Waals en Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Een aangifte van nalatenschap indienen: wanneer, wie, hoe, wat en waar?

  • Wanneer moet een aangifte van nalatenschap ingediend worden?

    Een aangifte van nalatenschap moet ingediend worden wanneer door een overlijden goederen van de overledene door zijn erfgenamen of door in zijn testament aangeduide legatarissen verkregen worden.

  • Moet er altijd een aangifte van nalatenschap ingediend worden?

    In principe is het indienen van een aangifte van nalatenschap verplicht.

    Er is echter een geval waarin de administratie zich soepeler opstelt wanneer u geen aangifte indient. De volgende twee voorwaarden moeten dan vervuld zijn:

    1. de nalatenschap van de rijksinwoner bevat geen onroerende goederen
      en  
    2. er is geen successierecht verschuldigd
  • Binnen welke termijn moet de aangifte van nalatenschap ingediend worden?

    De termijn voor het indienen van de aangifte van nalatenschap hangt af van de plaats van het overlijden.

    De termijn wordt berekend van datum tot datum te rekenen vanaf de dag van het overlijden:

    • Als het overlijden in België plaatsheeft, bedraagt de termijn 4 maanden
    • Als het overlijden in een ander Europees land plaatsheeft, bedraagt de termijn 5 maanden
    • Als het overlijden buiten Europa plaatsheeft, bedraagt de termijn 6 maanden

    Valt de laatste dag van de termijn samen met een sluitingsdag van het kantoor Rechtszekerheid, dan wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende openingsdag van het kantoor.

  • Kan de indieningstermijn voor de aangifte van nalatenschap verlengd worden?

    U kunt als erfgenaam, in geval van ernstige moeilijkheden, een verlenging aanvragen bij het kantoor Rechtszekerheid waar u de aangifte moet indienen.

    Opgepast:

    • U kunt geen verlenging meer aanvragen wanneer de indieningstermijn voor de aangifte van nalatenschap al verstreken is
    • De verlenging van de indieningstermijn brengt in geen geval een uitstel van de betalingstermijn of van de intresten met zich mee
  • Wat gebeurt er wanneer de aangifte van nalatenschap laattijdig ingediend wordt?

    Bij een laattijdige aangifte loopt iedere erfgenaam een boete op van 25 euro per maand vertraging.

  • Wie moet de aangifte van nalatenschap indienen?

    De volgende personen moeten de aangifte van nalatenschap indienen:

    • voor de nalatenschap van een rijksinwoner:
      • de erfgenamen
      • de algemene legatarissen
    • voor de nalatenschap van een niet-rijksinwoner:
      • diegenen die de in België gelegen onroerende goederen van de nalatenschap verkrijgen. Wanneer de onroerende goederen in de ambtsgebieden van verschillende kantoren liggen en door verschillende personen verkregen worden, moet er per kantoor een aparte aangifte ingediend worden
  • Mag ik als erfgenaam zelf de aangifte van nalatenschap opstellen?

    U mag als erfgenaam de aangifte van nalatenschap zelf opstellen. Maar omdat voor het opstellen van de aangifte van nalatenschap een grondige kennis van het fiscaal en burgerlijk recht nodig is, doen de erfgenamen meestal een beroep op een bevoegde persoon (bijvoorbeeld een notaris).

    U kunt op het kantoor Rechtszekerheid waar u de aangifte moet indienen, inlichtingen krijgen over de wettelijke voorschriften waaraan de aangifte moet beantwoorden. De medewerkers van het kantoor Rechtszekerheid mogen echter niet meewerken aan het opstellen van de aangifte zelf.

  • Hoe moet de aangifte van nalatenschap opgesteld worden?

    U moet als erfgenaam voor het opstellen van de aangifte het formulier gebruiken dat u door het bevoegde kantoor Rechtszekerheid samen met de uitnodiging tot indiening van de aangifte opgestuurd wordt.

    Opgepast: het is niet omdat u geen formulier ontvangen hebt, dat u geen aangifte moet indienen.

