Alleenstaande ouders

Alleenstaande ouders die aan bepaalde voorwaarden voldoen, krijgen bovenop de gewone belastingvermindering voor kinderoppas (45%), een bijkomende belastingvermindering. De bijkomende vermindering bedraagt maximaal 30% en wordt degressief afgebouwd vanaf een bepaald inkomen.

Het gedeelte van de bijkomende belastingvermindering dat niet kan worden aangerekend, wordt omgezet in een terugbetaalbaar belastingkrediet.
 

Alleenstaande ouders

  • Wat zijn de voorwaarden?
    U moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

    • Op 1 januari van het aanslagjaar moet u een alleenstaande ouder zijn
      • met minstens één kind ten laste, of
      • aan wie een deel van het belastingvoordeel wordt toegekend door de gelijkmatig verdeelde huisvesting van het kind of de kinderen.
    • Geen andere persoon dan de kinderen, ascendenten, broers en zussen, personen van wie u als kind volledig of hoofdzakelijk ten laste bent geweest, maakt deel uit van uw gezin op 1 januari van het aanslagjaar.
    • Uw belastbaar inkomen bedraagt minder dan 19.000 euro voor aanslagjaar 2018. Voor aanslagjaar 2019 bedraagt dit 19.410 euro.
    • Uw netto-beroepsinkomsten (met uitzondering van de werkloosheidsuitkeringen, pensioenen en afzonderlijk belastbare inkomsten) bedragen meer of zijn gelijk aan 3.200 euro voor aanslagjaar 2018. Voor aanslagjaar 2019 bedraagt dit 3.270 euro.

    Om recht te hebben op de bijkomende belastingvermindering voor kinderoppas, mag u voor dat kind geen aanspraak maken op de verhoogde belastingvrije som voor kinderen jonger dan 3 jaar.
  • Hoe wordt dit berekend?
    De bijkomende vermindering bedraagt maximaal 30% en wordt degressief afgebouwd vanaf een bepaald inkomen:
     
    • Belastbaar inkomen bedraagt minder dan of is gelijk aan 15.000 euro voor aanslagjaar 2018 (voor aanslagjaar 2019 bedraagt dit 15.320 euro): de verhoging van het tarief van de belastingvermindering voor uitgaven voor kinderoppas bedraagt 30%. 
    • Belastbaar inkomen bedraagt meer dan 15.000 euro voor aanslagjaar 2018 (voor aanslagjaar 2019 bedraagt dit 15.320 euro): de verhoging van 30% wordt trapsgewijs afgebouwd, door volgende berekening:
      • 30% x ((19.000 euro - belastbaar inkomen) / (19.000 euro - 15.000 euro)) voor aanslagjaar 2018.
      • 30% x ((19.410 euro - belastbaar inkomen) / (19.410 euro - 15.320 euro)) voor aanslagjaar 2019. 
     
    Van zodra het belastbaar inkomen 19.000 euro voor aanslagjaar 2018 (voor aanslagjaar 2019 bedraagt dit 19.410 euro) bereikt, wordt de verhoging niet meer toegekend.