Tax Shelter - audiovisuele productie - raamovereenkomsten ondertekend vóór 01.01.2015

De inhoud van de onderstaande FAQ slaat op de Tax Shelter - wetgeving die van toepassing was op raamovereenkomsten die vóór 01.01.2015 werden ondertekend.

Voor raamovereenkomsten ondertekend vanaf 01.01.2015 geldt de nieuwe wetgeving (wet van 12.05.2014).

Tax Shelter - raamovereenkomsten ondertekend vóór 01.01.2015

  1. Wat is Tax Shelter?

    'Tax shelter' is een fiscale regeling die de productie van audiovisuele en cinematografische werken aanmoedigt.


    Hierdoor kan een vennootschap die in de productie van audiovisuele werken wenst te investeren, een vrijstelling krijgen van haar belastbare gereserveerde winst tot maar liefst 150% van de sommen die voor de productie zijn betaald.


    De wetgeving voorziet dat er slechts beperkte financiële risico’s zijn voor de investeerders.

    Onderstaand schema verduidelijkt dit.

     

    Schematisch voorbeeld Tax Shelter

    Terug
  2. Wat zijn de voorwaarden voor vennootschappen die willen investeren?

    Alle binnenlandse vennootschappen en Belgische inrichtingen van buitenlandse vennootschappen komen voor deze regeling in aanmerking. Er zijn wel enkele uitzonderingen, namelijk:

    • de ondernemingen die als voornaamste doel de ontwikkeling en de productie van audiovisuele werken hebben
    • de televisieomroepen


    Een vennootschap die wil investeren moet:

    • de onaantastbaarheidsvoorwaarde nakomen tot op de datum waarop het laatste attest wordt ontvangen. Dit wil zeggen dat de vrijgestelde winst op een afzonderlijke rekening van het passief van de balans moet staan en niet tot grondslag mag dienen voor de berekening van enige beloning of toekenning
    • de schuldvorderingen en eigendomsrechten die werden verkregen bij het sluiten of de uitvoering van de raamovereenkomst gebruiken voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid in België en in volle eigendom behouden totdat het werk af is. Deze periode van onoverdraagbaarheid van de schuldvorderingen en eigendomsrechten op het werk is echter beperkt tot een ononderbroken periode van 18 maanden vanaf de datum waarop de raamovereenkomst werd gesloten. Zo vormt deze geen belemmering voor het vrij verkeer van kapitalen, goederen en diensten
    • binnen de termijn die bepaald is voor het indienen van de aangifte in de inkomstenbelasting voor het belastbaar tijdperk een afschrift van de raamovereenkomst bijvoegen bij de aangifte
    • binnen de termijn die bepaald is voor het indienen van de aangifte in de inkomstenbelasting voor het belastbaar tijdperk een attest (link naar attesten) voorleggen waarin de bevoegde Gemeenschap (zie ook 4.7) bevestigt dat het werk beantwoordt aan de definitie van een Belgisch audiovisueel werk
    • uiterlijk binnen vier jaar na het sluiten van de raamovereenkomst een attest overleggen waarin de Controle, waarvan de binnenlandse vennootschap of de Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap voor de productie van audiovisuele werken afhangt, bevestigt dat de voorwaarden inzake financiering werden nageleefd
    • uiterlijk binnen vier jaar na het sluiten van de raamovereenkomst een attest overmaken waarin de Gemeenschap bevestigt dat de productie van het werk is voltooid en dat de financiering de grens van 50% van het totale budget van de kosten voor het audiovisuele werk niet overschrijdt

    Als een van de bovenstaande voorwaarden gedurende een boekjaar niet langer wordt nageleefd, wordt de voorheen vrijgestelde winst aangemerkt als winst van dat belastbare tijdperk.

    Terug
  3. Wat zijn de voorwaarden voor de vennootschappen waarin wordt geïnvesteerd?

    Investeringen in binnenlandse vennootschappen en in Belgische inrichtingen van buitenlandse vennootschappen, die als voornaamste activiteit audiovisuele werken produceren, komen in aanmerking.

    Opgelet!


    Een televisieomroep of een onderneming die verbonden is met Belgische of buitenlandse televisieomroepen wordt niet als een vennootschap voor de productie van audiovisuele werken beschouwd.
    Op het moment dat de raamovereenkomst wordt gesloten, mag de binnenlandse vennootschap of de Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap voor de productie van audiovisuele werken geen achterstallen hebben bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.


    Opgelet!


    Het aantal investeerders in een productie is onbeperkt, maar iedere investeerder en producent moet zich aan de respectievelijke verplichtingen en voorwaarden houden.

    Terug
  4. Wat zijn de voorwaarden voor de producties waarin wordt geïnvesteerd?

    De productie moet een audiovisueel werk zijn uit de onderstaande categorieën:

    • een fictiefilm (lange, gemiddelde en korte duurtijd), een documentaire of een animatiefilm voor bioscopen
    • een animatieserie voor televisie
    • een documentaire voor televisie
    • een langspeelfilm voor televisie
    • een kinder- of jeugdreeks

    Daarnaast moet de productie door de bevoegde diensten van de Vlaamse, Franse of Duitse Gemeenschap zijn erkend als ‘Europees werk’ zoals bedoeld in de richtlijn “Televisie zonder grenzen” van 3 oktober 1989 (89/552/EEG).

    Terug
  5. Wat zijn de voorwaarden voor de manier waarop geïnvesteerd wordt?

    De vennootschappen die met fiscale vrijstelling in een audiovisueel werk wensen te investeren, moeten een raamcontract sluiten met een binnenlandse of met een Belgische inrichting van een buitenlandse vennootschap voor de productie van audiovisuele werken, d.w.z. een vennootschap die als voornaamste doel de ontwikkeling en de productie van audiovisuele werken heeft.


    De investering kan worden gedaan:

    • via het verwerven van rechten verbonden aan de productie en de exploitatie van het audiovisuele werk
    • door de toekenning van leningen. De investerende vennootschap mag in dit geval geen kredietinstelling zijn
    Investering Rechtstreekse investering
    In de vorm van een lening (maximum 40% van de geïnvesteerde sommen)


    Het is mogelijk om een ruling te vragen bij de Dienst Voorafgaande Beslissingen van de FOD Financiën. Die procedure is echter niet verplicht.

    Terug
  6. Wat zijn de voorwaarden voor de financiering van het audiovisueel werk?

    1. De productie- en exploitatiekosten van het audiovisuele werk welke in België werden gedaan moeten ten minste 150% belopen van de sommen, die, anders dan in de vorm van leningen, zijn aangewend voor de uitvoering van de raamovereenkomst.
      Voorbeeld

      Een vennootschap investeert 100.000 euro in een film (60.000 euro in de vorm van een coproductie en 40.000 euro in de vorm van een lening). De productievennootschap zal een vrijstelling van 150.000 euro kunnen verkrijgen, als ze in België uitgaven ten belope van 150% van 60.000 euro doet, m.a.w. 90.000 euro voor de productie- en exploitatiekosten.
    2. De productie- en exploitatiekosten voor de productie van het audiovisuele werk moeten worden gedaan binnen een periode van ten hoogste 18 maanden vanaf de datum waarop de raamovereenkomst werd gesloten.
    3. Het totaal bedrag van de daadwerkelijk gestorte sommen in uitvoering van de raamovereenkomst mag niet meer bedragen dan 50% van het totale budget van de kosten voor het audiovisuele werk.
    4. Het totaal van de sommen die in de vorm van leningen zijn geïnvesteerd, mag niet meer bedragen dan 40% van de sommen die ter uitvoering van de raamovereenkomst zijn aangewend.

     

    Ingeval één van de voorwaarden voor het verlenen en behouden van de vrijstelling gedurende een belastbaar tijdperk niet langer wordt nageleefd, wordt de voorheen vrijgestelde winst aangemerkt als winst van dat belastbare tijdperk.

    Opgelet!

    Promotie- en distributiekosten komen niet in aanmerking als uitgaven voor productie of exploitatie. Montagekosten, eventuele commissies, … kunnen wel in rekening gebracht worden.

     

     

    Terug
  7. Wat zijn de voorwaarden voor de raamovereenkomst die wordt afgesloten?

