Bericht aan de opdrachtgevers en aannemers: vleessector

Op deze pagina vindt u meer details voor de vleessector over:

  • de definitie van de werken en diensten die onder de inhoudingsplicht vallen,
  • de solidaire en subsidiaire verantwoordelijkheid,
  • de informatie over de gevolgen van niet-betaling van wettelijke verschuldigde bedragen.

Inleiding

De bepalingen van de artikelen 402 en 403 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (hierna: WIB 92) werden gewijzigd door de programmawet van 27 april 2007 en door de programmawet (I) van 29 maart 2012. De artikels 54 en 55 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen (hierna: WMGI) zijn van toepassing op fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen die ontstaan vanaf 1 januari 2020.

De wettelijke bepalingen inzake inhouding en hoofdelijke aansprakelijkheid, die hierna worden verduidelijkt, zijn van kracht geworden op 1 november 2013 voor wat betreft de ondernemingen uit de vleessector.

Bedoelde werken

Artikel 2 van het koninklijk besluit van 27 december 2007 tot uitvoering van het artikel 53 van het WMGI1 en van de artikelen 12, 30bis en 30ter van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders bepaalt:

“Voor de vleessector zijn de in artikel 53, 1e lid, 1°, b WMGI2 en 30ter, § 1, 1°, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, bedoelde werken of diensten:

1° Wat de uitsnijderijen betreft:

  1. a) Ontvangst grondstoffen, hulpgrondstoffen en verpakkingsmateriaal;
  2. b) Primaire opslag;
  3. c) Productie;
  4. d) Finale opslag;
  5. e) Verpakken en etiketteren van het eindproduct;
  6. f) Opslag (gekoeld) en distributie (logistiek).

2° Wat de vleesbereidingen en vleesproducten betreft:

  1. a) Ontvangst grondstoffen, hulpgrondstoffen en verpakkingsmateriaal;
  2. b) Primaire opslag;
  3. c) Grondstofvoorbereiding;
  4. d) Productie van (verse) vleesbereidingen;
  5. e) Productie van vleesproducten;
  6. f) Finale opslag;

g)Verpakken en etiketteren van het eindproduct;

  1. h) Opslag (gekoeld) en distributie (logistiek).

3° Wat het slachten van hoefdieren, gevogelte en konijnen betreft:

  1. a) Ontvangst levende dieren, slachtingsaangifte, lossen en ante mortem keuring;
  2. b) Primaire opslag, wassen en ontsmetting van veewagens en kisten;
  3. c) Slachtproces (onreine deel);
  4. d) Afwerking van het slachtproces (reine deel);
  5. e) Enkel bij gevogelte of konijnen, verpakken en etiketteren van het eindproduct;
  6. f) Opslag (gekoeld) en distributie (logistiek)”.

Deze werken of diensten kunnen als volgt worden omschreven:

1° Wat de uitsnijderijen betreft:

  1. a) Receptie grondstoffen, hulpgrondstoffen en verpakkingsmateriaal: hiermee wordt de ontvangst bedoeld van grondstoffen voor de productie van vers vlees in brede zin, d.i. bijvoorbeeld: verpakkingsgas (premix), karkassen, vlees, organen en materiaal voor verpakking en etikettering;
  2. b) Primaire opslag: dit betreft de stockage van de gereceptioneerde producten zoals voorgeschreven door de leverancier (gedroogde, gekoelde of diepgevroren opslag). Deze opslag kan betrekking hebben op zowel verpakte als onverpakte producten;
  3. c) Productie: dit omvat alle behandelingen die te maken hebben met het voor consumptie of gebruiksklaar maken van vers vlees, organen en bijproducten van dierlijke oorsprong. Het uitbenen valt eveneens onder deze processtap. Met uitbenen wordt bedoeld zowel het verwijderen van been en kraakbeen als het verwijderen van pezen (voor zover van toepassing), het kantsnijden of het opsnijden, het verwijderen van overtollig vet en zwoerd;
  4. d) Finale opslag: dit betreft de stockage van de gefabriceerde producten (gedroogde, gekoelde of diepgevroren opslag). Deze opslag kan betrekking hebben op zowel verpakte als onverpakte producten;
  5. e) Verpakken en etiketteren van het eindproduct: onder verpakking wordt begrepen het voorzien van het geassembleerd onverpakt product van een omhulling die gericht is op het hygiënisch en veilig behandelen van het product in de verdere distributie. Het etiketteren is het product voorzien van een identificatielabel met de vereiste wettelijke en commerciële gegevens;
  6. f) (Gekoelde) opslag en distributie (logistiek): dit omvat de opslag van het geëtiketteerd eindproduct in het bedrijf, het laden van de vrachtwagen en het vervoeren, met eigen vervoermiddelen, van dit product tot en met de aflevering aan de klant (die door het bedrijf zal gefactureerd worden) of aan de transporteur die de verdere distributie voor zijn rekening neemt.

2° Wat de vleesbereidingen en vleesproducten betreft:

  1. a) Receptie grondstoffen, hulpgrondstoffen en verpakkingsmateriaal: hiermee wordt de ontvangst bedoeld van grondstoffen voor de productie van vleesbereidingen en vleesproducten in brede zin;
  2. b) Primaire opslag: dit betreft de stockage van de gereceptioneerde producten zoals voorgeschreven door de leverancier (gedroogde, gekoelde of diepgevroren opslag). Deze opslag kan betrekking hebben op zowel verpakte als onverpakte producten;
  3. c) Grondstofvoorbereiding: dit omvat alle behandelingen vooraleer het eigenlijke productieproces aanvangt. Het uitbenen valt eveneens onder deze processtap. Met uitbenen wordt bedoeld zowel het verwijderen van been en kraakbeen als het verwijderen van pezen (voor zover van toepassing), het kantsnijden of het opsnijden, het verwijderen van overtollig vet en zwoerd;
  4. d) Productie van (verse) vleesbereidingen: dit omvat o.m. het malen, marineren, kruiden, paneren, opbinden, op stokjes steken of darm afvullen van vers vlees, enz..., alsook een combinatie van deze processen. Na de productie volgt, al naargelang het toegepaste productieproces, een fase van afkoeling en diepvriezen;
  5. e) Productie van vleesproducten: dit omvat het verhitten of het drogen of fermenteren van de producten, alsook een combinatie van deze processen. Na de productie volgt, al naargelang het toegepaste productieproces, een fase van afkoeling, ontvormen en/of afwerking;
  6. f) Finale opslag: dit betreft de stockage van de gefabriceerde producten (gedroogde, gekoelde of diepgevroren opslag). Deze opslag kan betrekking hebben op zowel verpakte als onverpakte producten;
  7. g) Verpakken en etiketteren eindproduct: onder verpakking wordt begrepen het voorzien van het geassembleerd onverpakt product van een omhulling (eventueel na slicing, vacuüm of begassen en sealen) die gericht is op het hygiënisch en veilig behandelen van het product in de verdere distributie. Het etiketteren is het product voorzien van een identificatielabel met de vereiste wettelijke en commerciële gegevens;
  8. h) (Gekoelde) opslag en distributie (logistiek): dit omvat de opslag van het geëtiketteerd eindproduct in het bedrijf, het laden van de vrachtwagen en het vervoeren, met eigen vervoermiddelen, van dit product tot en met de aflevering aan de klant (die door het bedrijf zal gefactureerd worden) of aan de transporteur die de verdere distributie voor zijn rekening neemt.

3° Wat het slachten van hoefdieren, gevogelte en konijnen betreft:

  1. a) Receptie levende dieren, slachtingsaangifte, lossen en ante mortem keuring: hiermee wordt de ontvangst bedoeld van levende varkens, runderen, kalveren, schapen, geiten, paardachtigen, pluimvee en konijnen;
  2. b) Primaire opslag, wassen en ontsmetting van veewagens en kisten: dit betreft het tijdelijk verblijf van de aangevoerde dieren in een stal. Dit kan betrekking hebben op zowel goedgekeurde dieren, als dieren die in quarantaine worden geplaatst. Bij gevogelte of konijnen, waarbij de dieren in kratten worden aangevoerd, worden deze (eventueel via een rolband) onmiddellijk tot bij de slachtlijn gebracht waar de dieren worden aan opgehangen. De vrachtwagens en kratten waarmee de dieren werden aangevoerd begeven zich na het lossen naar de speciaal daarvoor ingerichte wasplaats, waar ze volgens de voorgeschreven procedure worden gewassen en ontsmet, alvorens het slachthuis te verlaten;
  3. c) Slachtingsproces (onreine deel): dit omvat alle behandelingen van het eigenlijke slachtingsproces i.c. het opdrijven naar de slachtplaats, de verdoving, het steken tot en met het poetsen van het karkas of het onthuiden/ontpluimen van het dier;
  4. d) Afwerking van het slachtingsproces (reine deel): dit omvat alle handelingen (incl. de post mortem keuring) waarbij het geslachte dier wordt gescheiden in slachtafval (cat. 1-2-3), rode en witte organen, karkassen en delen daarvan. Vervolgens wordt overgegaan tot het stempelen en/of etiketteren, de weging en de classificatie. Tot deze handelingen behoren eveneens de behandeling en het zouten van de witte organen, bijvoorbeeld de natuurdarmen;
  5. e) Verpakken en etiketteren van het eindproduct (enkel bij gevogelte of konijnen): onder verpakking wordt begrepen het voorzien van het geassembleerd onverpakt product van een omhulling die gericht is op het hygiënisch en veilig behandelen van het product in de verdere distributie. Het etiketteren is het product voorzien van een identificatielabel met de vereiste wettelijke en commerciële gegevens;
  6. f) (Gekoelde) opslag en distributie (logistiek): dit omvat de opslag van het geëtiketteerd eindproduct in een gekoelde opslagruimte tot de wettelijk voorgeschreven temperatuur (tussen 0-7°C) wordt bereikt. Deze opslag kan betrekking hebben op zowel halve karkassen, kwartieren/delen daarvan, als bijproducten van dierlijke oorsprong. De distributie omvat het laden van de vrachtwagen en het vervoeren, met eigen vervoermiddelen, van dit product tot en met de aflevering aan de klant (die door het bedrijf zal gefactureerd worden) of aan de transporteur die de verdere distributie voor zijn rekening neemt.

Draagwijdte van de bepalingen

Worden beoogd door de bepalingen van de artikelen 54 en 55 WMGI3, de hiervoor omschreven werken:

  • die in een slachthuis, een uitsnijderij of een onderneming van vleesbereidingen en/of vleesproducten (hierna “bedrijf”) worden uitgevoerd;
  • door (een) onderaannemer(s) van het bedrijf.

Voor een goed begrip van de hierna volgende teksten, is het aangewezen, overeenkomstig de definitie die wordt gegeven door artikel 53 WMGI4, om:

  • het bedrijf tegelijk te beschouwen als “opdrachtgever” en als ”aannemer”;
  • de “onderaannemer” te beschouwen als ”aannemer” in verhouding met elke “volgende onderaannemer”.

De klanten van het bedrijf vallen op hun beurt buiten het toepassingsgebied van de wet.

Subsidiaire hoofdelijke aansprakelijkheid

De opdrachtgever of de aannemer die voor de bedoelde werken beroep doet op een aannemer of een onderaannemer die fiscale en niet-fiscale schulden heeft op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de schulden van zijn medecontractant.

De hoofdelijke aansprakelijkheid wordt beperkt tot 35 % van de totale prijs van de werken of activiteiten, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, die aan de aannemer of aan de onderaannemer werden toevertrouwd. Zij kan worden aangewend voor de betaling in hoofdsom, met inbegrip van opcentiemen, opdeciemen, verhogingen, administratieve of fiscale boetes, kosten en interesten, ongeacht hun datum van vestiging, van de volgende schulden die bestaan op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst:

1° alle fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen;

2° de buitenlandse belastingschuldvorderingen waarvoor in het kader van internationale of communautaire rechtsinstrumenten de invorderingsbijstand is gevraagd;

3° de niet betaalde bedragen in het kader van de hoofdelijke aansprakelijkheid zoals bedoeld in artikel 54 WMGI5.

Sommen voor dewelke een behoorlijk gerespecteerd afbetalingsplan bestaat en schulden in de opschorting gedurende de periode van opschorting zoals bedoeld in het Wetboek van economisch recht, boek XX, titel V over de gerechtelijke reorganisatie, worden niet als schulden beschouwd.

De hoofdelijke aansprakelijkheid geldt ook voor de fiscale en niet-fiscale schulden van de vennoten van een tijdelijke handelsvennootschap, een stille handelsvennootschap of een maatschap die optreedt als aannemer of onderaannemer.

Ze geldt ook voor de fiscale en niet-fiscale schulden van de aannemer of van de onderaannemer die ontstaan in de loop van de uitvoering van de overeenkomst

De hoofdelijke aansprakelijkheid in hoofde van de opdrachtgever of de aannemer geldt niet als de bij artikel 30ter, § 2 van de wet van 27 juni 1969 (ter herziening van de besluitwet van 28 december 1944 m.b.t. de maatschappelijke zekerheid der arbeiders) bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid reeds wordt toegepast in hoofde van dezelfde opdrachtgever of aannemer.

De hoofdelijke aansprakelijkheid wordt niet toegepast wanneer de hierna bedoelde inhouding en storting correct zijn gebeurd bij elke betaling van de gehele of gedeeltelijke prijs van de werken aan een aannemer of een onderaannemer die op het ogenblik van de betaling fiscale en niet-fiscale schulden heeft.

Indien de hierna bedoelde inhouding en storting niet correct zijn gebeurd bij elke betaling van de gehele of gedeeltelijke prijs van de werken aan een aannemer of een onderaannemer die op het ogenblik van de betaling fiscale en niet-fiscale schulden heeft, worden de eventueel gestorte bedragen in mindering gebracht van het bedrag waarvoor de opdrachtgever of de aannemer verantwoordelijk is gesteld bij het toepassen van de hoofdelijke aansprakelijkheid.

De programmawet van 29 maart 2012 heeft de subsidiaire ketenaansprakelijkheid (her)ingevoerd die van toepassing is wanneer de volgende drie voorwaarden vervuld zijn:

1° op het ogenblik van het afsluiten van het contract heeft de onderaannemer fiscale en niet-fiscale schulden (m.a.w. is onderworpen aan inhoudingsplicht);

2° ook op het ogenblik van de betaling van de factuur door de medecontractant heeft de onderaannemer fiscale en niet-fiscale schulden (m.a.w. is onderworpen aan inhoudingsplicht);

3° de medecontractant laat na om de inhouding toe te passen op de factuur en deze te storten op de rekening van de FOD Financiën, Inningscentrum, dienst Inhoudingen.

IBAN BE33 6792 0023 2046

BIC PCHQBEBB

Praktisch gezien wordt eerst de rechtstreekse hoofdelijke aansprakelijkheid tussen de twee medecontractanten toegepast.

De subsidiaire aansprakelijkheid bestaat erin dat indien het gevorderde bedrag van de hoofdelijke aansprakelijkheid niet betaald wordt, de aannemer, alsook iedere tussenkomende onderaannemer, hiervoor hoofdelijk aansprakelijk zullen zijn. De aansprakelijkheid wordt in chronologische volgorde toegepast ten opzichte van de in een voorafgaand stadium tussenkomende aannemers, wanneer de aannemer-opdrachtgever nagelaten heeft de bij hem gevorderde sommen binnen dertig dagen na de betekening van een dwangbevel te vereffenen.

Heeft u nog vragen?

Raadpleeg de website van de FOD Financiën.

Heeft u echter een vraag over uw persoonlijk dossier, stuur dan een e-mail naar CPIC.FINwithholdingobligation@minfin.fed.be.

Voetnoten

1 En/of de artikelen 400, 403, 404 en 406 WIB 92 (oud).

2 En/of artikel 400,1°, b WIB 92 (oud).

3 En/of de artikelen 402 en 403 WIB 92 (oud).

4 En/of artikel 400 WIB 92 (vroeger).

5 En/of het artikel 402 WIB 92 (vroeger).