Samenwonen

Belastingaangifte bij samenwonen

  • Wij wonen samen. Hoe zullen wij belast worden?

    Dat is afhankelijk van uw situatie.

    Er zijn twee types van samenwoning:

    • De wettelijke samenwoning (zie hieronder)
    • De feitelijke samenwoning: u woont samen met een persoon zonder getrouwd te zijn en zonder een verklaring van wettelijke samenwoning gedaan te hebben.

    Als u feitelijk samenwoont wordt u fiscaal beschouwd als alleenstaanden. U moet dus elk apart een aangifte indienen en u wordt afzonderlijk belast.

  • Wat is wettelijke samenwoning?

    Onder "wettelijke samenwoning" wordt verstaan: de toestand van samenleven van twee personen die een verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeenschappelijke woonplaats.
    Het doel is personen die samenwonen een bepaalde wettelijke bescherming te geven buiten het juridisch kader van het huwelijk.

    Om hun wettelijke samenwoning tot stand te brengen, moeten de twee partijen zich aanbieden bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeenschappelijke woonplaats om een schriftelijke verklaring af te leggen die tegen ontvangstbewijs wordt overhandigd. De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt melding van de verklaring van wettelijke samenwoning in het bevolkingsregister.

    Op het vlak van de personenbelasting zijn wettelijk samenwonenden volledig gelijkgesteld met gehuwden.

    Let op.
    Het is niet omdat u sinds vele jaren met iemand samenwoont, dat u "wettelijk samenwonenden" bent! Om als wettelijk samenwonenden te worden beschouwd, moeten u en uw partner een verklaring van wettelijke samenwoning afleggen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van uw gemeenschappelijke woonplaats.

  • Is het fiscaal interessanter om feitelijk of wettelijk samen te wonen?

    Voor de personenbelasting worden wettelijk samenwonenden volledig gelijkgesteld met gehuwden.

    Ook al kan een wettelijk samenwonende partner nooit ten laste zijn kan het fiscaal toch interessanter zijn om wettelijk samen te wonen. Dat is vooral het geval als één van de partners geen of heel weinig inkomsten heeft.

    Zo heeft u voor het jaar waarin u de verklaring van wettelijke samenwoning doet, en als het nettobedrag van de bestaansmiddelen van uw partner niet hoger is dan 3.200 euro (bedrag dat van toepassing is voor aanslagjaar 2018, inkomsten 2017), recht op een belastingvoordeel toegekend in de vorm van een toeslag op de belastingvrije som. Heeft u recht op dat voordeel, kruis dan  in uw aangifte het vakje bij code 1004 (vak II) aan.

    Voor de volgende jaren wordt voor u, als u aan de voorwaarden voldoet, automatisch het huwelijksquotiënt toegepast. Dat betekent dat een deel van de beroepsinkomsten van de partner met het hoogste inkomen toegekend wordt aan de andere partner. Dat deel wordt dan aan een lager tarief belast waardoor in principe uw verschuldigde belasting daalt.

    Voorwaarden:

    • U dient een gemeenschappelijke aangifte in (het huwelijksquotiënt geldt dus niet voor het jaar van de verklaring van wettelijke samenwoning)
    • De beroepsinkomsten van de partner met het laagste inkomen moeten lager zijn dan 30% van de totale beroepsinkomsten van beide partners samen

    Het huwelijksquotiënt wordt toegevoegd aan de beroepsinkomsten van de partner met het laagste inkomen totdat zijn inkomen 30% bedraagt van de totale beroepsinkomsten van beide partners samen. Het huwelijksquotiënt bedraagt maximum 10.490 euro (aanslagjaar 2018, inkomsten 2017). Het huwelijksquotiënt wordt niet toegepast als het een verhoging van de verschuldigde belasting zou veroorzaken.

  • Wij hebben in 2017 een verklaring van wettelijke samenwoning afgelegd. Hoe moeten wij onze belastingaangifte invullen?

