BTW

Wetten

  • Wet van 18 juli 2018 betreffende de economische relance en de versterking van de sociale cohesie
    (BS van 26 juli 2018)

    Artikel 54 van onderhavige wet vervangt artikel 50, § 4, van het Btw-Wetboek en breidt de bestaande vereenvoudigingsregeling inzake btw met betrekking tot de deeleconomie uit tot de occasionele diensten die rechtstreeks worden verleend tussen burgers zonder gebruik te maken van een erkend elektronisch platform. Tevens wordt de drempelwaarde voor de gerealiseerde omzet uit de binnen de voornoemde vereenvoudigingsregeling bedoelde handelingen verhoogd van 3 255 euro tot 3 830 euro.

  • Wet van 30 juli 2018 houdende diverse bepalingen inzake belasting over de toegevoegde waarde
    (BS van 10 augustus 2018)

    De wijzigingen hebben in hoofdzaak betrekking op de overdrachten om niet van bepaalde voedingsmiddelen, de regeling van verkopen op afstand vanuit België, de btw-vrijstelling op diensten inzake maatschappelijk werk, sociale zekerheid en bescherming van kinderen en jongeren, de vrijstelling ten voordele van bepaalde activiteiten van algemeen belang, het aftrek van de btw geheven van de aankoop van geestrijke dranken, de verplichting om het btw-identificatienummer mee te delen, de forfaitaire grondslagen van aanslag en de verplichtingen van eigenaars van nieuwe gebouwen.

  • Wet van 14 oktober 2018 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wat de optionele belastingheffing inzake verhuur van uit hun aard onroerende goederen betreft en tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20, van 20 juli 1970, tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven wat het verlaagde btw-tarief inzake de belaste verhuur van uit hun aard onroerende goederen betreft
    (BS van 25 oktober 2018)

    Deze wet voert een gezamenlijke optieregeling in waardoor de verhuur van gebouwen of gedeelten van gebouwen aan een huurder die de goederen uitsluitend gebruikt voor de economische activiteit die hem de hoedanigheid van btw-belastingplichtige verleent aan de belasting kan worden onderworpen. De nieuwe regeling heeft tot gevolg dat de toepassing van het verlaagd btw-tarief voor de onroerende financieringshuur wordt uitgebreid tot alle diensten van onroerende verhuur met voornamelijk een sociaal oogmerk, die door de uitoefening van de optie worden belast. Tenslotte wordt de terbeschikkingstelling van uit hun aard onroerende goederen voor een periode van niet meer dan zes maanden en die niet worden aangewend voor bewoning eveneens aan de belasting onderworpen.

Koninklijke besluiten

  • Koninklijk besluit nr. 2 van 19 december 2018 met betrekking tot de forfaitaire regeling inzake belasting over de toegevoegde waarde
    (BS van 19 december 2018, ed. 1)

    Artikel 56, nieuw, van het Btw-Wetboek ingevoegd bij de wet van 30 juli 2018 houdende diverse bepalingen inzake belasting over de toegevoegde waarde regelt de toepassing van forfaitaire grondslagen van aanslag voor sommige ondernemingen in bepaalde sectoren en herneemt de inhoud van sommige essentiële bepalingen die niet als eenvoudige uitvoeringsmaatregelen kunnen worden aangemerkt zoals voordien opgenomen in het koninklijk besluit nr. 2 van 7 november 1969 met betrekking tot de vaststelling van forfaitaire grondslagen van aanslag voor de belasting over de toegevoegde waarde. Onderhavig koninklijk besluit geeft uitvoering aan artikel 56, § 5, van het Btw-Wetboek en betreft loutere uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de forfaitaire regeling.