Vanaf 1 september 2021 ontvangen wij u opnieuw in al onze kantoren, maar enkel op afspraak. 

Opleiding van werknemers

Waarover gaat het?Vorming van werknemers

Elke werkgever moet bedrijfsvoorheffing inhouden op de lonen die hij betaalt aan zijn werknemers. Die bedrijfsvoorheffing is eigenlijk de voorbelasting (bedrijfsvoorheffing) die de werknemer elke maand betaalt, en die dan wordt verrekend met de eindbelasting op het moment van de belastingaangifte.

De regering wil voortaan werkgevers de mogelijkheid geven om een gedeelte van die bedrijfsvoorheffing niet door te storten naar de Schatkist. Op die manier krijgen werkgevers een subsidie voor de tegenprestatie die men levert. Die tegenprestatie houdt in dat werkgevers hun werknemers voortaan méér moeten opleiden.

Concreet zullen werkgevers deze subsidie kunnen genieten als ze per werknemer minstens 10 dagen bijkomende opleiding organiseren bovenop wat wettelijk voorzien is.

De subsidie bedraagt 11,75 % en wordt berekend op een deel van het loon in de maand waar de opleiding plaatsvond.

Opgelet:

  • De betrokken werknemer moet al minstens 6 maanden aan de slag zijn bij de werkgever.
  • Niet alle opleidingen komen in aanmerking voor deze subsidie.
  • Voor kmo’s bedraagt het minimaal aantal opleidingsdagen 5 gedurende een ononderbroken periode van 75 kalenderdagen;
  • Voor bedrijven in een stelsel van ploegen- en nachtarbeid bedraagt het minimaal aantal opleidingsdagen 10 gedurende een ononderbroken periode van 60 kalenderdagen.

Doel van de maatregel

Levenslang leren is belangrijk en de arbeidsmarkt is gebaat bij goed opgeleide werknemers. Onze economie wordt gekenmerkt door een hoge productiviteit en een sterke kennis bij onze werknemers. Dat is onze unique selling position. Om deze situatie te behouden én te versterken wil de regering daarom werkgevers aanzetten om méér opleidingen voor hun werknemers te voorzien, en dan in het bijzonder bij bedrijven die vandaag weinig of geen opleidingen aanbieden. Investeren in de vorming van onze werknemers zorgt er immers voor dat ze flexibeler en competitiever zijn op de arbeidsmarkt.
 

Cijfervoorbeeld

Een werkgever stelt werknemer A tewerk. Die werkt al meer dan 5 jaar bij deze werkgever en is voltijds tewerkgesteld. Hij volgt in de maand april 2021 een opleiding van 10 dagen en die opleiding voldoet aan alle voorwaarden.

Hierdoor kan de werkgever aanspraak maken op de nieuwe steunmaatregel ‘Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor opleiding van werknemers’: hij kan voor werknemer A 293,75 euro aan bedrijfsvoorheffing vrijstellen van doorstorting. En dus moet hij voor werknemer A nog slechts 306,25 euro aan bedrijfsvoorheffing doorstorten.

April 2021

Werknemer A

Bezoldigingen

2.500 euro

Verschuldigde bedrijfsvoorheffing

600 euro

De van doorstorting vrijgestelde bedrijfsvoorheffing als gevolg van de nieuwe steunmaatregel

= 11,75 % x 2.500 euro

293,75 euro

Effectief door te storten bedrijfsvoorheffing

= 600 euro - 293,75 euro

306,25 euro

Meer informatie leest u in de programmawet (pagina 7) of in de memorie van toelichting (pagina 12).