Btw

Wetten

  • Wet van 26 mei 2016 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde met betrekking tot de vrijstelling van de diensten verricht aan hun leden door zelfstandige groeperingen van personen
    (BS van 9 juni 2016)
    Deze wet hervormt de regeling met betrekking tot de kostendelende verenigingen. Artikel 44, § 2bis, nieuw, van het Btw-Wetboek beoogt een betere omzetting van de Europese voorschriften. 
     
  • Wet van 27 juni 2016 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde
    (BS van 7 juli 2016)
    Deze wet brengt technische wijzigingen aan met het oog op een betere omzetting in nationaal recht van de Europese wetgeving. Naast technische aanpassingen aan het Wetboek hebben de overige wijzigingen betrekking op de gewijzigde regelgevende bevoegdheid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de invoeging van het begrip lichte vrachtauto voor de toepassing van aftrekregeling van de btw alsook op de toepassing van de vrijstelling voor culturele diensten. De wet bekrachtigt ten slotte het koninklijk besluit van 23 augustus 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, wat betreft de opheffing op 1 september 2015 van het verlaagd btw-tarief van 6 % voor de levering van elektriciteit aan huishoudelijke afnemers.
     
  • Programmawet van 1 juli 2016
    (BS van 4 juli 2016, ed. 2)
    Deze wet heft de btw-vrijstelling op voor online kans- en geldspelen andere dan loterijen en bevat wijzigingen inzake btw die betrekking hebben op de deeleconomie.
     
  • Programmawet (II) van 3 augustus 2016
    (BS van 16 augustus 2016)
    Artikel 18 van deze programmawet past de tekst van artikel 44, § 3, 11°, van het Btw-Wetboek aan, zodat de beheersverrichtingen van het gespecialiseerd vastgoedbeleggingsfonds voor de toepassing van deze belasting onderworpen zijn aan hetzelfde regime als van toepassing op vastgoedbevaks en openbare of institutionele gereglementeerde vastgoedvennootschappen.
     
  • Programmawet van 25 december 2016
    (BS van 29 december 2016, ed. 2)
    Artikel 120 van deze programmawet breidt de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 12 % dat wordt toegepast voor de in het kader van het sociaal beleid verstrekte huisvesting uit tot de privésector. Dit artikel vult tabel B van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 aan met een rubriek XI, ‘Huisvesting in het kader van het sociaal beleid – Privé-initiatief’, zodat voortaan een hele reeks handelingen met betrekking tot dergelijke woningen en woningcomplexen waarbij de privésector betrokken is, onderworpen zijn aan het verlaagd tarief van 12 %, met name de levering, de vestiging, de overdracht en de wederoverdracht van zakelijke rechten, de oprichting, andere werken in onroerende staat en de onroerende financieringshuur of onroerende leasing. 

Koninklijke besluiten

  • Koninklijk besluit van 26 januari 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, wat het werk in onroerende staat en de gelijkgestelde handelingen en de assistentiehonden betreft
    (BS van 2 februari 2016) 
    Dit KB verhoogt de ouderdomsvereiste om in aanmerking te komen voor het verlaagd tarief van 6 % voor werk in onroerende staat en de gelijkgestelde handelingen met betrekking tot privéwoningen van vijf naar tien jaar. Het besluit voert bovendien het verlaagd  btw-tarief van 6 %  in voor assistentiehonden alsook voor de opleiding van deze honden en de diensten verstrekt door dierenartsen aan de assistentiehonden. 
     
  • Koninklijk besluit van 15 februari 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde.
    (BS van 22 februari 2016) 
    Ingevolge de afschaffing van de maatregel waarbij de levering van elektriciteit aan huishoudelijke afnemers aan het verlaagd btw-tarief van 6 % was onderworpen, trekt dit KB het voordeel in van de maandelijkse teruggave van het btw-belastingtegoed voor belastingplichtigen waarvan de economische activiteit bestond uit de voornoemde leveringen. 
     
  • Koninklijk besluit van 16 juni 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde wat betreft de uitreiking van een kasticket door middel van een geregistreerd kassasysteem in de horecasector
    (BS van 24 juni 2016) 
    Artikel 21bis, oud, van het voormeld koninklijk besluit nr. 1, dat de voorwaarden voor de uitreiking van een kasticket tot voorwerp had, werd bij de arresten nrs. 232.545 en 232.548 van 14 oktober 2015 door de Raad van State vernietigd.  
    Dit KB bepaalt in artikel 21, nieuw, de voorwaarden waaronder de exploitant van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt alsmede de traiteur die regelmatig cateringdiensten verricht, gehouden zijn aan de belastingplichtige of niet-belastingplichtige klant het kasticket uit te reiken bedoeld in het koninklijk besluit van 30 december 2009 tot het bepalen van de definitie en de voorwaarden waaraan een geregistreerd kassasysteem in de horecasector moet voldoen, voor alle handelingen die zij in de uitoefening van hun economische activiteit verrichten. 
     
  • Koninklijk besluit van 4 juli 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 18 van 29 december 1992 met betrekking tot de vrijstellingen ten aanzien van de uitvoer van goederen en diensten naar een plaats buiten de gemeenschap, op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde inzake het drempelbedrag van de globale waarde van de goederen uit te voeren in de persoonlijke bagage van de reizigers
    (BS van 7 juli 2016) 
    Dit KB verlaagt, voor de toepassing van de vrijstelling bij uitvoer, het drempelbedrag van de globale waarde per factuur van de goederen die in de persoonlijke bagage van reizigers worden uitgevoerd van 125 euro tot 50 euro. 
     
  • Koninklijk besluit van 3 augustus 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven wat de gebouwen voor leerlingenbegeleiding betreft
    (BS van 19 augustus 2016, ed. 2) 
    Dit KB vervangt rubriek XL van tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20. Deze rubriek beoogt voortaan niet enkel de gebouwen bestemd voor onderwijs maar eveneens die voor leerlingenbegeleiding voor de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6 %.
     
  • Koninklijk besluit van 21 september 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 18 van 29 december 1992 met betrekking tot de vrijstellingen ten aanzien van de uitvoer van goederen en diensten naar een plaats buiten de gemeenschap, op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde inzake het drempelbedrag van de globale waarde van de goederen uit te voeren in de persoonlijke bagage van de reizigers
    (BS van 11 oktober 2016) 
    Ingevolge een vormgebrek heft dit KB het KB van 4 juli 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 18 van 29 december 1992 op. Het KB wijzigt het KB nr. 18 op identieke wijze als het opgeheven KB, met dien verstande dat de maatregel thans slechts van toepassing is tot en met 31 augustus 2017. 

Ministeriële besluiten 

  • Ministerieel besluit van 8 april 2016 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 14 november 2014 tot aanwijzing van de Adviseurs-generaal – gewestelijk directeurs die in aanmerking komen om zitting te hebben in de Beroepscommissie zoals bedoeld in artikel 84octies, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en in de Beroepscommissie zoals bedoeld in artikel 413quinquies, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 
    (BS van 27 april 2016) 
    Aanduiding van de personen die deel kunnen uitmaken van de commissies inzake het onbeperkt uitstel van de invordering van de belastingen.