Vanaf 1 september 2021 ontvangen wij u opnieuw in al onze kantoren, maar enkel op afspraak. 

Procedure en Invordering

WETTEN

  • Wet van 23 april 2020 houdende wijzigingen van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen en de programmawet (I) van 29 maart 2012, inzake de verwerking van persoonsgegevens via het e-notariaat – BS 11 mei 2020 (b. 33.377 – 44.741)

    Ingevolge het advies 103/2019 van de Gegevensbeschermingsautoriteit, wijzigt deze wet de wettelijke bepalingen inzake e-notariaat in de wetboeken en de wet vermeld in de titel met het oog op het verduidelijken van de finaliteit, de categorieën van behandelde persoonsgegevens en de bewaartermijn van de gegevens.

    Deze wet verduidelijkt eveneens bepaalde technische aspecten met het oog op het verzekeren van de vertrouwelijkheid en de integriteit van de informatie die vervat zit in de kennisgeving verzonden via elektronische weg.

    Inwerkingtreding: De hoofdstukken 1 tot 3 van titel 2 hebben uitwerking met ingang van 30 december 2019, met uitzondering van de artikelen 5, 2) en 3), en 9 en 11 die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2020. Het hoofdstuk 4 van titel 2 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2020.

  • Wet van 11 juni 2020 tot aanpassing van verscheidene belastingwetboeken aan de wet van 5 mei 2019 houdende diverse bepalingen in strafzaken en inzake erediensten, en tot wijziging van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie en van het Sociaal Strafwetboek - BS 19/06/2020 (b. 44.740 – 44.741)

    De wijzigingen aangebracht aan de artikelen 461, 462, 463, van het WIB92, aan de artikelen 74bis en 74ter, van het Wetboek BTW zijn zuiver technische wijzigingen volgend op de wijziging van artikel 29 van het Wetboek van strafvordering door artikel 3 van de wet van 5 mei 2019 houdende diverse bepalingen in strafzaken en inzake erediensten, en tot wijziging van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie en van het Sociaal Strafwetboek.

    Inwerkingtreding: 01/01/2020
     
  • Wet van 9 juli 2020 tot wijziging van de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën met het oog op de afschaffing van de inkomensvoorwaarde voor de toekenning van voorschotten op het onderhoudsgeld dat verschuldigd is aan kinderen en het toepasbaar maken van sommige bepalingen van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen en tot wijziging van artikel 11 van de wet van 29 maart 2018 tot uitbreiding van de opdrachten en versterking van de rol van de fiscale bemiddelingsdienst – BS 17 juli 2020 (b. 54.103 – 54.106)

    Het Wetboek van de minnelijke en de gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen beoogt de invorderingsregels van alle fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen te codificeren en harmoniseren. De invordering van alimentatievorderingen wordt thans apart door de DAVO-wet geregeld. Omdat het beheer van de alimentatievorderingen nogal wat afwijkingen vertoont, wordt ervoor geopteerd om een aparte DAVO-wet te behouden. Om de invorderingsregels toch te harmoniseren, is het de bedoeling om in de DAVO-wet de meeste bepalingen van het WMGI toepasbaar te maken.

    Hoofdstuk  II van de wet  wijzigt de wet van 21 februari 2003 door, enerzijds, de meeste bepalingen van het Invorderingswetboek van toepassing te verklaren voor de invordering van alimentatievorderingen en, anderzijds, de invorderingsprocessen van de alimentatievorderingen te harmoniseren met deze van de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen waarvan de invordering is verzekerd door de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering, belast met de uitvoering van de taken van de Dienst voor alimentatievorderingen.

    Tijdens de Kamercommissie Financiën van 19 mei 2020 werd het amendement 55K1105002 aangenomen. Krachtens dit amendement wordt de inkomensvoorwaarde om aanspraak te kunnen maken op maandelijkse voorschotten (artikel 4, paragraaf 1 van de DAVO-wet wordt opgeheven) afgeschaft. Het opheffen van artikel 4, paragraaf 1 van de DAVO-wet heeft echter tot gevolg dat een opschoning van bepaalde artikelen uit diezelfde wet noodzakelijk werd. Het betreft hier vooral artikelen die verwijzen naar het op te heffen artikel 4, paragraaf 1.

    Daarnaast werd een hoofdstuk III opgenomen dat de wet van 29 maart 2018 tot uitbreiding van de opdrachten en versterking van de rol van de fiscale bemiddelingsdienst wijzigt. Deze wijziging is nodig doordat krachtens hoofdstuk II de bemiddelingsdienst in fiscale zaken bevoegd wordt voor geschillen met betrekking tot alimentatieschuldvorderingen.

    Inwerkingtreding: 1 juni 2020

  • Programmawet van 20 december 2020 – BS 30/12/2020 (p. 96.077 – 96.078)

    Deel II – Financiën – Hoofdstuk 4 - Overdracht van het saldo van de bank- en betaalrekeningen, en financiële contracten naar het centraal aanspreekpunt

    Mededeling van rekeningsaldo's aan het CAP – Art. 18, 20, 21 en 22


    De artikelen in kwestie voeren de mogelijkheid voor de fiscale administratie in om, op bepaalde voorwaarden, de saldi van bank- en betaalrekeningen te consulteren, net als de geglobaliseerde bedragen van een bepaald aantal financiële contracten, duidelijk bepaald in de wet.

    Kosten van kinderopvang  – Art. 10

    Om tot meer harmonisatie en vereenvoudiging te komen en om de controle op de toepassing van de belastingvermindering te vergemakkelijken voor de uitgaven voor kinderoppas, werd de vastlegging van een modelattest, te vervolledigen door de organismen, gedelegeerd aan de Koning.

    Een mogelijkheid voor elektronische communicatie voor het attest wordt eveneens ingevoerd voor de organismen die daartoe zijn uitgerust.
     
  • Aanpassing van de raadplegingsprocedure van het CAP inzake de BTW aan deze voorzien voor de directe belastingen (art. 322, § 3, WIB92) – Art. 19

    Aangezien het onderzoek vooraf moet worden uitgevoerd (stapsgewijze procedure), voordat een beroep kan worden gedaan op deze raadpleging, wordt de eis van een specifiek en gemotiveerd verzoek daarom ingetrokken.

    Inwerkingtreding:

    De bepalingen van dit hoofdstuk treden in werking op 31 december 2020.

    De eerste mededeling door de informatieplichtigen van de saldo’s van de banken betaalrekeningen, alsook van de geglobaliseerde bedragen van de financiële contracten voor de jaren 2020 en 2021 moet ten laatste gedaan worden op 31 januari 2022.

    Op vraag van de Nationale Bank van België kan de Koning deze termijn met maximaal 6 maanden verkorten of verlengen.

  • Wet van 20 december 2020 houdende dringende diverse fiscale en fraudebestrijding bepalingen – B.S. 30/12/2020 (b. 97.617 – 97.620)

    Hoofdstuk 5 – Platformeconomie – Art. 16


    Artikel 16 voegt een nieuw artikel 321quater in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 met het oog op het invoeren van nieuwe verplichtingen voor de onderneming die als exploitant van een digitaal samenwerkingsplatvorm personen op afstand verbindt voor de levering van een dienst.

    Inwerkingtreding: 10 dagen na de publicatie in het BS

    De artikelen 15 en 16 treden buiten werking op de dag waarop de richtlijn over administratieve samenwerking op belastinggebied in ons intern recht in werking treedt.
     

BIJZONDERE MACHTENBESLUIT

  • Bijzondere machtenbesluit nr. 7 van 19 april 2020 houdende bijkomende steunmaatregelen inzake vennootschapsbelasting, rechtspersonenbelasting, belasting niet-inwoners, personenbelasting, belasting over de toegevoegde waarde, bedrijfsvoorheffing, registratierechten en retributies - B.S. 24/04/2020 (b. 27.950 – 27.960)

    Teneinde de gezondheidscrisis en de ermee gepaard gaande economische crisis te bestrijden heeft de Kamer de wetsontwerpen die machtiging verlenen aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus (I) en (II) (Kamer DOC 55 1104/005 en 006). De bijzondere machten verleend aan de Koning door bovenvermelde wet "COVID-19" zijn erop gericht de impact van de pandemie te wijten aan het coronavirus voor alle economische spelers en gezinnen zoveel als mogelijk op te vangen.

