Voorwaarden

Onder welke voorwaarden heb ik recht op de belastingvermindering voor kinderopvang?

  1. De uitgaven moeten gedaan zijn voor het vergoeden van kinderopvang buiten de normale lesuren tijdens dewelke het kind onderwijs volgt.

    Hieronder vallen onder meer de kosten voor:

    • de kinderopvang voor de aanvang van de lessen (voorschoolse opvang)
    • de kinderopvang tijdens de middagpauze
    • de kinderopvang na de normale lesuren (naschoolse opvang)
    • de kinderopvang tijdens alle vakanties (zoals bijvoorbeeld vakantiekampen georganiseerd door de jeugdbewegingen, de speelpleinwerking georganiseerd door de gemeenten, diverse stages voor sport, wetenschap, cultuur, taal ...)
    • de kinderopvang tijdens schoolvrije dagen
    • de kinderopvang tijdens weekends
    • de opvang van kinderen in internaten
    • de opvang van kinderen die nog niet naar school gaan


    Eventuele bijkomende kosten zoals maaltijdkosten, schoolkosten, kledijkosten ... worden niet beschouwd als opvangkosten en komen dus niet in aanmerking voor de belastingvermindering.

    Ook de volgende kosten worden niet als uitgaven voor kinderopvang beschouwd:

    • bijkomende kosten voor cursussen gegeven in het kader van onderwijs
    • de uitgaven voor bosklassen, sneeuwklassen, openluchtklassen, zeeklassen en andere schoolreizen
    • de uitgaven voor bijles
    • lidgelden van verenigingen
    Terug
  2. De uitgaven moeten gedaan zijn voor kinderopvang in de Europese Economische Ruimte.

    De kinderopvang kan zowel in België als in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte gebeuren.

    Tot op heden maken volgende landen deel uit van de Europese Economische Ruimte: België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, IJsland, Kroatië, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slovakije, Spanje, Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk en Zweden.

    Terug
  3. De uitgaven moeten gedaan zijn voor de opvang van kinderen die jonger zijn dan 12 jaar (of jonger dan 18 jaar voor kinderen met een zware handicap).

    Vanaf zijn twaalfde of achttiende verjaardag komen de uitgaven voor de opvang van uw kind niet meer in aanmerking voor de belastingvermindering.

    Opgelet! U moet rekening houden met de werkelijke leeftijd van uw kind op het tijdstip waarop het werd opgevangen in 2016 en dus niet met de leeftijd op 1 januari van het aanslagjaar of wanneer u uw belastingaangifte invult in 2017.

    Voorbeeld:

    Mijnheer Janssens heeft zijn zoon het hele jaar 2016 laten opvangen. Op 5 juli 2016 werd hij 12 jaar oud. In 2017 kan mijnheer Janssens alleen de uitgaven voor de opvang van zijn zoon van 1 januari tot en met 4 juli 2016 aangeven.

    Terug
  4. De uitgaven moeten gedaan zijn voor de opvang van kinderen die te uwen laste zijn of voor wie de helft van het belastingvoordeel aan u moet worden toegekend (co-ouderschap).

    • Het kind is fiscaal te uwen laste
      Voor de voorwaarden om een kind ten laste te nemen: zie Kinderen ten laste
    • De helft van het belastingvoordeel wordt aan u toegekend (co-ouderschap)
      Voor de voorwaarden om de helft van het belastingvoordeel voor kinderen ten laste te krijgen: zie Co-ouderschap
    Terug
  5. U moet beroepsinkomsten hebben.

    De beroepsinkomsten omvatten onder andere de bezoldigingen, pensioenen, werkloosheidsuitkeringen, andere vervangingsinkomsten, winst, baten….

    Let op: Als u en uw echtgenoot of wettelijk samenwonende partner samen belast worden, volstaat het dat één van beiden beroepsinkomsten heeft om aan deze voorwaarde te voldoen.

    Terug
  6. De kosten moeten aan welbepaalde instellingen of personen betaald zijn.

    Het betreft:

    • instellingen of opvangvoorzieningen die worden erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd door "Kind en Gezin" (K & G) (Vlaamse Gemeenschap), door het “Office de la Naissance et de l'Enfance” (ONE) (Franse Gemeenschap) of door de regering van de Duitstalige Gemeenschap
    • instellingen of opvangvoorzieningen die worden erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd door de lokale openbare besturen of openbare besturen van de gemeenschappen, andere dan K & G, ONE of de regering van de Duitstalige Gemeenschap, of van de gewesten
    • instellingen of opvangvoorzieningen die worden erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd door buitenlandse openbare instellingen gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte
    • kinderdagverblijven of zelfstandige opvangvoorzieningen die onder toezicht staan van K & G, ONE, de regering van de Duitstalige Gemeenschap of buitenlandse openbare instellingen gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte
    • instellingen of opvangvoorzieningen die verbonden zijn met de school of de inrichtende macht van de school

     Niet exhaustieve lijst van de verschillende opvangvoorzieningen (PDF, 52.16 KB) (volgens de inrichtende organisatie)

    Voor meer informatie kunt u de inrichtende organisaties rechtstreeks contacteren.

    Om na te gaan of een opvangvoorziening of kinderdagverblijf onder toezicht staat van een buitenlandse openbare instelling gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte moet u de instelling zelf contacteren.

    Terug
  7. U moet de opvang en het betaalde bedrag kunnen bewijzen met de nodige documenten.

    U moet de documenten ter beschikking van de administratie houden (u moet ze dus niet bij uw aangifte voegen) die de volgende zaken aantonen:

    • de echtheid en het bedrag van de uitgaven
    • de volledige identiteit of benaming van de personen, scholen, instellingen en openbare besturen waaraan de uitgaven voor de opvang van kinderen worden betaald
    • de naleving van de voorwaarden met betrekking tot de aftrek van de uitgaven voor de opvang van kinderen

    De administratie heeft een attest opgesteld dat de erkennende, subsidiërende of controlerende instanties en de opvangvoorzieningen (aan wie de uitgaven mogen worden betaald) kunnen invullen. Wanneer dit attest correct door voormelde instanties en opvangvoorzieningen is ingevuld, geldt het als bewijsstuk.

    In de praktijk zullen vele opvangvoorzieningen dergelijk attest uitreiken. Het attest is echter geen verplicht document. Als u geen attest heeft ontvangen of als op het attest onjuiste of onvolledige gegevens staan vermeld, houdt u zelf de bovenvermelde bewijsstukken (zoals bijvoorbeeld, betalingsbewijzen, bevestiging van inschrijving ...) ter beschikking.

    Voor dit fiscaal voordeel mogen de betrokken uitgaven worden betaald door een andere persoon dan uzelf.

    Voorbeelden:

    • Betaling van de uitgaven door uw partner of echtgenoot;
    • Betaling van de uitgaven door een familielid.

    De kosten voor kinderoppas mogen dus ook door uw echtgenoot worden betaald zelfs wanneer jullie als alleenstaanden worden belast.

    Voorbeeld:

    gehuwden waarvan één van beide Europees ambtenaar is en die als alleenstaanden worden belast.

    Terug