    Hebt u geen formulier ontvangen? Het formulier is gratis te krijgen in elk kantoor Rechtszekerheid, maar u kunt het ook via www.myminfin.be downloaden:

    • Klik links in het menu op ‘Interactieve diensten’
    • Klik op ‘Formulieren’
    • Kies bij thema ‘Successierechten’
    • Klik op ‘Zoeken’

    U hebt de keuze tussen een blanco aangifteformulier (formulier 187) of een aangifteformulier met leidraad (formulier 187L).

    Als u zelf uw aangifteformulier downloadt, vragen we u om papier van goede kwaliteit te gebruiken. De individuele bladen moeten genummerd zijn en aan elkaar geniet. Onderaan het laatste blad vermeldt u hoeveel bladen de aangifte telt: ‘Deze aangifte bevat … bladen.’

    In de aangifte moet u alle gegevens opnemen die de berekening van het successierecht mogelijk maken:

    • de juiste samenstelling van de nalatenschap
    • de waarde van de goederen
    • wie wat uit de nalatenschap verkrijgt
    • enz.
  • Welke gegevens en goederen moeten aangegeven worden in de aangifte van nalatenschap?

    U moet de volgende gegevens en goederen in de aangifte van nalatenschap vermelden.

    A. DE PARTIJEN

    • de aangevers (ondergetekenden) 

      Voor de aangifte van nalatenschap kunnen er meerdere aangevers zijn. Elke aangever moet de aangifte van nalatenschap ondertekenen. Niettemin mag iedereen afzonderlijk zijn eigen aangifte opstellen.
       
      Vermeld de volgende gegevens:
      • de voornamen
      • de naam
      • het rijksregisternummer (bij gebrek aan het rijksregisternummer hun woonplaats, geboorteplaats en -datum)
      • de relatie tot de overledene
      Bent u gehuwd, vermeld dan ook de voornamen en naam van uw echtgenoot of echtgenote.
    • de overleden persoon

      Vermeld de volgende gegevens van de overledene:
      • de voornamen
      • de naam
      • het beroep
      • de domicilie
      • de geboorteplaats
      • de geboortedatum
      • de plaats van het overlijden
      • de datum va het overlijden
      Als de overledene een rijksinwoner is, vermeldt u elke fiscale woonplaats van de overledene in de periode van vijf jaar voor het overlijden. Vermeld voor elke fiscale woonplaats het adres, de datum en de duur van de vestiging.
    • de uitgesloten erfgenamen 

      Als de overledene in zijn wilsbeschikking of een contractuele beschikking erfgenamen uitgesloten heeft, vermeld dan de identiteit van die uitgesloten erfgenamen in de aangifte.
       
    • de erfgenamen, legatarissen of begunstigden

      Vermeld de volgende gegevens:
      • de voornamen
      • de naam
      • het rijksregisternummer 
      • wat door ieder van hen uit de erfenis verkregen wordt 
    • de keuze van woonplaats

      De erfgenamen, legatarissen en begunstigden kiezen één adres waarnaar alle correspondentie gestuurd wordt.

    B. DE GOEDEREN

    • de schenkingen onder de levenden

      Vermeld in de aangifte of de overledene aan zijn erfgenamen, legatarissen of begunstigden binnen de 3 jaar vóór zijn overlijden schenkingen gedaan heeft. Vermeld of voor die schenkingen een schenkingsrecht geheven werd. Als er schenkingen zijn, vermeld dan:
      • wie de begunstigde van de schenking was
      • het bedrag van de schenking waarop het schenkingsrecht betaald werd of betaald moet worden
         
        Die bepaling is ook van toepassing, ongeacht de datum van de akte, als de schenking gedaan werd onder een opschortende voorwaarde die vervuld werd door het overlijden van de schenker of minder dan 3 jaar vóór dat overlijden.
    • het vruchtgebruik

      Vermeld in de aangifte of de overledene het vruchtgebruik van goederen of met fideï-commis bezwaarde goederen had. Als dat het geval is, vermeld dan:
      • de goederen
      • de personen die tot het genot van de volle eigendom gekomen zijn of voordeel getrokken hebben uit het fideï-commis door het overlijden
    • de huisraad/de inboedel

      Als de overledene roerende goederen nagelaten heeft, vermeld dan of die goederen wel of niet verzekerd waren tegen brand, diefstal of enig ander risico.

      Als de goederen verzekerd waren, vermeld dan voor alle op de overlijdensdag lopende polissen de volgende gegevens:
      • de naam / benaming en het adres van de verzekeraar
      • de datum en het nummer van de polis
      • de verzekerde goederen en de verzekerde waarde
      Bevestig als aangever ook uitdrukkelijk dat naar uw weten de goederen geen voorwerp uitmaken van andere polissen.
    • het aan te geven actief

      Als de overledene een Belgische rijksinwoner was, moet u zijn hele vermogen, dat wil zeggen alle roerende en onroerende goederen in binnen- en buitenland, aangeven.

      De nalatenschap van een rijksinwoner wordt belast met het successierecht.

      Opgelet!
      Ook goederen die niet tot de nalatenschap van de overledene behoren, kunnen aan het successierecht onderworpen zijn:
      • het kapitaal of de rente verkregen uit een door de overledene afgesloten levensverzekering
      • de roerende goederen die de overledene binnen de 3 jaar voor zijn overlijden geschonken heeft en waarvoor geen schenkingsrecht geheven werd

      Voor de roerende goederen moet u, artikel per artikel, een nauwkeurige beschrijving en begroting geven. Voorbeelden van roerende goederen van het belastbaar actief zijn:
      • bankrekeningen, koffers …
      • liggende gelden, kasbons, aandelen …
      • persoonlijke voorwerpen
      • meubels
      • verzamelingen
      • auto’s, caravans, boten …

      Voor de onroerende goederen moet u van ieder onroerend goed van de nalatenschap de kadastrale aanduiding (afdeling, sectie en perceelnummer) vermelden.

      Wanneer de overledene geen Belgische rijksinwoner was, moet u alleen zijn onroerende goederen in België aangeven.

      De nalatenschap van een niet-rijksinwoner wordt belast met het recht van overgang bij overlijden.
    • het passief (schulden, begrafeniskosten …)

      Wanneer de overledene een Belgische rijksinwoner was, mag u bepaalde kosten en schulden aftrekken van het belastbare actief.

      Kosten en schulden die u als passief kunt inbrengen, zijn:
      • de begrafeniskosten:
        • de lijkkist, de grafsteen
        • de kerkdienst, de doodsbrieven, het rouwmaal op de dag van de begrafenis …
      • schulden van de overledene die bestaan op het ogenblik van zijn overlijden:
        • de kosten van de laatste ziekte
        • de facturen van telefoon, water, gas, elektriciteit, belastingen …
      Ook andere schulden kunt u als passief opnemen. Voor iedere schuld moet u de volgende gegevens vermelden:
      • de voornamen, naam en domicilie van de schuldeiser
      • de oorzaak van de schuld
      • de datum van de akte, als er een bestaat
      U moet het bestaan van de schuld, het bedrag ervan en het deel ten laste van de overledene kunnen bewijzen. U moet de bewijsstukken bij de aangifte van nalatenschap voegen. Voor de begrafeniskosten volstaan onkostennota’s en facturen als bewijs.

      Wanneer de overledene geen Belgische rijksinwoner was, kan in principe het specifieke passief van de onroerende goederen afgetrokken worden:
      • Vlaams Gewest en Brussels Hoofdstedelijk Gewest: als de overledene geen Belgische rijksinwoner was, maar zijn domicilie of zetel van vermogen gevestigd was binnen de Europese Economische Ruimte, kan het passief (schulden) waarvan de erfopvolgers het bewijs leveren dat ze specifiek aangegaan werden om onroerende goederen te verwerven of te behouden, in aanmerking genomen worden.
      • Waals Gewest: alle schulden die specifiek betrekking hebben op onroerende goederen in België kunnen als passief in aanmerking genomen worden.
  • Wie bepaalt de waarde van de goederen uit de nalatenschap?

    De erfgenamen moeten de waarde van de goederen schatten.

    De waarde van de aan te geven goederen is de verkoopwaarde op de dag van het overlijden.

    Voor onroerende goederen in België zijn er twee manieren om de waarde te bepalen:

    1. De erfgenamen maken zelf op basis van recente gegevens (bijvoorbeeld de verkoopprijs van vergelijkbare goederen in dezelfde omgeving) een schatting. Wanneer de administratie vindt dat een goed in de aangifte van nalatenschap te laag geschat werd, brengt zij haar eigen schatting ter kennis van de erfgenamen.
    2. De erfgenamen laten op hun kosten de verkoopwaarde van de goederen door een of drie deskundigen schatten. Die methode wordt ‘voorafgaande schatting’ genoemd. De schatting moet tijdig (vóór de indiening van de aangifte en vóór het verstrijken van de indieningstermijn) aangevraagd worden.

      U doet de aanvraag door een aangetekende brief te richten aan de ontvanger van het kantoor Rechtszekerheid waar u de aangifte van nalatenschap moet indienen. De door de deskundigen vastgestelde waarde is bindend voor de aangevers en de administratie. Er kan dus geen meerwaarde gevestigd worden op goederen die volgens die procedure geschat zijn.
  • Waar moet de aangifte van nalatenschap ingediend worden?

    a) De overledene is een rijksinwoner

    Principe: u moet de aangifte van nalatenschap van een rijksinwoner indienen bij het kantoor Rechtszekerheid dat bevoegd is voor de plaats waar de overledene zijn laatste fiscale woonplaats gehad heeft.

    Uitzondering: die regel geldt niet wanneer de overledene in de 5 jaar voor zijn overlijden in meer dan één gewest (Vlaams Gewest, Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Waals Gewest) zijn fiscale woonplaats had (zie hierna vraag 12).

    b) De overledene is een niet-rijksinwoner

    U moet de aangifte van nalatenschap van een niet-rijksinwoner indienen bij het kantoor Rechtszekerheid dat bepaald wordt door de ligging van de in België gelegen onroerende goederen die aan de overledene toebehoorden.

    Wanneer eenzelfde erfgenaam verschillende onroerende goederen verkrijgt op plaatsen waarvoor verschillende kantoren Rechtszekerheid bevoegd zijn, is het bevoegde kantoor dat van de plaats waar zich het deel van de goederen bevindt met het hoogste federale kadastraal inkomen.

  • Waar moet de aangifte van nalatenschap ingediend worden wanneer de overleden rijksinwoner in de vijf jaar voor zijn overlijden zijn fiscale woonplaats in meer dan één gewest had?

    Als de overleden rijksinwoner in de vijf jaar voor zijn overlijden zijn fiscale woonplaats in meer dan één gewest had, moet u de aangifte indienen:

    • in het kantoor Rechtszekerheid dat bevoegd is voor de plaats waar de overledene zijn laatste fiscale woonplaats had
    • in het gewest waar de overledene in die vijf jaar zijn fiscale woonplaats het langst had

    Bijvoorbeeld:

    De overledene had in de vijf jaar voor zijn overlijden de volgende fiscale woonplaatsen:

    • twee jaar in Namen (Waals Gewest)
    • een jaar in Brussel (Brussels Hoofdstedelijk Gewest)
    • een jaar in Gembloux (Waals Gewest)
    • een jaar in Antwerpen (Vlaams Gewest)

    De overledene had in de laatste vijf jaar zijn fiscale woonplaats het langst in het Waals Gewest (twee jaar en een jaar). De aangifte moet ingediend worden in het kantoor van Gembloux (laatste fiscale woonplaats in het Waals Gewest).