    Om extra financiële ademruimte te creëren voor de bedrijven en ondernemers maar ook voor gezinnen, neemt het voorliggend besluit bijkomende steunmaatregelen inzake vennootschapsbelasting, rechtspersonen-belasting, belasting niet-inwoners, personenbelasting, btw, bedrijfsvoorheffing en registratierechten.

    Dit besluit voert de volgende maatregelen in:

    - De betaaltermijn van de bedrijfsvoorheffing verbonden aan de maanden februari, maart en april 2020 wordt -zonder onderscheid- met twee maanden verlengd tot respectievelijk 13 mei, 15 juni en 15 juli 2020. De betaaltermijn van de bedrijfsvoorheffing verbonden aan het eerste trimester 2020 wordt met twee maanden verlengd tot 15 juni 2020.

    - De betaaltermijn van de inkomstenbelastingen (PB, VennB, RPB en niet-inwoners, met uitzondering van de OV) wordt met twee maanden verlengd (tot vier maanden na de verzending van het aanslagbiljet) voor het aanslagjaar 2019 en voor zover de inkomstenbelastingen zijn opgenomen in een kohier uitvoerbaar verklaard tussen 12 maart 2020 en 31 oktober 2020.

    - ​De hiervoor vermelde verlengingen van de betaaltermijn geven geen aanleiding tot de aanrekening van een interest, belastingverhoging of een administratieve boete.

    Inwerkingtreding: 01/03/2020
     

KONINKLIJKE BESLUITEN 

  • Koninklijk besluit van 9 december 2019 tot wijziging of opheffing van diverse uitvoeringsbesluiten als gevolg van de invoering van het wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen – errata – B.S. 3 februari 2020 (b. 5.740)

    Dit besluit voegt de bijlagen bij het KB van 9 december 2019 toe.  Het gaat om de formulieren tot aangifte van de jaarlijkse taks op de collectieve beleggingsinstellingen en de jaarlijkse taks op de verzekeringsondernemingen en tot aanvraag tot teruggave van dezelfde taksen.

    Inwerkingtreding: 10 dagen na de publicatie in het Belgisch Staatsblad

  • Koninklijk besluit van 7 januari 2020 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 april 2019 tot aanwijzing van de centraliserende organisaties en van de unieke contactpunten t.a.v. het centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten (Vlabel) - BS 13/01/2020 (b.565 –566)

    Het voorliggend koninklijk besluit beoogt het koninklijk besluit van 7 april 2019 tot aanwijzing van de centraliserende organisaties en van de unieke contactpunten t.a.v. het centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten te wijzigen teneinde de "Vlaamse Belastingdienst" (Vlabel) toe te voegen als centraliserende organisatie voor de behandeling van de aanvragen om informatie van het CAP. 

    Inwerkingtreding: 10 dagen na bekendmaking in het BS

  • Koninklijk besluit van 30 april 2020 tot wijziging van de artikelen 178 en 178/1 van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 met het oog op de wijziging van bepaalde bepalingen met betrekking tot de vrijstelling van de aangifteplicht in de personenbelasting - B.S. 11/05/2020 (b. 33.389 – 33.395)

    Het koninklijk besluit beoogt hoofdzakelijk het uitbreiden van de categorieën van belastingplichtigen vatbaar om te genieten van de procedure voorstel van vereenvoudigde aangifte in de personenbelasting en heft, gelet op de beschouwende evolutie die het voorstel van vereenvoudigde aangifte heeft gekend in de loop van de laatste jaren, de mogelijkheid op, die aan de belastingplichtigen werd gelaten om te kiezen niet langer het voorstel van vereenvoudigde aangifte te ontvangen door het te vermelden ofwel in de elektronische aangifte voor het voorafgaand aanslagjaar ofwel via Myminfin.

