Roerend inkomen

Roerend inkomen

  • Wat is een roerend inkomen?

    Roerende inkomsten zijn inkomsten afkomstig uit bankrekeningen, leningen, obligaties, aandelen, aandelen van instellingen voor collectieve beleggingen of bepaalde levensverzekeringen. Dat kunnen interesten, dividenden, royalty’s, lijfrente of tijdelijke renten en inkomsten uit auteursrechten, naburige rechten en licenties zijn.

  • Welke roerende inkomsten moet ik aangeven?

    Voor de meeste roerende inkomsten (dividenden, interesten uit kasbons, gelddeposito's, obligaties…) houdt het organisme die ze betaalt (bv. uw bank) op het moment van betaling al een roerende voorheffing in die ze meteen aan de staat doorstort. Die roerende voorheffing geldt dan meestal als de definitieve belasting. U moet de roerende inkomsten dus niet meer in uw belastingaangifte vermelden.

    De eerste schijf, per persoon, van 960 euro (aanslagjaar 2019, inkomsten 2018. Voor aanslagjaar 2020, inkomsten 2019 is dit 980 euro) aan intresten van een gereglementeerd spaarboekje en de eerste schijf, per persoon, van 190 euro (aanslagjaar 2019, inkomsten 2018. Voor aanslagjaar 2020, inkomsten 2019 is dit 200 euro) aan inkomsten uit kapitalen die werden geïnvesteerd in coöperatieve vennootschappen of erkende vennootschappen met een sociaal oogmerk, per persoon, zijn helemaal vrijgesteld van belastingen. Zo ook zijn de interesten op de eerste schijf van 15.320 euro (aanslagjaar 2019, inkomsten 2018. Voor aanslagjaar 2020, inkomsten 2019 is dit 15.630 euro) op bepaalde leningen uitgereikt via een crowdfunding platform aan kleine, beginnende ondernemingen gedurende een beperkte periode vrijgesteld.

    Sommige roerende inkomsten moet u wel altijd aangeven in uw belastingaangifte:

    • inkomsten van buitenlandse oorsprong, direct geïnd in het buitenland
    • intresten van gereglementeerde spaarboekjes boven de 1.920 euro (aanslagjaar 2019, inkomsten 2018. Voor aanslagjaar 2020, inkomsten 2019 is dit 1.960 euro)
    • inkomsten boven de 190 euro (aanslagjaar 2019, inkomsten 2018. Voor aanslagjaar 2020, inkomsten 2019 is dit 200 euro) van kapitalen die geïnvesteerd werden in coöperatieve vennootschappen of erkende vennootschappen met een sociaal oogmerk
    • interesten op het niet-vrijgestelde deel van leningen uitgereikt aan kleine, beginnende ondernemingen
    • inkomsten uit auteursrechten, naburige rechten en licenties
    • andere inkomsten die niet werden onderworpen aan de roerende voorheffing (bv. de inkomsten uit hypothecaire schuldvorderingen op onroerende goederen die zich in België bevinden, inkomsten uit de huur of concessie van roerende goederen, lijfrentes)
  • Hoe geef ik een roerend inkomen aan in de belastingaangifte?

    Roerende inkomsten moet u aangeven in vak VII van uw belastingaangifte.

    Opgelet!

    De niet verplicht aan te geven inkomsten, waarop al roerende voorheffing is ingehouden, moet u niet in uw belastingaangifte vermelden. Als u een heel laag inkomen heeft, kan het wel interessant zijn om die roerende inkomsten aan te geven omdat u dan mogelijk een deel van de roerende voorheffing kunt terugkrijgen.

  • Kan ik bepaalde lasten aftrekken van mijn roerend inkomen?

    Neen. Roerende inkomsten worden belast op het bruto bedrag. U moet dus het bedrag aangeven dat u ontving vermeerderd met de eventuele roerende voorheffing en de bankkosten.

  • Hoeveel roerende voorheffing wordt er afgehouden?

    Op de meeste roerende inkomsten moet een roerende voorheffing van 30% ingehouden worden.

    Voor enkele uitzonderingen is er een lager tarief. Het betreft hier vooral:

    • rente op gereglementeerde spaarboekjes boven 1.920 euro (aanslagjaar 2019, inkomsten 2018. Voor aanslagjaar 2020, inkomsten 2019 is dit 1.960 euro): 15%
    • rente op Leterme-staatsbons: 15%
    • inkomsten uit auteursrechten: 15% voor de eerste schijf van 59.970 euro bruto inkomsten (aanslagjaar 2019, inkomsten 2018. Voor aanslagjaar 2020, inkomsten 2019 is dit 61.200 euro)
    • dividenden van aandelen van bepaalde KMO’s: 20% of 15%