Rechten en taksen

Wetten

  • Wet van 07 februari 2018 houdende invoering van een taks op de effectenrekeningen
    (BS van 09 maart 2018)

    Deze wet herstelt in boek II van het Wetboek diverse rechten en taksen de titel II en brengt daarin de nieuwe taks op de effectenrekeningen onder (art. 151 van het Wetboek).

    De taks is van toepassing in geval een natuurlijke persoon titularis is van één of meerdere effectenrekeningen waarop belastbare financiële instrumenten – welke door de wet worden gedefinieerd – staan ingeschreven voor een gezamenlijke gemiddelde waarde van ten minste 500.000 euro (art 11 van de wet en 152 van het Wetboek).

    Voor de in België geopende rekeningen is het in de regel de financiële instelling die instaat voor de aangifte en de betaling van de taks, rekening houdende met het aantal titularissen van de rekening.

    Onder bepaalde voorwaarde kan teruggave worden bekomen van de te veel betaalde taks.
  • Wet van 18 februari 2018 houdende diverse bepalingen inzake aanvullende pensioenen en tot instelling van een aanvullend pensioen voor de zelfstandigen actief als natuurlijk persoon, voor de meewerkende echtgenoten en voor de zelfstandige helpers
    (BS van 30 maart 2018)

    Krachtens artikel 67 van de wet (wijziging artikel 1751 , § 2, WDRT) worden de premies en bijdragen voor het nieuwe aanvullende pensioen voor zelfstandigen in het kader van de jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen belast tegen het tarief van 4,4 pct. Artikel 68 van de wet (wijziging artikel  1762 WDRT) stelt de contracten waarbij lijfrenten of tijdelijke renten worden aangelegd tegen storting met afstand van een kapitaal dat is gevormd in het kader van het nieuwe aanvullende pensioenstelsel voor zelfstandigen, vrij van de jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen.

  • Wet van 26 maart 2018 betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie
    (BS 30 maart 2018)

    In het kader van de strijd tegen de fiscale fraude brengt deze wet bij de artikels 88 tot 97 wijzigingen aan in het Wetboek der successierechten (wijziging art. 72 en 133sexies; invoeging nieuw art 1403 en 146quinquies), het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten (wijziging art. 207quater en 218; invoeging nieuw art 225quater) en het Wetboek diverse rechten en taksen (wijziging art. 2029 en 207sexies; invoeging nieuw art. 211ter).
     
  • Wet van 29 maart 2018 tot uitbreiding van de opdrachten en versterking van de rol van de fiscale bemiddelingsdienst
    (B.S. 13 april 2018)
    Artikel 4 van deze wet heft artikel 20 WDRT (bevoegdheid van de Minister van Financiën op boetes kwijt te schelden) op.
     
  • Wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing
    (B.S. 2 juli 2018; inwerkingtreding 1 augustus 2018)

    De artikelen 129 tot 136 van deze wet wijzigen de artikelen 249 tot 254 van het Wetboek der registratie, hypotheek- en griffierechten. Het speciaal registratierecht op de vergunningen tot verandering voornamen wordt afgeschaft. Het speciaal registratierecht blijft verschuldigd in geval van een verandering van naam. Het tarief bedraagt voortaan in alle gevallen 140 euro. Artikel 155 van de wet wijzigt artikel 238 van genoemd wetboek zodat het speciaal registratierecht op de nationaliteit niet verschuldigd is bij een procedure tot verkrijging van de Belgische nationaliteit op grond van artikel 17 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit.

  • Wet van 03 juli 2018 tot wijziging van de belastingsmaatregelen ten voordele van het zeevervoer
    (BS van 19 juli 2018)

    Deze wet wijzigt een aantal bepalingen betreffende het fiscaal stelsel voor het zeevervoer waaronder artikel 94 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.
     
