Deel van de eigen woning dat verhuurd is

Deel van de eigen woning dat verhuurd is

Ik verhuur een deel van de door mij betrokken woning. De uitgaven van mijn hypothecaire lening hebben gedeeltelijk betrekking op dat verhuurde deel. Dit verhuurde deel is niet mijn “eigen woning”.

De interesten en kapitaalaflossingen dienen als volgt te worden verdeeld :

  • de interesten en kapitaalaflossingen die betrekking hebben op het deel van de woning dat door uzelf wordt betrokken kunnen, wanneer aan alle voorwaarden is voldaan, in aanmerking komen voor een gewestelijk belastingvoordeel
     
  • de interesten en kapitaalaflossingen die betrekking hebben op het verhuurde deel kunnen, wanneer aan alle voorwaarden is voldaan, in aanmerking komen voor een federaal belastingvoordeel.

    Dit betekent dat deze uitgaven in principe in aanmerking kunnen komen voor de federale belastingvermindering voor het lange termijnsparen en de federale interestaftrek.

    In afwijking daarvan kan u voor hypothecaire leningen die u vóór 1.1.2014 aanging de toepassing vragen van de federale woonbonus.
     

    Merk op dat wanneer die woning niet al vóór 2016 uw ‘eigen woning’ niet meer was, en u niet reeds vorig aanslagjaar al de federale woonbonus heeft gevraagd voor uw betalingen voor die lening, u de volgende jaren geen aanspraak meer zal kunnen maken op de federale woonbonus. U zal dan enkel nog aanspraak kunnen maken op de federale belastingvermindering voor het lange termijnsparen en de federale interestaftrek.


    Voor (in principe) vóór 1.1.2005 gesloten leningen kan u de toepassing vragen van het federale bouwsparen of de federale vermindering bijkomende interesten. In dat geval moet uiteraard aan alle voor dat fiscale voordeel geldende voorwaarden voldaan zijn.


    Merk op dat wanneer die woning niet al vóór 2016 uw ‘eigen woning’ niet meer was, en u niet reeds vorig aanslagjaar al het federale bouwsparen of de federale vermindering bijkomende interesten heeft gevraagd voor uw betalingen van die lening, u de volgende jaren geen aanspraak meer zal kunnen maken op deze federale belastingvoordelen. U zal dan enkel nog aanspraak kunnen maken op de federale belastingvermindering voor het lange termijnsparen en de federale interestaftrek.


Voorbeeld

Lieve is eigenaar van één woning (K.I. 1.000 euro) die zij gedeeltelijk zelf betrekt. Zij verhuurt 20%. van deze woning aan haar eigen vennootschap.

In 2008 ging zij een hypothecaire lening van 100.000 euro aan. Van het ontleende bedrag heeft 20.000 euro gediend voor het financieren van het verhuurde deel van de woning.

Op 1.1.2017 was haar fiscale woonplaats in het Vlaams Gewest gelegen.

In 2016 betaalde Lieve volgende bedragen:

  • interesten: 3.000 euro
  • kapitaalaflossingen: 6.000 euro.

Lieve vult haar aangifte voor aanslagjaar 2017 als volgt in:

  • Vak III (onroerende inkomsten):
    • Code 1109: 200 euro
    • Code 1110: huur en huurvoordelen (in voorkomend geval verminderd met de als bezoldigingen van bedrijfsleider geherkwalificeerde huur)
  • Vak IX (interesten en kapitaalaflossingen)
    • Gewestelijke woonbonus:
      • Code 3370: 3.040 euro ((3.000 + 6.000) x 80 pct.  = 7.200 euro, begrensd tot 3.040 euro)
      • Code 3372: ja
      • Code 3374: ja
      • Code 3373: 0
    • Federale belastingvermindering lange termijnsparen en gewone interestaftrek:
      • Code 1358: 794,88 euro ((6.000 x 20%) x 66.240 / 100.000)
      • Code  1146: 600 euro (3.000 x 20%)