Steunmaatregelen en nieuws in verband met coronavirus

Invordering

Wetten

  • Wet van 20 februari 2017 tot wijziging van artikel 298 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wat betreft de herinneringsbrieven voor onbetaalde inkomstenbelastingen
    (BS van 15 maart 2017)
    Art. 298, §2 van het WIB 92 bepaalt dat de fiscus niet langer gehouden is de herinneringsbrief aangetekend te versturen. Dit kan ook per gewone brief. Op deze manier kan de fiscus een aanzienlijke besparing verwezenlijken.
     
  • Wet van 30 juni 2017 houdende maatregelen in de strijd tegen de fiscale fraude
    (BS van 7 juli 2017)
    Vervanging van het art. 52bis WBTW teneinde tegemoet te komen aan de legistieke problemen van artikel 52bis WBTW die naar aanleiding van de parlementaire onderzoekscommissie naar de grote fiscale fraude-dossiers werden vastgesteld.
     
  • Wet van 10 juli 2017 tot versterking van de rol van de fiscale bemiddelingsdienst
    (BS van 20 juli 2017)
    • Vervanging van het art. 399bis WIB 92 in die zin dat de belastingschuldige of ieder ander persoon lastens wie een belasting of voorheffing kan worden ingevorderd in geval van betwisting met een ambtenaar van de administratie belast met de inning en de invordering van de inkomstenbelastingen een aanvraag tot bemiddeling kanindienen bij de fiscale bemiddelingsdienst.
    • Vervanging van het art. 85ter WBTW in dezelfde zin.
       
  • Wet van 31 juli 2017 tot invoering van een doorlopend systeem van voorschotten op de opbrengst van de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting
    (BS van 11 augustus 2017)
    Invoeging van artikelen 470/1 en 470/2 van het WIB92 teneinde een systeem in te voeren dat er toe strekt de opbrengst van de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting toe te kennen via voorschotten gedurende een periode van acht maanden te beginnen vanaf september van het aanslagjaar tot april van het daaropvolgende jaar. Op die manier zijn de gemeenten niet meer afhankelijk van het inkohieringsritme van de federale overheid tijdens die maanden.
     
  • Wet van 11 augustus 2017 houdende invoeging van het Boek XX "Insolventie van ondernemingen", in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de definities eigen aan Boek XX en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan Boek XX in het Boek I van het Wetboek van economisch recht
    (BS van 11 september 2017)
    Aanvulling van art. 442quater WIB 92 en art. 93undecies WBTW : De aanvulling strekt ertoe het stelsel van deze artikelen aan te passen voor het geval er een insolventieprocedure wordt geopend. Vooreerst is het nodig voor de coherentie van de vervolgingen dat alle vorderingen die een nauwe band hebben met de insolventie voor eenzelfde rechtbank worden gebracht, met name de insolventierechtbank.
     
    Vervolgens is het nodig om alle onzekerheid te vermijden dat bepaald wordt dat de bedragen die de fiscus zou krijgen op grond van de vordering gebaseerd op deze artikelen toegerekend worden op de bedragen die de fiscus verkrijgt dank zij de vordering door de curator of door derden ingesteld op grond van artikel XX.227. De administratieve vordering is luidens het arrest van het Hof van Cassatie (arrest 19 september 2014, F.12 0206.N, conclusie PG D. Thijs) een aansprakelijkheidsvordering sui generis die ook een gedeeltelijk belastingvordering uitmaakt, terwijl de vordering gebaseerd op artikel XX.227 ook een aansprakelijkheidsvordering is met eigen kenmerken.
     
    Om alle twijfel te vermijden en te beletten dat de bestuurders teveel zouden betalen wordt er voorzien in een stelsel van toerekening.
     
  • Wet van 17 december 2017 houdende diverse fiscale bepalingen II
    (BS van 22 december 2017)
    Wijzigingen aan de bepalingen van titel IV, hoofdstuk 5, van de programmawet van 25 december 2016, betreffende de regeling die voorziet in de terugvordering van staatssteun die betrekking heeft op de belasting van de in artikel 185, § 2, b, WIB 92 bedoelde overwinst ten gevolge van de afschaffing van het overwinstregime, door middel van de aanpassing van artikel 185, § 2, b, WIB 92.
     
  • Wet van 25 december 2017 tot hervorming van de vennootschapsbelasting
    (BS van 29 december 2017)
    Wijziging van de artikelen 414, 418 en 419 WIB 92 in het kader van de hervorming van de nalatigheidsinteresten, verschuldigd door de belastingschuldigen, alsook de moratoriuminteresten, verschuldigd door de Staat, en die niet enkel uit de vennootschapsbelasting, maar ook uit het geheel van de inkomstenbelastingen voortkomen.
     
  • Programmawet van 25 december 2017
    (BS van 29 december 2017)
    • Administratieve vereenvoudiging en harmonisering van de invorderingsprocessen van niet-fiscale schuldvorderingen : Aanpassing van art. 4 ; art. 5, §3, derde lid ; art. 9, §2, eerste lid van de Domaniale wet van 22 december 1949.
    • Centralisatie op één enkele financiële rekening, "Inning en Invordering” genoemd, van de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
      • Art. 152 van de Programmawet betreft de betaling op de financiële rekening "Inning en Invordering" van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
      • Aanpassing van Art. 3 van de domaniale wet van 22 december 1949, Art. 203 van het Wetboek diverse rechten en taksen en Art. 6 van de Programmawet (II) van 27 december 2006.
      • Aanpassing van art. 334 van de programmawet van 27 december 2004 : Uitbreiding van aanwending van terug te geven of te betalen sommen door middel van schuldvergelijking naar de sectoren van de overige federale overheidsdiensten (naast de FOD Financiën en de RSZ) en staatsorganismen. Het artikel preciseert welke bedragen betrokken of uitgesloten zijn door deze aanwending zonder formaliteit.
 

Koninklijk besluit

  • Koninklijk besluit van 16 februari 2017 tot wijziging van het uitvoeringsbesluit houdende uitvoering van het wetboek diverse rechten en taksen wat betreft het bevoegde kantoor en de opgave inzake de taks op de beursverrichtingen en de mogelijkheid voor buitenlandse beroepspersonen tot aanstelling van een aansprakelijke vertegenwoordiger in het kader van deze taks
    (BS van 22 februari 2017)
    Aanpassing van art. 215 : De taks op de beursverrichtingen en de reporten en, in voorkomend geval, de interesten en de boeten worden betaald op het bevoegd kantoor van de administratie belast met de Inning en de Invordering van de taksen opgenomen in Boek II van het Wetboek diverse rechten en taksen.