  • Wet van 11 juli 2018 in het kader van de integratie van de hypotheekkantoren in de Administratie Rechtszekerheid van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de nieuwe organisatie-en bevoegdheidsverdeling binnen de Administratie Rechtszekerheid
    (BS van 20 juli 2018)

    Met het oog op het afschaffen van de aanduiding “hypotheekbewaarder” vervangt deze wet in de federale wetgeving de verwijzingen naar de kantoren van de hypotheekbewaring en naar de hypotheekbewaarders door verwijzingen naar de nieuwe benamingen van de kantoren en diensten belast met de uitvoering van de hypothecaire formaliteiten.

    Deze wet past ook een aantal andere wettelijke bepalingen aan, gelet meer bepaald op de reorganisatie van de administratie “Rechtszekerheid”.
     
  • Wet van 11 juli 2018 houdende opheffing van artikel 104 van het Wetboek der successierechten
    (BS van 23 juli 2018)

    Deze wet heft het in onbruik geraakte artikel 104 van het Wetboek der successierechten op.
     
  • Wet van 20 september 2018 tot harmonisatie van de begrippen elektronische handtekening en duurzame gegevensdrager en tot opheffing van de belemmeringen voor het sluiten van overeenkomsten langs elektronische weg
    (BS van 10 oktober 2018)

    Artikel 13 van de wet wijzigt artikel 11, derde lid, WDRT om de voorheen gebruikte formulering “elektronische handtekening zoals bepaald bij artikel 1322 van het Burgerlijk Wetboek” in lijn te brengen met die uit de eIDAS-verordening.
     
  • Wet van 14 oktober 2018 tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen
    (BS van 20 december 2018)

    Deze wet wijzigt een aantal artikelen betreffende het rolrecht (= één der griffierechten).

    De wet bepaalt nieuwe tarieven.
    Het recht moet niet meer vooraf betaald worden maar na de rechterlijke beslissing.

Koninklijke besluiten

  • Koninklijk besluit van 03 oktober 2018 houdende wijziging van verschillende koninklijke besluiten in het kader van de integratie van de hypotheekkantoren in de Administratie Rechtszekerheid van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de nieuwe organisatie- en bevoegdheidsverdeling binnen de Administratie Rechtszekerheid
    (BS van 19 oktober 2018)

    Dit besluit past verschillende koninklijke besluiten aan in de lijn van de hiervoor vermelde wet van 11 juli 2018 in het kader van de integratie van de hypotheekkantoren in de Administratie Rechtszekerheid van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de nieuwe organisatie-en bevoegdheidsverdeling binnen de Administratie Rechtszekerheid.
     
  • Koninklijk besluit van 04 november 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 maart 1927 houdende uitvoering van het Wetboek diverse rechten en taksen wat betreft de aangifte, betaling en diverse regels met betrekking tot de taks op de effectenrekeningen
    (BS van 09 november 2018)

    Dit koninklijke besluit last in het koninklijk besluit van 3 maart 1927, houdende uitvoering van het Wetboek diverse rechten en taksen, de bepalingen in die nodig zijn voor de uitvoering van de wet van 7 februari 2018 houdende invoering van een taks op de effectenrekeningen.

Ministeriële besluiten

  • Ministeriële besluit van 03 oktober 2018 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 25 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
    (BS van 19 oktober 2018)
    Dit besluit wijzigt artikel 1 van het ministerieel besluit van 25 januari 1940 betreffende de uitvoering van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten. Het gewijzigde artikel betreft de vermelding van de formaliteit van de registratie.
     
  • Ministeriële besluit van 30 oktober 2018 tot aanduiding van de ambtenaar die in het kader van de taks op de effectenrekeningen bevoegd is voor de erkenning van een in België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger van een niet in België gevestigde of opgerichte tussenpersoon
    (BS van 08 november 2018)

    Als bevoegde ambtenaar is aangewezen de leidende ambtenaar van het bevoegde kantoor van de administratie belast met de inning en de invordering