    De raamovereenkomst moet volgende gegevens bevatten:

    • de benaming en het maatschappelijk doel van de vennootschap voor de productie van audiovisuele werken
    • de benaming en het maatschappelijk doel van de binnenlandse vennootschappen of de Belgische inrichtingen die de raamovereenkomst hebben gesloten met de vennootschap voor de productie van audiovisuele werken
    • het totaal van de aangewende sommen en de juridische vorm, met een gedetailleerde opgave per bedrag, van die sommen ten name van elke deelnemende vennootschap
    • een identificatie en een beschrijving van het erkend audiovisueel werk waarvoor de raamovereenkomst wordt gesloten
    • het budget van de uitgaven die nodig zijn voor het audiovisueel werk in kwestie. Hierbij moet een onderscheid worden gemaakt tussen het gedeelte dat ten laste wordt genomen door de binnenlandse vennootschap of de Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap voor de productie van audiovisuele werken en het gedeelte dat gefinancierd wordt door de vennootschap of inrichting die aanspraak maakt op de vrijstelling
    • de overeengekomen wijze waarop de bedragen worden vergoed die, naargelang hun aard, worden aangewend bij de uitvoering van de raamovereenkomst
    • de waarborg dat elke deelnemer aan de voorwaarden voldoet
    • de verbintenis van de vennootschap of de Belgische inrichting voor de productie van audiovisuele werken dat de financieringsvoorwaarden werden nageleefd

    Opgelet!

    Er is geen standaardvoorbeeld voor een dergelijk raamcontract.

    Terug
  8. Wat bedoelt men met kosten die in België werden gedaan?

    Met productie- en exploitatiekosten die in België werden gedaan, bedoelt men de exploitatiekosten en de financiële kosten waaruit beroepsinkomsten voortvloeien die, ten name van de begunstigde, belastbaar zijn via de personenbelasting, de vennootschapsbelasting of de belasting van niet-inwoners.


    Het gaat onder meer om volgende uitgaven:

    • de aan de BNI/PB onderworpen gage van een acteur die niet-inwoner is, maar deelneemt aan opnamen in België
    • de som die voor dienstverrichtingen aan een Belgische inrichting van een buitenlandse vennootschap wordt gestort

    Wanneer de kosten, voor de begunstigde, de vergoeding van dienstverrichtingen vertegenwoordigen en wanneer de begunstigde een beroep doet op één of meer onderaannemers voor de verwezenlijking van deze dienstverrichtingen, worden deze kosten als in België gedane kosten aangemerkt indien de vergoeding van de dienstverrichtingen van de onderaannemer of onderaannemers 10% van de kosten niet overschrijdt.


    Hiermee wil men vermijden dat een binnenlandse vennootschap of een Belgische inrichting van een buitenlandse vennootschap de productie van een audiovisueel werk toevertrouwt aan een in België gevestigde executive producer die op zijn beurt de productie van het audiovisuele werk grotendeels aan een andere, in het buitenland gevestigde vennootschap uitbesteedt.


    Daarentegen staat de bepaling niet iedere onderaanneming in de weg en laat ze in een zekere mate toe dat een beroep wordt gedaan op buitenlandse onderaannemers. De dienstprestaties zullen echter in hoofdzaak (ten minste 90%) als Belgische kosten worden beschouwd, wanneer zij rechtstreeks of onrechtstreeks door in België belastingplichtige dienstverrichters worden geleverd.


    Deze voorwaarde moet worden vervuld wanneer de begunstigde zich hiertoe schriftelijk heeft verbonden, zowel ten aanzien van de vennootschap voor de productie als ten aanzien van de FOD Financiën.

    Terug
  9. Hoe wordt het vrijgestelde bedrag vastgesteld?

    Het geïnvesteerde bedrag mag, per belastbaar tijdperk, slechts binnen de volgende toepasbare grenzen worden vrijgesteld:

    • enerzijds een grens ten belope van 50% van de belastbare gereserveerde winst van het belastbaar tijdperk
    • anderzijds een absoluut bedrag van 750.000,00 euro

    Onder belastbare gereserveerde winst dient men te verstaan: de totale verhoging, voor het belastbaar tijdperk, van alle belaste reserves (geboekte of geheime reserves). Het gaat dus om het positieve verschil tussen het totaal bedrag van de belaste reserves op het einde van het belastbaar tijdperk vóór de toepassing van artikel 194ter (WIB 1992) en het totaal bedrag van de belaste reserves op het einde van het onmiddellijk voorafgaande belastbaar tijdperk.