    Inwerkingtreding: Het koninklijk besluit is in werking getreden vanaf aanslagjaar 2020.

  • Koninklijk besluit van 20 mei 2020 tot uitvoering van de artikelen 18, 31, 33 en 47 van de wet van 20 december 2019 tot omzetting van Richtlijn (EU) 2018/822 van de Raad van 25 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies - B.S. 04/06/2020 (b. 40.982 – 40.992)

    Dit Koninklijk besluit legt de toepasbare administratieve geldboetes vast te leggen in geval van overtredingen van de aanvullende rapporteringsverplichtingen opgelegd door de wet van 20 december 2019 aan intermediairs en betrokken belastingplichtigen inzake de grensoverschrijdende constructies.

    Deze wet heeft twee categorieën van sancties ingevoegd.

    Enerzijds, In het geval van het onvolledig verstrekken door de intermediairs en de betrokken belastingplichtigen van de wettelijk vereiste informatie, riskeren deze een boete van 1.250 euro tot 12.500 euro Voor dergelijk inbreuken gedaan met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden, wordt een boete opgelegd van 2.500 euro tot 25.000 euro.

    Anderzijds, wanneer de wettelijk vereiste informatie niet of laattijdig wordt verstrekt, riskeren diezelfde personen een boete van 5.000 euro tot 50.000 euro. Voor dergelijke gepleegde inbreuken gedaan met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden, wordt een boete opgelegd van 12.500 euro tot 100.000 euro.

    De bedragen van de boetes zijn vastgelegd op basis van de doelstellingen van de bovengenoemde Europese richtlijn, die met name gericht zijn op het vaststellen van sancties die voldoende effectief en afschrikkend zijn.

    Inwerkingtreding: 01/07/2020
     
  • Koninklijk besluit van 22 juni 2020 tot uitvoering van de artikelen 93ter tot 93quinquies van het wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de artikelen 412bis, 433 tot 435 van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, de artikelen 35 tot 37, 43 tot 45 en 47 van het wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen en de artikelen 157 tot 159 en 161 van de programmawet (i) van 29 maart 2012, inzake het e-notariaat – B.S. 26 juni 2020 (b. 47.298 – 47.323)

    Dit koninklijk besluit regelt de praktische modaliteiten verbonden aan de procedure e-notariaat, en meer in het bijzonder, de vermeldingen die moet voorkomen op de berichten en de inlichting, de gelijkheid van de vermeldingen, ongeacht of ze wordt medegedeeld via elektronische weg of via een aangetekende brief, de aanduiding van de bevoegde ambtenaren, de te gebruiken elektronische handtekening, de waarborg dat de bevoegde ambtenaar de kennisgeving mededeelt, en de bescherming van de persoonsgegevens door passende technische en organisatorische maatregelen.

    Inwerkingtreding: 10 dagen na de publicatie in het Belgisch Staatsblad

  • Koninklijk besluit van 3 juli 2020 tot uitvoering van de artikelen 12, 13, 29, 30, 44, 45, 58 en 59 van de wet van 20 december 2019 tot omzetting van Richtlijn (EU) 2018/822 van de Raad van 25 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies - B.S. 14/07/2020 (p. 52.028 – 52.029)

    Met de wet van 20 december 2019 werd aan de Koning de bevoegdheid gegeven om het formulier dat door de intermediairs of de betrokken belastingplichtigen moet worden gebruikt om de gegevens met de betrekking tot de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies mee te delen.

    De Europese Commissie heeft in deze echter de beslissing genomen om geen materieel formulier te ontwerpen maar enkel gebruik te maken van elektronische bestanden. De aan de Koning toegekende bevoegdheid werd dus gedelegeerd aan de Minister van Financiën of aan de door hem aangeduide dienst.

    Inwerkingtreding: 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad

  • Koninklijk besluit van 17 september 2020 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 april 2019 tot aanwijzing van de centraliserende organisaties en van de unieke contactpunten t.a.v. het centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten (Douane) – BS 30/09/2020 (p. 68.756 – 68.757)

    Dit koninklijk besluit beoogt een vergetelheid recht te zetten in het koninklijk besluit van 7 april 2019.

    De regionale en centrale diensten bevoegd voor de invordering van douane- en accijnsschulden hebben op basis van artikel 319bis, § 2, van de Algemene Wet inzake douane en accijnzen eveneens toegang tot het Centraal aanspreekpunt.

    Inwerkingtreding: 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad

  • Koninklijk besluit van 9 november 2020 houdende oprichting van het College voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude – BS 30/11/2020, Ed. 2 (p. 84.128 – 84.130)

    Dit Koninklijk besluit beoogt het College voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude opgericht in 2008 weer op te richten.

    Inwerkingtreding: 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad
     

MINISTRIËLE BESLUITEN

  • Ministerieel besluit van 3 april 2020 tot aanduiding van de in artikel 29bis van het Wetboek van strafvordering bedoelde dienst die bevoegd is om de aanwijzingen van fraude inzake directe en indirecte belastingen die aan het licht komen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek, te ontvangen - B.S. 14/04/2020 (p. 26.037)

    Dit ministerieel besluit delegeert aan de dienst "Coördinatie Anti-Fraude (CAF)" de aan de heer Minister toegekende bevoegdheid om de in artikel 29bis van het Wetboek van Strafvordering bedoelde aanwijzingen van fraude inzake directe en indirecte belasting die aan het licht komen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek te ontvangen.

    Inwerkingtreding: 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad
     
  • Ministerieel besluit van 21 april 2020 tot aanduiding van de gedelegeerde die bevoegd is om de elektronische betaalmiddelen bedoeld in artikel 15, § 1 van het wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen te erkennen – B.S. 27 april 2020 (b. 28.757)

    Dit besluit wordt genomen in uitvoering van artikel 15, § 1 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen en bepaalt dat aan de administrateur-generaal van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen de bevoegdheid wordt gedelegeerd om de elektronische betaalmiddelen bedoeld in artikel 15, § 1 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen te erkennen.

    Inwerkingtreding: 7 mei 202
     
  • Ministerieel besluit van 7 juli 2020 tot uitvoering van het Koninklijk besluit van 3 juli 2020 tot uitvoering van de artikelen 12, 13, 29, 30, 44, 45, 58 en 59 van de wet van 20 december 2019 tot omzetting van Richtlijn (EU) 2018/822 van de Raad van 25 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies - B.S. 14/07/2020 (p. 52.029)

    Met de wet van 20 december 2019 werd aan de Koning de bevoegdheid gegeven om het formulier dat door de intermediairs of de betrokken belastingplichtigen moet worden gebruikt om de gegevens met de betrekking tot de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies mee te delen.

    De Europese Commissie heeft in deze echter de beslissing genomen om geen materieel formulier te ontwerpen maar enkel gebruik te maken van elektronische bestanden. De aan de Koning toegekende bevoegdheid werd dus gedelegeerd aan de Minister van Financiën of aan de door hem aangeduide dienst

    Dit besluit beoogt deze bevoegdheid te delegeren aan de leidinggevende van de algemene administratie bevoegd voor de vestiging van de inkomstenbelastingen.

    Inwerkingtreding: 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad

  • Ministerieel besluit van 15 september 2020 tot vaststelling, voor het tweede semester van 2020, van de bijdrage aan de investeringskosten verschuldigd voor iedere aanvraag om informatie van het centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten van de Nationale Bank van België – BS 25/09/2020 (p. 68.184)

    Gelet op het bedrag van de investeringskosten die de NBB gedragen heeft voor de oprichting van het vernieuwde centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten (CAP) enerzijds, van de schatting van het totale aantal aanvragen om informatie van het CAP verwacht door de NBB voor het tweede semester van het jaar 2020 anderzijds, wordt het bedrag voor de bijdrage in de investeringskosten voor elke informatieaanvraag bij het CAP, die zal worden uitgevoerd gedurende het tweede semester van 2020, vastgelegd.

    Inwerkingtreding: 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad