Onze infocenters en kantoren zijn tijdelijk gesloten voor het publiek. U kunt de grote meerderheid van uw administratieve zaken online of per telefoon regelen.

Inkomstenbelastingen – nationaal

WETTEN

  • Wet van 11 februari 2019 houdende fiscale, fraudebestrijdende, financiële alsook diverse bepalingen - Erratum

(BS. 10 maart 2020)

Erratum bij de wet van 11 februari 2019 houdende fiscale, fraudebestrijdende, financiële alsook diverse bepalingen (BS 22 maart 2019)
 

  • Wet van 21 februari 2020 tot invoering van diverse fiscale overgangsbepalingen wat betreft de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie.

    (BS. 12 maart 2020)

Deze wet voert aanpassingen door die nodig zijn in het kader van de Brexit, opdat aan de belastingplichtige de nodige duidelijkheid en rechtszekerheid kan worden geboden.

Zo voegt deze wet nieuwe fiscale overgangsbepalingen in naar aanleiding van de Brexit. Daarnaast brengt deze wet wijzigingen aan in de reeds bestaande wet van 3 april 2019 betreffende de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie.

Zo wordt dus de voornoemde wet van 3 april 2019 aangepast zodat tot 31 december 2020 een overgangsperiode wordt voorzien waardoor een standstill plaatsvindt van de huidige toepassing van de nationale fiscale regels na de Brexit.

Daarnaast wordt voor zeer specifieke gevallen voorzien in een overgangsregeling waarbij verduidelijkingen worden aangebracht en tevens de fiscale gevolgen concreet worden geregeld na 31 december 2020.

Ten slotte houdt de wet ook rekening met de steeds fluctuerende omstandigheden van de Brexit, waarbij de inwerkingtreding van de wet kan afgestemd worden op het daadwerkelijk materialiseren van de Brexit.
 

  • Wet van 29 mei 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie.

    (BS. 11 juni 2020)

    Gelet op de crisissituatie veroorzaakt door de pandemie van het virus COVID-19, moeten verscheidene uitzonderlijke en afwijkende fiscale maatregelen worden genomen. Zo worden in deze wet onder andere volgende maatregelen voorzien:
    • het stimuleren van giften in natura van verschillende medische materialen en producten die nuttig zijn in de strijd tegen deze pandemie;
    • de vrijstelling van vergoedingen die zijn toegekend in het kader van steunmaatregelen die door de Gewesten of Gemeenschappen zijn genomen;
    • aanpassing van de berekening van de vermeerdering wegens geen of ontoereikende voorafbetalingen van de inkomstenbelasting;
    • verlenging van de in artikel 194ter, § 1, 4°, tweede streepje, WIB 92 bedoelde termijn van 18 maanden (24 maanden voor animatie) met 6 maanden voor de Tax Shelter;
    • vrijstelling van een aantal maatregelen genomen om de vlotte arbeidsorganisatie en de tewerkstelling in de cruciale sectoren en essentiële diensten te garanderen tijdens de COVID-19 epidemie.
       

  • Wet van 22 juni 2020 houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenschappen en de Federale Staat inzake het Tax Shelter stelsel voor audiovisuele werken en podiumwerken en tot informatie-uitwisseling, gedaan te Brussel op 19 maart 2020.
    (BS. 30 juni 2020)

    Deze wet formaliseert de instemming van de Federale Staat met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenschappen en van de Federale Staat inzake het Tax Shelter stelsel voor audiovisuele werken en podiumwerken en tot informatie-uitwisseling, gedaan te Brussel op 19 maart 2020.

    Dit samenwerkingsakkoord bepaalt onder andere de bevoegdheden van de gemeenschappen inzake de Tax Shelter, gebaseerd op de ligging van de maatschappelijke zetel van de productievennootschap. Ook wordt naast een overleg met informatie-uitwisseling, een verplicht tweejaarlijks overleg vastgelegd.

    Dit samenwerkingsakkoord heeft bijgevolg tot doel om de samenwerking en informatie-uitwisseling in het kader van het Tax Shelter regime zo optimaal als mogelijk te omkaderen.

     

  • Wet van 23 juni 2020 houdende fiscale bepalingen ter bevordering van de liquiditeit en solvabiliteit van ondernemingen in het kader van de bestrijding van de economische gevolgen van de COVID-19-pandemie.

    (BS. 1 juli 2020)

    Gelet op de crisissituatie veroorzaakt door de pandemie van het virus COVID-19, werden twee maatregelen uitgewerkt ter bevordering van de liquiditeit en solvabiliteit van ondernemingen in het kader van de bestrijding van de economische gevolgen van de COVID-19-pandemie:
    • Een vrijstelling voor toekomstige beroepsverliezen geleden door belastingplichtigen die onderworpen zijn aan de personenbelasting of de belasting niet-inwoners/natuurlijke personen;
    • Een vrijstelling ter versterking van de solvabiliteit en het eigen vermogen van de vennootschappen ten gevolge van de COVID-19-pandemie.
       

  • Wet van 15 juli 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie (CORONA III).

(BS. 23 juli 2020)

Deze wet bevat verscheidene maatregelen die trachten de verreikende impact van de COVID-19 crisis te temperen.

Het betreft volgende maatregelen:

  • een  vrijstelling  van  doorstorting  van  bedrijfsvoorheffing;
  • aanpassingen aan het systeem van de belastingvermindering voor giften;
  • een verlenging van de regeling voor uitgaven voor kinderoppas zoals bedoeld in artikel 16, § 4, enig lid, van de wet van 29 mei 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie;
  • een vrijstelling van belasting voor de consumptiecheque;
  • een tijdelijke verhoging van de aftrekbaarheid van receptiekosten;
  • een verhoogde investeringsaftrek;
  • een belastingvermindering voor de verwerving van nieuwe aandelen van ondernemingen die hun omzet ingevolge de COVID-19-pandemie sterk hebben zien dalen;
  • een nieuwe verlenging van de termijnen voor de “tax shelter”.
     

  • Wet van 15 juli 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie (CORONA III).-ERRATUM

(BS. 31 juli 2020)

Erratum bij de wet van 15 juli 2020 houdende fiscale, fraudebestrijdende, financiële alsook diverse bepalingen (BS 23 juli 2020)
 

  • Wet van 19 november 2020 houdende de invoering van een wederopbouwreserve voor vennootschappen.

    (BS. 1 december 2020)

    Gelet op de crisissituatie veroorzaakt door de pandemie van het virus COVID-19, werd een wederopbouwreserve voor vennootschappen uitgewerkt ter bevordering van de liquiditeit en solvabiliteit van ondernemingen in het kader van de bestrijding van de economische gevolgen van de COVID-19-pandemie.
     

  • Programmawet van 20 december 2020

(BS. 30 december 2020)

Deze wet bevat verschillende fiscale maatregelen :

  • Voor de aanslagjaren 2021 tot 2024, de “bevriezing” van de indexering van een aantal fiscale uitgaven op de geïndexeerde bedragen die gelden voor aanslagjaar 2020. Vanaf aanslagjaar 2025 zullen de bedragen in kwestie opnieuw worden geïndexeerd, evenwel zonder de “bevriezing” voor de aanslagjaren 2021-2024 in te halen;
    • Om de productieve investeringen te stimuleren, wordt de tijdelijke verhoging tot 25 pct. van het basispercentage van de investeringsaftrek uit de wet van 15 juli 2020 houdende diverse dringende fiscale maatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie (CORONA III), voor vaste activa die tussen 12 maart 2020 en 31 december 2020 zijn verworven of tot stand gebracht, met twee jaar verlengd, namelijk tot 31 december 2022;​
  • De verhoging van de toeslag op de belastingvrije som toegekend aan belastingplichtigen die een (groot)ouder, broer of zus ten laste hebben die een zekere leeftijd heeft bereikt en zorgbehoevend is;
  • Met betrekking tot de belastingvermindering voor kinderoppas:
    • Het maximumbedrag per oppasdag en per kind te verhogen van 11,20 euro naar 13,00 euro vanaf aanslagjaar 2021 en 13,70 euro vanaf aanslagjaar 2020. Dit bedrag zal worden geïndexeerd aan de hand van de in artikel 178, § 3, eerste lid, WIB 92 bedoelde indexeringscoëfficiënt vanaf aanslagjaar 2022;
    • De leeftijdsgrenzen van 12 jaar (algemene leeftijdsgrens) en 18 jaar (verhoogde leeftijdsgrens voor kinderen met een zware handicap) op te trekken tot respectievelijk 14 en 21 jaar;
    • Uitgaven voor de professionele thuisopvang van zieke kinderen in aanmerking te laten komen voor de belastingvermindering (artikel 8 van het ontwerp;
  • Er wordt een fiscaal voordeel ingevoerd voor bedrijven die hun werknemers meer opleidingsuren toekennen dan wat reglementair is bepaald. Indien de werknemer gedurende een ononderbroken periode van 30 kalenderdagen minstens 10 dagen opleiding volgt, dan moet de werkgever een bedrag gelijk aan 11,75 pct. van de bezoldiging van de betrokken werknemer niet doorstorten in de Schatkist. In die zin wordt een nieuw artikel 27512 ingevoegd in het WIB 92;
  • Bekrachtiging van koninklijk besluiten

  • Wet van 20 december 2020 houdende dringende diverse fiscale en fraudebestrijding bepalingen.

    (BS. 30 december 2020)

    Deze wet bevat een aantal fiscale en fraudebestrijdende maatregelen, opgedeeld in drie hoofdstukken.

    a) de wettelijke basis die nodig is om ook onderzoekers met bachelorsdiploma’s een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing, bedoeld in artikel 2753, WIB 92, toe te kennen, wordt hersteld.
    b) de nodige wijzigingsbepalingen om tegemoet te komen aan de op 2 juli 2020 door de Europese Commissie verzonden ingebrekestelling inzake de omzetting in Belgisch recht van richtlijn (EU) 2016/1164 van 12 juli 2016 tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van invloed zijn op de werking van de interne markt (“ATAD 1”) zijn geplaatst.
    c) op fiscaal vlak defensieve maatregelen genomen tegen de rechtsgebieden die door de Raad “ECOFIN” op de EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden zijn geplaatst.

     

  • Wet van 20 december 2020 houdende  tijdelijke  ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie(1).

    (BS. 30 december 2020)

    Deze wet bevat een aantal fiscale steunmaatregelen voor de bedrijven en burgers in het kader van de gezondheidscrisis ten gevolge van COVID19.

    Het betreft volgende maatregelen :
    • verlenging van de geldigheidsduur van de maaltijdcheques, ecocheques en sport/cultuurcheques;
    • verlenging van de vrijstelling van de door de gewesten, gemeenschappen, provincies of gemeenten toegekende vergoedingen;
    • tijdelijke maatregelen voor de toepassing van de taxshelter audiovisuele werken en podiumkunsten;
    • vrijstelling voor overuren bij de werkgevers die tot de cruciale sectoren behoren;
    • bestaansmiddelen uit studentenarbeid : om te vermijden dat studenten teveel netto bestaansmiddelen zouden hebben om nog langer ten laste te kunnen zijn van hun ouders, zal geen rekening worden gehouden met de bezoldigingen voor de uren studentenarbeid die ze hebben gepresteerd in de zorgsector en in het onderwijs in het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021.
       

KONINKLIJKE BESLUITEN

  • Koninklijk besluit van 9 december 2019 tot wijziging of opheffing van diverse uitvoeringsbesluiten als gevolg van de invoering van het wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen. – Erratum

    (BS. 3 februari 2020)

  • Koninklijk besluit van 11 december 2019 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing. — Erratum

    (BS. 11 februari 2020)

  • Koninklijk besluit van 20 januari 2020 tot remediering van het dubbelgebruik van artikel 734quater/1 in het KB/WIB 92.

    (BS. 28 januari 2020)

Overwegende dat het dubbel gebruik van dit artikel 734quater/1 in het KB/WIB 92 de nodige rechtsonzekerheid met zich meebrengt, brengt dit besluit de nodige remediering aan door wijziging van hoofdstuk I van het KB/WIB 92 en intrekking van artikel 3 van het koninklijk besluit van 20 december 2019
 

  • Koninklijk besluit van 17 februari 2020 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de voordelen van alle aard in geval van toekenning van een renteloze lening of een lening tegen verminderde rentevoet.

    (BS. 21 februari 2020)

Dit besluit bepaalt de referentierentevoeten die van toepassing zijn voor de berekening van voordelen van alle aard voor renteloze leningen of leningen tegen verminderde rentevoet die worden toegekend in 2019.
 

  • Koninklijk besluit van 17 februari 2020 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de voordelen van alle aard in geval van toekenning van een renteloze lening of een lening tegen verminderde rentevoet – Erratum.

    (BS. 3 maart 2020)
     

  • Koninklijk besluit van 15 maart 2020 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de revalorisatiecoëfficiënt voor kadastrale inkomens.

    (BS. 23 maart 2020)

Vastlegging van de revalorisatiecoëfficiënt die voor de vaststelling van sommige inkomsten uit onroerende goederen en voor de beroepsinkomsten van bedrijfsleiders voor het aanslagjaar 2021 in aanmerking moet worden genomen.
 

  • Koninklijk besluit van 27 maart 2020 tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake personenbelasting voor het aanslagjaar 2020.

    (BS. 2 april 2020)

Dit besluit wijzigt het koninklijk besluit tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake personenbelasting voor aanslagjaar 2020.
 

  • Koninklijk besluit van 27 maart 2020 tot actualisering van het KB/WIB 92 inzake de roerende voorheffing.

    (BS. 3 april 2020)

    Actualisatie van de verwijzingen in verschillende bepalingen.
     

  • Koninklijk besluit van 27 maart 2020 tot erkenning van elektronische platformen van deeleconomie.

    (BS. 6 april 2020)

    Erkenning van elektronische platformen van deeleconomie.
     

  • Koninklijk besluit van 24 april 2020 tot wijziging van het KB/WIB 92 met betrekking tot de nadere regels en modaliteiten voor het indienen door de ondernemingen die erkend zijn voor uitzendarbeid van de in artikel 2755, § 4, zevende lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde verklaring.

    (BS. 30 april 2020)

Artikel 2755, § 4, zesde lid, WIB 92, voorziet dat de ondernemingen die erkend zijn voor uitzendarbeid worden gelijkgesteld met de in artikel 2755, § 4, eerste lid, WIB 92, bedoelde ondernemingen in het geval deze voor uitzendarbeid erkende ondernemingen aan de in de systeemvaart actieve ondernemingen uitzendkrachten ter beschikking stellen. De wetgever beoogde hiermee te voorzien in een vorm van transparantie waarbij een vrijstelling waarvoor een bepaalde werkgever in aanmerking komt ook van toepassing te laten zijn op een onderneming die erkend is voor uitzendarbeid indien deze één of meerdere uitzendkrachten ter beschikking stelt aan de initieel beoogde onderneming

Dit besluit neemt de rechtsonzekerheid weg door de regels en modaliteiten voor de ondernemingen die erkend zijn voor uitzendarbeid te verduidelijken, zodat voor deze ondernemingen de drempels worden weggenomen die vandaag verhinderen dat daadwerkelijk gebruik wordt gemaakt van bovengenoemde maatregel.
 

  • Koninklijk besluit van 18 mei 2020 tot wijziging van de bijlage III van het KB/WIB 92 op het stuk van de bedrijfsvoorheffing op bezoldigingen voor studentenarbeid.

    (BS. 26 mei 2020)

Dit besluit bepaalt dat de uren studentenarbeid die worden gepresteerd in april, mei en juni 2020 niet in rekening worden gebracht voor de berekening van het jaarlijks contingent van 475 uren dat niet onderworpen is aan sociale zekerheidsbijdragen. Dit om studenten toe te laten aan de slag te gaan in sectoren die ingevolge de COVID-19 pandemie een grote behoefte hebben aan arbeidskrachten
 

  • Koninklijk besluit van 2 juni 2020 tot erkenning en tot intrekking van erkenning van elektronische platformen van deeleconomie.

    (BS. 8 juni 2020)

Erkenning en intrekking van erkenning van elektronische platformen van deeleconomie.
 

  • Koninklijk besluit van 23 juni 2020 tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake vennootschapsbelasting voor het aanslagjaar 2020.

    (BS. 29 juni 2020)

Vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake vennootschapsbelasting voor het aanslagjaar 2020.
 

  • Koninklijk besluit van 23 juni 2020 tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake niet-inwoners (vennootschappen, verenigingen, enz.) voor het aanslagjaar 2020.

    (BS. 29 juni 2020)

Vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake belasting van niet-inwoners (vennootschappen, verenigingen, enz…) voor het aanslagjaar 2020.
 

  • Koninklijk besluit van 3 juli 2020 tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake belasting van niet-inwoners (natuurlijke personen) voor het aanslagjaar 2020.

    (BS. 9 juli 2020)

Vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake belasting van niet-inwoners (natuurlijke personen) voor het aanslagjaar 2020.
 

  • Koninklijk besluit van 3 juli 2020 tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake rechtspersonenbelasting voor het aanslagjaar 2020.

    (BS. 10 juli 2020)

Vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake rechtspersonenbelasting voor het aanslagjaar 2020.
 

  • Koninklijk besluit van 9 juli 2020 tot wijziging van de bijlage III van het KB/WIB 92 op het stuk van de bedrijfsvoorheffing op de wettelijke uitkeringen voor primaire arbeidsongeschiktheid van werknemers

    (BS. 15 juli 2020)

Gelet op COVID-19 mag de uitbetaling van de tijdelijke aanvullende primaire arbeidsongeschiktheidsuitkeringen niet in het gedrang worden gebracht door de complexiteit van de berekening van de bedrijfsvoorheffing. Dit besluit vereenvoudigt de regelgeving waardoor steeds 11,11 pct. bedrijfsvoorheffing wordt ingehouden op de tijdelijke aanvullende primaire arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, wanneer dat percentage in beginsel van toepassing is op de gewone uitkeringen.
 

  • Koninklijk besluit van 20 juli 2020 tot vastlegging van het model van attest bedoeld in artikel 16, § 4, 3° van de wet van 29 mei 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie, wat de uitgaven voor kinderoppas betreft

    (BS. 27 juli 2020)

Het model van het in artikel 16, § 4, 3° van de wet van 29 mei 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie bedoelde attest wordt in de bijlage van dit besluit vastgelegd.
 

  • Koninklijk besluit van 22 augustus 2020 tot uitvoering van artikel 67sexies, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992

    (BS. 27 augustus 2020)

De wet van 23 juni 2020 houdende fiscale bepalingen ter bevordering van de liquiditeit en solvabiliteit van ondernemingen in het kader van de bestrijding van de economische gevolgen van de COVID-19-pandemie heeft een éénmalige maatregel heeft ingevoerd waarbij belastingplichtigen een deel of het geheel van hun winst en baten voor het aanslagjaar 2020 kunnen vrijstellen omwille van eventuele verliezen die in de loop van het belastbare tijdperk verbonden met het aanslagjaar 2021 worden geleden.

Vermits de aangifte in de personenbelasting reeds was gepubliceerd op het moment dat de maatregel werd getroffen en dus geen codes bevat om de vrijstelling aan te vragen, legt dit besluit een apart formulier evenals de termijn waarbinnen het moet worden ingediend vast.
 

  • Koninklijk besluit van 22 augustus 2020 houdende uitvoering van artikel 2, achtste lid, van de wet van 15 juli 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie (CORONA III), met betrekking tot de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing

    (BS. 31 augustus 2020)

Artikel 2 van de wet van 15 juli 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie voerde een nieuwe vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing in om de door de COVID-19-pandemie getroffen bedrijven te ondersteunen. Deze vrijstelling heeft alleen betrekking op de bedrijfsvoorheffing met betrekking tot de bezoldigingen voor de maanden juni 2020, juli 2020 en augustus 2020. Dit besluit bepaalt alle elementen die de werkgevers in staat stellen om de bij de wet voorziene vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing correct toe te passen.
 

  • Koninklijk besluit van 22 augustus 2020 tot vastlegging van het in artikel 194septies/1, § 5, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, bedoelde model van de opgave en de in datzelfde artikel bedoelde nadere regels

    (BS. 1 september 2020)

Dit besluit stelt het model vast aan de hand waarvan vennootschappen en de in artikel 227, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, bedoelde belastingplichtigen de toepassing kunnen vragen van de in artikel 194septies/1 van hetzelfde Wetboek bedoelde vrijstelling.
 

  • Koninklijk besluit van 31 augustus 2020 tot erkenning en tot intrekking van erkenning van elektronische platform van deeleconomie

    (BS. 8 september 2020)

Erkenning en intrekking van erkenning van elektronische platformen van deeleconomie.
 

  • Koninklijk besluit 27 september 2020 tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 augustus 2020 houdende uitvoering van artikel 2, achtste lid, van de wet van 15 juli 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19-pandemie (CORONA III), met betrekking tot de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing

    (BS. 1 oktober 2020)

Het koninklijk besluit van 22 augustus 2020 houdende uitvoering van artikel 2, achtste lid, van de wet van 15 juli 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie (CORONA III), met betrekking tot de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing, heeft de modaliteiten vastgelegd voor de toepassing van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. Die toepassing blijkt echter administratief zwaar te zijn en de terugbetaling van de bedrijfsvoorheffing die te veel werd doorgestort voor de maanden juni, juli en augustus 2020 zal ook enige tijd in beslag nemen. Dit besluit regelt de mogelijkheid om de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing die in het kader van deze maatregel kan worden verleend voor de maanden juni, juli en augustus 2020, direct te compenseren met de bedrijfsvoorheffing die verschuldigd is voor de maand september of oktober 2020 (voor maandaangevers) of voor het derde kwartaal 2020 (voor kwartaalaangevers).
 

  • Koninklijk besluit van 27 september 2020 tot wijziging van de bijlage III van het KB/WIB 92 op het stuk van de bedrijfsvoorheffing op de wettelijke uitkeringen voor primaire arbeidsongeschiktheid van zelfstandigen

    (BS. 2 oktober 2020)

    De regels voor de inhouding van bedrijfsvoorheffing op de tijdelijke aanvullende primaire arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die aan werknemers worden toegekend, werden vereenvoudigd door het koninklijk besluit van 9 juli 2020 tot wijziging van de bijlage III van het KB/WIB 92 op het stuk van de bedrijfsvoorheffing op de wettelijke uitkeringen voor primaire arbeidsongeschiktheid van werknemers. Bijgevolg is het aangewezen om dezelfde vereenvoudiging ook door te voeren voor de aanvullende crisisuitkeringen voor sommige zelfstandigen en meewerkende echtgenoten en dus eveneens steeds 11,11 pct. bedrijfsvoorheffing in te houden op die uitkeringen.
     

  • Koninklijk besluit van 30 september 2020 houdende uitvoering van artikel 15, § 10, van de wet van 15 juli 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie (CORONA III) en betreffende de belastingvermindering voor de verwerving van nieuwe aandelen van ondernemingen die hun omzet ingevolge de COVID-19-pandemie sterk hebben zien dalen

    (BS. 23 november 2020)

Het besluit is ter uitvoering van artikel 15, van de wet van 15 juli 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie (CORONA III). Dit artikel heeft een nieuwe belastingvermindering ingevoerd voor de verwerving van nieuwe aandelen van ondernemingen die hun omzet ingevolge de COVID-19-pandemie sterk hebben zien dalen.

Dit besluit bepaalt hoe het bewijs moet geleverd worden dat vereist is met het oog op het verkrijgen van de belastingvermindering.
 

  • Koninklijk besluit van 30 november tot wijziging van de bijlage III van het KB/WIB 92 op het stuk van de bedrijfsvoorheffing op bezoldigingen voor studentenarbeid

    (BS. 9 december 2020)

De uren studentenarbeid die worden gepresteerd in oktober, november en december 2020 én januari, februari en maart 2021 in de zorgsector en het onderwijs worden niet in rekening gebracht voor de berekening van het jaarlijks contingent van 475 uren dat niet onderworpen is aan sociale zekerheidsbijdragen. Dit besluit voorziet dat de voormelde uitbreiding van het aantal uren studentenarbeid ook op het vlak van de bedrijfsvoorheffing doorwerkt.
 

  • Koninklijk besluit van 8 december 2020 tot erkenning en tot intrekking van erkenning van elektronische platformen van deeleconomie

    (BS. 18 december 2020)

Erkenning en intrekking van erkenning van elektronische platformen van deeleconomie.
 

  • Koninklijk besluit van 10 december 2020 tot wijziging van het KB/WIB 92 inzake de erkenning van de wetenschappelijke instellingen bedoeld in artikel 2753, § 1, tweede lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992

    (BS. 16 december 2020)

Met het oog op de rechtszekerheid en de correcte toepassing van artikel 2753, § 1, tweede lid, WIB 92, actualiseert dit besluit de bewoording van de lijst om de correcte benaming van verschillende wetenschappelijke instellingen in bijlage IIIIquater van het KB/WIB 92 op te nemen.
 

  • Koninklijk besluit van 16 december 2020 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing

    (BS. 22 december 2020)

Vervanging van Bijlage III van het KB/WIB 92 met betrekking tot de schalen en regels die van toepassing zijn om de bedrijfsvoorheffing vast te stellen bij de bron verschuldigd op inkomsten betaald of toegekend vanaf 1 januari 2021.
 

  • Koninklijk besluit van 20 december 2020 tot wijziging van diverse koninklijke besluiten inzake inkomstenbelastingen

    (BS. 29 december 2020)

    Dit besluit brengt verschillende technische correcties aan aan het koninklijk besluit van 27 augustus 19930 "tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992", aan het koninklijk besluit van 9 februari 20178 tot uitvoering van artikel 323/1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 houdende de elektronische uitwisseling van de gegevens met betrekking tot de hypothecaire leningen en individuele levensverzekeringen, en aan het koninklijk besluit van 5 september 20195 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van het begrip overeenstemmend voertuig.
     

  • Koninklijk besluit van 20 december 2020 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de voordelen van alle aard voor het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gesteld voertuig

    (BS. 24 december 2020)

Vaststelling van de referentie-CO2-uitstoot voor 2021 voor de bepaling van de voordelen van alle aard voor het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gesteld voertuig.
 

MINISTRIEEL BESLUIT

  • Ministerieel besluit van 20 januari 2020 tot aanpassing van het ministerieel besluit van 20 december 2019 tot aanduiding van de gedelegeerde inzake de toepassing van de artikelen 734/11 tot 734/14 en 734quater/1 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.

    (BS. 28 januari 2020)

    Vervanging van het opschrift van het Ministerieel besluit van 20 december 2019 inzake de toepassing van de artikelen 734/11 tot 734/14 en 734quater/1 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 naar Ministerieel besluit van 20 december 2019 tot aanduiding van de gedelegeerde inzake de toepassing van de artikelen 734/11 tot 734/14 en 734quater/3 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.