer de volgende drie voorwaarden vervuld zijn:

1° op het ogenblik van het afsluiten van het contract heeft de onderaannemer fiscale en niet-fiscale schulden (m.a.w. is onderworpen aan inhoudingsplicht);

2° ook op het ogenblik van de betaling van de factuur door de medecontractant heeft de onderaannemer fiscale en niet-fiscale schulden (m.a.w. is onderworpen aan inhoudingsplicht);

3° de medecontractant laat na om de inhouding toe te passen op de factuur en deze te storten op de rekening van de FOD Financiën, Inningscentrum, dienst Inhoudingen.

IBAN BE33 6792 0023 2046

BIC PCHQBEBB

Praktisch gezien wordt eerst de rechtstreekse hoofdelijke aansprakelijkheid tussen de twee medecontractanten toegepast.

De subsidiaire aansprakelijkheid bestaat erin dat indien het gevorderde bedrag van de hoofdelijke aansprakelijkheid niet betaald wordt, de aannemer, alsook iedere tussenkomende onderaannemer, hiervoor hoofdelijk aansprakelijk zullen zijn.

De aansprakelijkheid wordt in chronologische volgorde toegepast ten opzichte van de in een voorafgaand stadium tussenkomende aannemers, wanneer de aannemer-opdrachtgever nagelaten heeft de bij hem gevorderde sommen binnen dertig dagen na de betekening van een dwangbevel te vereffenen.

Heeft u nog vragen?

Raadpleeg de website van de FOD Financiën.

Heeft u echter een vraag over uw persoonlijk dossier, stuur dan een e-mail naar CPIC.FINwithholdingobligation@minfin.fed.be.

Voetnoten

1 En/of de artikelen 400, 403, 404 en 406 WIB 92 (oud).

2 En/of de artikelen 402 en 403 van het WIB 92 (oud).

3 En/of de artikelen 400, 403, 404 en 406 van het WIB 92 (oud).

4 En/of artikel 400, 1°, b, van het WIB 92 (oud).

5 En/of het artikel 402 WIB 92 (oud).