    Als u in 2017 een verklaring van wettelijke samenwoning hebt afgelegd moet u in 2018 nog elk apart een belastingaangifte invullen. Daarin vermeldt u uw eigen inkomsten en die van uw kinderen waarover u het wettelijk genot heeft (dat zijn de inkomsten van uw minderjarige kinderen, behalve hun onderhoudsgeld en hun beroepsinkomsten).

    Omdat u in 2018 nog apart belast zal worden kunnen uw gemeenschappelijke kinderen maar door één van de partners ten laste genomen worden (als aan alle voorwaarden voldaan is).

    Opgelet!
    Uw wettelijk samenwonende partner kan niet als ten laste beschouwd worden. Als het bedrag van zijn of haar nettobestaansmiddelen niet hoger is dan 3.200 euro (aanslagjaar 2018, inkomsten 2017) heeft u wel recht op een belastingvoordeel toegekend in de vorm van een toeslag op de belastingvrije som. Heeft u recht op dat voordeel, kruis dan in uw aangifte het vakje bij code 1004 (vak II) aan.

  • Wij zijn wettelijk samenwonenden. Moeten wij een gezamenlijke aangifte indienen?

    Als wettelijk samenwonenden wordt u gelijkgesteld met gehuwde personen. U moet dus in principe een gezamenlijke aangifte indienen en u wordt samen belast.

    Op die regel bestaan een aantal uitzonderingen:

    • Voor het jaar van de verklaring van de wettelijke samenwoning
    • Voor het jaar van overlijden van één van de partners
    • Bij een feitelijke scheiding
    • Voor het jaar waarin de wettelijke samenwoning eindigt om een andere reden dan het overlijden van één van de partners
    • Als één van de partners een ambtenaar, personeelslid of gepensioneerde is van een internationale organisatie die bij verdrag vrijgestelde inkomsten ontvangen heeft die niet voor de berekening van de belasting op zijn andere inkomsten zijn meegeteld. Die inkomsten moeten een bepaalde grens overschrijden: 10.490 euro voor aanslagjaar 2018, inkomsten 2017.
  • Mijn wettelijk samenwonende partner werkt niet. Kan ik hem/haar ten laste nemen?

    U kunt uw wettelijk samenwonende partner nooit ten laste nemen.

    Als u of uw wettelijk samenwonende partner geen of heel weinig beroepsinkomsten (loon, werkloosheidsuitkering, pensioen, …) heeft, heeft u automatisch recht op het ‘huwelijksquotiënt. Dat betekent dat een deel van de beroepsinkomsten van de partner met het hoogste inkomen toegekend wordt aan de andere partner. Dat deel wordt dan aan een lager tarief belast waardoor in principe uw verschuldigde belasting daalt.

    Voorwaarden:

    • U dient een gemeenschappelijke aangifte in (het huwelijksquotiënt geldt dus niet voor het jaar van de verklaring van wettelijke samenwoning).
    • De beroepsinkomsten van de partner met het laagste inkomen moeten lager zijn dan 30% van de totale beroepsinkomsten van beide partners samen.

    Het huwelijksquotiënt wordt toegevoegd aan de beroepsinkomsten van de partner met het laagste inkomen totdat zijn inkomen 30% bedraagt van de totale beroepsinkomsten van beide partners samen. Het huwelijksquotiënt bedraagt maximum 10.490 euro (aanslagjaar 2018, inkomsten 2017).

    Het huwelijksquotiënt wordt niet toegepast als het een verhoging van de verschuldige belasting zou veroorzaken.

  • Wij hebben in 2017 onze wettelijke samenwoning beëindigd. Hoe moeten wij onze belastingaangifte invullen?

    Als u in 2017 voor de ambtenaar van de burgerlijke stand een verklaring hebt afgelegd om uw wettelijke samenwoning te beëindigen krijgt u in 2018 elk uw eigen aangifte. Daarin vermeldt u uw eigen inkomsten en de inkomsten van uw kinderen waarover u het wettelijk genot heeft (dat zijn de inkomsten van uw minderjarige kinderen, behalve hun onderhoudsgeld en hun beroepsinkomsten. De administratie vestigt twee afzonderlijke aanslagen.

    In de volgende gevallen zijn er andere regels: