Definitie

Definitie

  • Wat zijn onroerende inkomsten? Wat moet ik aangeven in de belastingaangifte?

    Onroerende inkomsten zijn de inkomsten die voortkomen uit onroerende goederen (woningen, appartementen, gronden, ...). 

    Elke eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker van een onroerend goed wordt verondersteld onroerende inkomsten te verkrijgen, zelfs voor de eigen woning die hij zelf bewoont (we spreken dan van een "fictief" inkomen).

    De onroerende inkomsten moeten in sommige gevallen vermeld worden in de belastingaangifte. De eigen woning moet vaak niet vermeld worden.  

    Afhankelijk van hoe het onroerend goed wordt gebruikt, worden de onroerende inkomsten bepaald op basis van het kadastraal inkomen of de ontvangen huur. In uw aangifte vermeldt u het niet-geïndexeerd kadastraal inkomen (K. I.) en/of de brutohuur van elk onroerend goed.

  • Wie moet het onroerend inkomen aangeven?

    De inkomsten uit onroerende goederen moeten worden aangegeven door:

    • de eigenaar
    • de bezitter
    • de erfpachter
    • de opstaller
    • de vruchtgebruiker

    Wie een onroerend goed in blote of naakte eigendom heeft, moet niets aangeven.

    Echtgenoten of wettelijk samenwonende partners geven volgens hun huwelijkstelsel allebei hun eigen onroerende inkomsten aan en/of hun eigendomsaandeel in de gemeenschappelijke inkomsten.

    Opgelet!

    In vele gevallen is het onroerend inkomen van de woning die u zelf betrekt vrijgesteld.

  • Is het onroerend inkomen van de woning die ik zelf betrek ("de eigen woning") vrijgesteld in de personenbelasting?

    Het onroerend inkomen van de woning die u zelf betrekt, is meestal vrijgesteld in de personenbelasting.

    Opgelet!

    Het onroerend inkomen van de woning die u zelf betrekt, is niet vrijgesteld als u voor die woning leningen aflost die zijn aangegaan:

    • vóór 1 januari 2005 (of die u vanaf 1 januari 2005 heeft aangegaan, maar die een herfinanciering van een vóór 1 januari 2005 afgesloten lening is), tenzij u vanaf 1 januari 2005 nog een andere lening voor diezelfde woning hebt gesloten en u hebt gekozen voor de belastingvermindering voor enige en eigen woning voor die nieuwe lening
    • vanaf 1 januari 2005 terwijl u nog een andere, vóór 1 januari 2005 afgesloten lening die betrekking heeft op dezelfde woning had, tenzij u voor de vanaf 1 januari 2005 afgesloten lening hebt gekozen voor de aftrek voor enige en eigen woning
  • In welke gevallen moet ik het onroerend inkomen van mijn eigen woning aangeven?

    1ste mogelijkheid:

    U had in 2017 geen enkele lening voor uw eigen woning (de woning die u in 2017 heeft betrokken).

    In uw belastingaangifte mag u het kadastraal inkomen van de door u betrokken woning niet vermelden. U moet in dat geval de codes 1100/2100 en/of 1101/2101 leeg laten.

    2de mogelijkheid:

    U had in 2017 enkel een vanaf 1 januari 2005 gesloten lening voor uw eigen woning (de woning die u in 2017 heeft betrokken). Het ging hier om de enige lening die u voor die woning hebt gesloten.

    In uw belastingaangifte mag u het kadastraal inkomen van de door u betrokken woning niet vermelden. U moet in dat geval de codes 1100/2100 en/of 1101/2101 leeg laten.

    3de mogelijkheid:

    U had in 2017 enkel een vóór 1 januari 2005 gesloten lening (of een herfinanciering van een dergelijke lening) voor uw eigen woning (de woning die u in 2017 heeft betrokken).

    U moet het kadastraal inkomen van uw eigen woning aangeven naast de code 1100/2100 en/of 1101/2101.

    4de mogelijkheid:

    In 2017 had u een hypothecaire lening, afgesloten vanaf 1 januari 2005, waarvan de bestedingen recht geven op de aftrek voor enige woning. Op het moment dat u deze lening aanging, had u nog een vóór 1 januari 2005 gesloten lening die betrekking had op dezelfde woning, waarvan de interesten in aanmerking komen voor de interestaftrek of waarvan de kapitaalaflossingen in aanmerking komen voor de verhoogde vermindering bouwsparen.

    Als u gekozen heeft voor de aftrek voor enige woning (dus voor de nieuwe lening) mag u het kadastraal inkomen van de door u betrokken woning niet vermelden in uw belastingaangifte.

    Als u niet heeft gekozen voor de aftrek voor enige woning (u heeft dus gekozen voor de oude lening), moet u het kadastraal inkomen van de door u betrokken woning vermelden naast de code *100 en/of *101

  • Ik word samen met mijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner belast. Hoe moeten wij ons onroerend inkomen aangeven?

    1ste geval: huwelijk onder het wettelijk stelsel

    Het wettelijk stelsel is gebaseerd op het bestaan van drie vermogens

    • het eigen vermogen van echtgenoot A
    • het eigen vermogen van echtgenoot B
    • het gemeenschappelijke vermogen van beide echtgenoten

    De onroerende goederen verkregen voor het huwelijk of door schenking, nalatenschap of testament zijn eigendom van elk van de echtgenoten.

    Dat is niet het geval voor inkomsten (kadastraal inkomen, huurgelden …) uit deze onroerende goederen. Die behoren tot het gemeenschappelijk vermogen van de echtgenoten. Zij moeten dus ten belope van 50% door elk van de echtgenoten worden aangegeven.

    Voorbeeld

    Mijnheer en Mevrouw Peters zijn sinds 2003 gehuwd onder het wettelijk stelsel. Mevrouw Peters  is eigenaar van een woning die ze reeds vóór haar huwelijk gekocht had. Deze woning, met een niet-geïndexeerd kadastraal inkomen van 1.000 euro wordt verhuurd aan een gepensioneerd echtpaar.

    Hoewel het onroerend goed uitsluitend eigendom is van Mevrouw Peters, is het onroerend inkomen van de woning gemeenschappelijk. Hierdoor moeten de twee echtgenoten  ieder de helft van het kadastraal inkomen vermelden in hun belastingaangifte.

    Mevrouw Peters moet 500 euro vermelden naast de code 2106.

    Mijnheer Peters moet 500 euro vermelden naast de code 1106. 

    2de geval: huwelijk onder het stelsel van scheiding van goederen

    Onder het stelsel van scheiding van goederen, is er geen gemeenschappelijk vermogen. Elke echtgenoot blijft eigenaar van al zijn goederen. De goederen die beide echtgenoten samen kopen, zijn in principe voor de helft eigendom van elk van hen. De inkomsten (kadastraal inkomen, huurgelden …) uit deze eigen onroerende goederen zijn eveneens eigen inkomsten. Bijgevolg moet elke echtgenoot de inkomsten aangeven uit zijn eigen onroerende goederen.

    Voorbeeld

    Mijnheer en Mevrouw Peters zijn sinds 2003 gehuwd met scheiding van goederen. Mijnheer Peters is eigenaar van een woning die wordt verhuurd aan een gepensioneerd echtpaar. De woning heeft een niet-geïndexeerd kadastraal inkomen van 1.000 euro. Mevrouw Peters bezit geen onroerende goederen.

    Mijnheer Peters moet 1.000 euro vermelden naast de code 1106.

    Mevrouw Peters moet niets vermelden naast de code 2106.  

    3de geval: de wettelijke samenwoning

    De vermogens van de wettelijk samenwonende partners blijven gescheiden.

    Het stelsel van wettelijke samenwoning is vergelijkbaar met dat van gehuwden onder het stelsel van scheiding van goederen.

  • Ik ben mede-eigenaar en ik word alleen belast. Hoe moet ik mijn onroerend inkomen aangeven?

    Als u samen met andere personen eigenaar bent van een onroerend goed moet u het gedeelte van het kadastraal inkomen aangeven dat met uw eigendomsaandeel in het onroerend goed overeenstemt.

    Voorbeeld

    U bent samen met uw partner, met wie u feitelijk (niet wettelijk) samenwoont, eigenaar van een in België gelegen woning, die u verhuurt aan een gepensioneerd echtpaar. De woning heeft een niet-geïndexeerd kadastraal inkomen van 1.000 euro. Uw eigendomsaandeel in de woning bedraagt 50%.

    U moet 500 euro (1 000 euro x 50%) vermelden naast de code 1106 van uw aangifte in de personenbelasting.

  • Ik word samen met mijn echtgenoot (of partner) belast. Ik gebruik een gedeelte van mijn woning voor beroepsdoeleinden. Hoe moet ik mijn onroerend inkomen aangeven?

    1ste stap: u moet eerst het deel van het onroerend goed dat u voor uw beroep gebruikt, bepalen.

    Dit deel van het (niet-geïndexeerde) kadastraal inkomen moet u naast de code 1105/2105 vermelden, en dit ongeacht

    • het huwelijksvermogensrecht
    • wie van de echtgenoten (partners) eigenaar is van het onroerend goed
    • uw eigendomsaandeel in de woning

    2de stap: het saldo moet worden aangegeven als een onroerend inkomen

    Geval 1: de echtgenoot/wettelijk samenwonende partner heeft geen huur betaald aan de andere echtgenoot/wettelijk samenwonende partner voor het deel van de woning dat ze voor beroepsdoeleinden gebruikt.

    Voorbeeld

    Mijnheer en mevrouw Peters zijn sinds 2003 onder het wettelijk stelsel gehuwd. Mevrouw Peters gebruikt 50% van de gezinswoning voor haar beroep. De woning is uitsluitend eigendom van mijnheer Peters, die in 2017 een lening aflost die voor 1 januari 2005 afgesloten is voor zijn eigen woning. Het kadastraal inkomen van de woning bedraagt 1.000 euro.

    Belastingaangifte:

    Aard van onroerend goed Mijnheer Peters Mevrouw Peters
      Code van aangifte Aan te geven bedrag (euro) Code van aangifte Aan te geven bedrag (euro)
    Gezinswoning 1100 of 1101 250 2100 of 2101 250
      1105 - 2105 500

     

    Geval 2: de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner gebruikt een deel van de woning voor de uitoefening van zijn beroepsactiviteit en betaalt huur aan de andere echtgenoot of partner, eigenaar van de woning en hij brengt de huur in mindering als beroepskosten. De huurgelden moeten altijd belast worden als onroerende inkomsten.

    Voorbeeld

    Mijnheer en Mevrouw Peters zijn sinds 2003 onder het wettelijk stelsel gehuwd. Mevrouw Peters gebruikt 50% van de gezinswoning voor haar beroep. De woning is uitsluitend eigendom van mijnheer Peters, die in 2017 een lening aflost die voor 1 januari 2005 afgesloten is voor zijn eigen woning. Het kadastraal inkomen van de woning bedraagt 1.000 euro. Het totaalbedrag van aftrekbare huurgelden bedraagt 1.200 euro.

    Belastingaangifte:

    Aard van onroerend goed Mijnheer Peters Mevrouw Peters
      Code van aangifte Aan te geven bedrag (euro) Code van aangifte Aan te geven bedrag (euro)
    Gezinswoning 1100 of 1101 250 2100 of 2101 250
      1105  - 2105 -
      1109 250 2109 250
      1110 600 2110 600