Niet-inwoners

Bedrijfsvoorheffing op bezoldigingen betaald aan niet-inwoners die werken in België

De bezoldigingen die een Belgische werkgever of een Belgische afdeling van een werkgever niet-inwoner (waarvoor die bezoldigingen beroepskosten zijn) betaalt aan een niet-inwoner die in België is tewerkgesteld, zijn aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen.


Om de bedrijfsvoorheffing correct te kunnen berekenen, is het belangrijk een onderscheid te maken tussen de volgende 3 categorieën van werknemers: 

  • Voor een niet-inwoner die gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis heeft behouden moet de bedrijfsvoorheffing berekend worden volgens schaal I of schaal II.

  • Voor een niet-inwoner die niet gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis heeft behouden mag de bedrijfsvoorheffing ook worden berekend volgens schaal I of II als het gaat om bezoldigingen:
    • voor in België geleverde prestaties
    • ingevolge een of meerdere arbeidsovereenkomsten die het volledige kalenderjaar bestrijken
    • en voor zover die arbeidsprestaties tenminste 75% van de wettelijke arbeidstijd per contract bedragen
    • Deze regeling heeft tot doel het bedrag van de in te houden bedrijfsvoorheffing beter af te stemmen op de belasting die uiteindelijk verschuldigd is door een niet-inwoner die voldoet aan de 75%-regel.
  • Voor de niet-inwoners die niet gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis hebben behouden, en die niet voldoen aan de hiervoor vermelde voorwaarden, moet de bedrijfsvoorheffing worden berekend volgens schaal III. Deze schaal houdt geen rekening met de persoonlijke of gezinstoestand van de betrokkene zodat er bij de inhouding van de bedrijfsvoorheffing geen enkele vermindering voor die toestand wordt toegestaan.


Voorgaande bepalingen zijn ook van toepassing op de bezoldigingen die aan niet-inwoners worden betaald of toegekend als bedrijfsleider.

Bedrijfsvoorheffing op winsten en baten (artikel 228 § 3 WIB’92) betaald aan niet-inwoners

Schuldenaars, bewaarders, mandatarissen of tussenpersonen die aan niet-inwoners winsten of baten betalen die bedoeld zijn in artikel 228 § 3 WIB’92, moeten vanaf 1 maart 2013 bedrijfsvoorheffing storten voor de uitkeringen boven 38.000 euro.

In het bericht aan de schuldenaars van 23 juli 2014 vindt u meer uitleg over de modaliteiten van deze regeling.