    Een geautomatiseerd berekeningsprogramma (aanslagjaar 2014) vindt u  hier (XLS, 5.52 MB).
    Opgelet: gelet op het bijzondere karakter van de Fairness Tax en het tijdelijke karakter van de aanslag zoals bedoeld in artikel 537, WIB 92, zijn die twee aanslagen niet opgenomen in het berekeningsprogramma voor het aanslagjaar 2014. Bovendien houdt dit programma geen rekening met de bepalingen van de wet van 12.5.2014 tot wijziging van artikel 194ter, WIB 92, betreffende het Tax Shelter-stelsel ten gunste van audiovisueel werk, in afwachting van een datum van inwerkingtreding.

    Terug
  10. Kan de vrijstelling worden overgedragen?

    Het bedrag van de ter uitvoering van de raamovereenkomst aangewende sommen kon niet worden vrijgesteld. Dit kan bijvoorbeeld wanneer er geen of onvoldoende (belastbare gereserveerde) winst (van een belastbaar tijdperk) was. Dan wordt dit bedrag overgedragen op de winst van de volgende belastbare tijdperken. Deze overdracht is echter beperkt tot het aanslagjaar dat verband houdt met het belastbaar tijdperk dat het belastbaar tijdperk voorafgaat tijdens hetwelk het laatste van de in § 4, eerste lid, 7° en 7°bis (Circulaire nr. Ci.RH.421/566.524) bedoelde attesten wordt ontvangen.


    Deze overdracht wordt uitgevoerd binnen dezelfde grenzen als die, welke hierboven zijn bepaald, namelijk:

    • enerzijds een grens ten belope van 50% van de belastbare gereserveerde winst van het belastbaar tijdperk
    • anderzijds een absoluut bedrag van 750.000 euro
    Terug
  11. Wanneer wordt de vrijstelling definitief?

    De 'vrijgestelde reserve tax shelter' wordt onvoorwaardelijk en definitief vrijgesteld voor het aanslagjaar dat verband houdt met het belastbaar tijdperk dat het tijdperk voorafgaat waarvoor het laatste van de attesten (zie 2.2) werd verzonden.


    Deze documenten moeten uiterlijk binnen vier jaar na het sluiten van de raamovereenkomst door de Gemeenschap en de Controle waarvan de binnenlandse vennootschap of de Belgische inrichting van de buitenlandse vennootschap voor de productie van audiovisuele werken afhangt, worden uitgereikt. Vervolgens moet de vennootschap, die aanspraak maakt op de vrijstelling, die documenten tot staving van de definitieve vrijstelling overleggen aan de Controle waarvan ze afhangt.


    Als de vennootschap de attesten niet binnen vier jaar na het sluiten van de raamovereenkomst heeft verkregen of als de Controle de attesten niet tijdig heeft ontvangen, wordt de voorlopig vrijgestelde winst aangemerkt als winst van het belastbaar tijdperk waarin  de termijn van vier jaar verstrijkt.

    Terug
  12. Kunnen kosten en verliezen worden vrijgesteld?

    De begunstigde vennootschap mag:

    • de kosten
    • de verliezen (minderwaarden)
    • de waardeverminderingen
    • de voorzieningen
    • de afschrijvingen


    met betrekking tot de schuldvorderingen en de eigendoms- en exploitatierechten op het audiovisuele werk niet aftrekken als beroepskosten en evenmin vrijstellen.

    Terug
  13. Wat zijn de wettelijke bepalingen?

    - Raamovereenkomsten ondertekend vóór  01.07.2013 :

                    Wet 02.08.2002

                    Ci.RH. 421/566.524 dd. 23.12.2004  +  addendum 26.10.2009

     

    - Raamovereenkomsten ondertekend na  01.07.2013 :

                     Wet 17.06.2013

                     Ci.RH. 421/630.628 dd. 05.03.2014

    Terug
  14. Berekeningsprogramma

    * Opgelet: gelet op het bijzondere karakter van de Fairness Tax en het tijdelijke karakter van de aanslag zoals bedoeld in artikel 537, WIB 92, zijn die twee aanslagen niet opgenomen in het berekeningsprogramma voor het aanslagjaar 2014.

    Terug