Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid

Wanneer een bedrijf vóór de invoering van de Covid-19-crisismaatregelen volledig beantwoordde aan de fiscale definitie van een onderneming waarin ploegenarbeid wordt verricht​ (overeenkomstig artikel 2755, §§ 1, 2 en 3, WIB 92) en nu, om de door de overheid tijdelijk​ opgelegde Covid-19 hygiëne maatregelen te kunnen respecteren en zo zijn bedrijfsactiviteiten te​ kunnen/mogen verderzetten, een tijdelijke aangepaste regeling wenst in te voeren die er in het​ bijzonder op gericht is om de 'social distancing' te kunnen respecteren waardoor er een korte​ onderbreking tussen de twee opeenvolgende ploegen ontstaat, aanvaardt de administratie dat​ gedurende de periode waarin de overheid deze specifieke Covid-19 maatregelen oplegt, het​ bedrijf tijdens die aangepaste regeling toepassing blijft maken van de steunmaatregel 'vrijstelling ​van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid'.